‘Goedkeuringswet Oekraïne-verdrag juridisch te vaag’

Ook is volgens de Raad van State onduidelijk wat de status is van de aanvulling op het verdrag, vooral voor Oekraïne.

Het kabinet heeft de steun van het parlement voor de goedkeuringswet nodig om de associatieovereenkomst alsnog te kunnen ratificeren. Foto Jerry Lampen/ANP

De juridische betekenis van de bindende aanvulling op het Oekraïne-verdrag is niet expliciet genoeg. Dat staat in een dinsdag gepubliceerd advies van de Raad van State (RvS), het belangrijkste adviesorgaan van de regering. Ook is volgens de Raad van State onduidelijk wat de status is van de aanvulling, vooral voor Oekraïne.

Op 15 december werd door premier Mark Rutte in Brussel een deal gesloten met de overige 27 regeringsleiders van de Europese Unie. In een aanvullende verklaring op het akkoord werd onder meer vastgelegd dat een ratificatie van het verdrag geen opmaat vormt voor een Oekraïens EU-lidmaatschap. Het kabinet heeft de goedkeuringswet, die voor advies naar de RvS is gestuurd, nodig om met toestemming van het parlement de associatieovereenkomst alsnog te kunnen ratificeren.

Advies

De RvS adviseert het kabinet de goedkeuringswet op twee punten aan te vullen. Beide punten hebben betrekking op het besluit dat de Europese leiders in december namen. De RvS stelt dat de toelichting bij het wetsvoorstel onvoldoende duidelijk maakt wat het besluit van 15 december juridisch wel en niet betekent:

“De toelichting zou dan ook aangevuld moeten worden in het licht van de verklaringen die de minister-president hierover heeft afgelegd in het debat in de Tweede Kamer op 20 december 2016. Hij heeft in dat debat gezegd dat de tekst van het associatieakkoord niet wordt gewijzigd; de meerwaarde van het besluit, aldus de minister-president, ligt er in dat juridisch bindend wordt vastgelegd hoe de lidstaten van de Europese Unie op een aantal specifieke punten omgaan met het associatieakkoord.”

Ook de status van het besluit is volgens de RvS onvoldoende duidelijk. In de toelichting bij het wetsvoorstel staat dat het besluit “een gezaghebbend instrument met internationaalrechtelijk gewicht is”. De RvS stelt dat de status vooral voor Oekraïne, dat het besluit niet heeft ondertekend, niet helder is.