Spel van voyeur en exhibitionist

In ‘The Handmaiden’ waagt regisseur Park Chan-wook zich aan een erotische thriller. „Als man moest ik de liefde tussen twee vrouwen heel delicaat benaderen.”

Wat is eenvoudiger te verfilmen, seks of geweld? „Dat weet u best”, glimlacht Park Chan-wook (53) minzaam. „Geweld natuurlijk. Het draait bij beide om fysieke choreografie, maar bij seks is de psychologie op de set veel lastiger.”

De Koreaanse ster-regisseur oogt op het dakterras van het Marriott in Cannes sereen. Zijn film The Handmaiden oogstte gisteren bij de wereldpremière brede bijval: een zinderende thriller die draait om de attractie tussen meesteres Hideko en haar dienstmaagd Sook-Hee. „Als man had ik wel het gevoel dat ik de erotiek tussen twee vrouwen heel delicaat moest benaderen”, zegt Park.

The Handmaiden is een sensuele, zeg maar gerust geile, thriller. Al voor Cannes was hij aan 116 landen verkocht, in Zuid-Korea was de film voor 19 jaar en ouder met een recette van 32 miljoen dollar een enorme blockbuster. Maar zonder de pornografische voorleesavondjes en de erotische speeltjes van The Handmaiden nu braaf als ‘functioneel’ te willen betitelen, staat die zwoelheid inderdaad in dienst van een kronkelige plot met wisselende, uiterst onbetrouwbare vertellers die de realiteit keer op keer laten kantelen. Het script was voor hem de interessantste uitdaging, zegt Park: „Je legt telkens een nieuwe laag over dezelfde scène zodat die een heel andere betekenis krijgt”, zegt hij. „Soms gebeurt dat niet één, maar wel twee keer.”

In The Handmaiden wordt de Koreaanse wees Sook-Hee in het door Japan gekoloniseerde Korea van de jaren dertig dienstmeisje bij lady Hideko, een rijke erfgename die geïsoleerd is opgegroeid op het half Japanse, half Britse landgoed van haar oom Kouzuki. Deze verstokte bibliofiel, met een tong blauw van inkt, wil zijn nicht huwen om haar erfenis; Sook-Hee moet Hideko’s vertrouwen winnen om haar aan te moedigen ertussenuit te knijpen met de Japanse nepgraaf Fujiwara, in werkelijkheid een Koreaanse zwendelaar. Het idee is Hideko dan na een snel huwelijk in een gesticht te dumpen en haar geld te verdelen. Maar Sook-Hee valt voor Hideko en vice versa: de dames hebben veel gemeen. Is dat genoeg voor vertrouwen? Onschuld blijkt een zeer schaars goed.

Hyperemotioneel

Park Chan-wook is een vaste waarde in Cannes sinds hij in 2003 met arthousethriller Oldboy de Grand Prix won, de tweede film in zijn ‘wraaktrilogie’; drie hyperemotionele films met door wroeging en wrok verknipte helden en spasmes van bizar geweld. Die hysterie maakte in zijn eerste Amerikaanse film, Stoker, plaats voor een meer broeierige, hitchockiaanse sfeer, een lijn die Park doortrekt in The Handmaiden. Daarin wordt continu afgeluisterd en gegluurd door sleutelgaten en shoji-deuren, wat het object van nieuwsgierigheid meestal doorheeft. Park zegt dat hij de film het liefst in 3D had geschoten: dat had niet alleen de verrukkelijke, overrijp gestileerde interieurs van de film, maar ook dat geraffineerde spel van voyeur en exhibitionist extra reliëf gegeven. Helaas bleek 3D te duur.

Fingersmith

The Handmaiden is gebaseerd op Fingersmith, de Britse debuutroman van Sarah Waters uit 2002, al slaat de film in de derde akte een geheel eigen weg in. Park Chan-wook kreeg het boek van de producer van Oldboy : „Onder het lezen dacht ik al: hier zit een film in. Vooral die badscène, waarin Sook-Hee een tand van haar meesteres bijvijlt, zag ik direct al heel concreet voor me. Dat geluid van het vijlen, die nabijheid van lichamen, de adem in elkaars gezicht.”

Tot Parks teleurstelling bleek dat de BBC de roman al in 2005 tot een driedelige, vrij populaire miniserie had verwerkt. „Ik was daar heel even gedeprimeerd over, want het leek me best interessant mijn eerste Britse film te maken. Tot ik bedacht dat je het prima uit zijn Victoriaanse context kon halen naar het door Japan bezette Korea. Waarom daar? Simpel: ik ben een Koreaan, dus dat ken ik. En het moest in de jaren dertig zijn omdat het boek een standenmaatschappij met aristocraten en dienstbodes veronderstelt, maar ook moderne instituties zoals een psychiatrisch gesticht.”

Dat Hideko’s oom Kouzuki zo’n merkwaardig hybride landhuis – half Japans, half Brits – heeft laten bouwen, is in het licht van de Koreaanse geschiedenis logisch, aldus Park. Korea, eeuwenlang doorgeefluik van Chinese cultuur naar Japan, klapte in de 19de eeuw volledig dicht. Park: „Wij werden een kluizenaarskoninkrijk terwijl Japan juist de luiken opendeed voor westerse cultuur, wetenschap en technologie. Daarom waren we weerloos tegen de Japanse bezetting. De koloniale tijd, 1910 tot 1945, was een tijd van defaitisme en uitzichtloosheid. Aanpassing was de enige optie, onze toekomst was Japans. Tegelijk met de Japanse werd de westerse cultuur geïmporteerd. Daarom wil een Koreaanse intellectueel als Kouzuki Japans én Brits zijn, dat is geen contradictie. Zo past hij in de nieuwe orde, denkt hij.”

The Handmaiden is een verhaal van intrige, bedrog en zelfbedrog waar de ruiten vaak beslaan. Seks is essentieel, vindt Park, maar hij kneep ’m wel. „The Handmaiden heeft volgens mij een prachtige plot die alleen werkt door in te zoomen op de schoonheid van het vrouwelijke lichaam. Je moet invoelen hoe erotisch de relatie tussen Sook-Hee en Hideko is. Maar het risico is wel dat de kritiek dan zegt: weer die male gaze en vrouwen die slechts als verlengstuk dienen van mannelijke lust. Als u dat zo ervaart, heb ik gefaald. Dan is het net zoiets als die pornografische voorlees-sessies voor perverse oude heren in mijn film.”