Drie tips om minder te klagen (en je leven mooier te maken)

Anti-klaagcampagne Alweer de trein naar je werk gemist? Geef dan niet de NS de schuld, maar erken en accepteer je frustratie, zegt Sandra Brandt. Binnenkort begint haar cursus over een leven zonder klagen.

Foto iStock

Het weer, het verkeer, die collega die te weinig doet, een lastige baas: er is altijd wel een reden om te klagen. Maar wat als je dat gewoon eens niet meer zou doen? Coach en radiopresentatrice Sandra Brandt (43) gelooft dat het kan. En dat het leven er een stuk mooier op wordt, bovendien.

Zelf dacht ze altijd dat ze niet zo’n klager was. „Maar eigenlijk klaagde ik wel altijd over mensen die klagen. Het was pijnlijk om dat te beseffen”, vertelt Brandt. Ze besloot zichzelf daarom uit de dagen en 365 dagen niet meer te klagen. „Ik zal niet zeggen dat ik nu 100 procent klaagvrij ben, maar ik denk wel dat het me voor 85 procent lukt.” Met een jaarlijks initiatief probeert ze anderen nu te overtuigen ook te stoppen met klagen. Getuige de door Brandt opgerichte Facebookpagina deden vorige week bijna 15.000 mensen mee aan ‘Klaagvrije Maandag’.

Waarom mopperen we eigenlijk zo graag? Omdat het makkelijk is, denkt Brandt. „Je hoeft niet na te denken en je krijgt anderen gemakkelijk mee. Maar uiteindelijk blijf je een slachtoffer en verandert er niets.” Klagen is dus weinig constructief. Daarin ligt volgens haar ook het succes van Klaagvrije Maandag. „Het is iets heel herkenbaars: we vinden het allemaal vervelend als er veel geklaagd wordt. Maar het begint natuurlijk wel bij jezelf.”

Brandt spreekt bewust niet over ‘stoppen met klagen’. „Want dan ga je jezelf afbranden op elk moment waarop je tóch klaagt. Probeer in plaats daarvan blij te zijn met elk moment waarop je klaagvrij bent.”

Zeur niet over ‘de politiek’

Haar eigen klaagvrije jaar bracht meer intensiteit en meer echtheid in haar leven, vertelt ze. „Ik kreeg betere contacten met mensen, want ik praat alleen nog maar over wezenlijke dingen die echt zijn gebeurd.” Ze adviseert anderen hetzelfde te doen: zeur bijvoorbeeld niet over ‘de politiek’, maar over dingen die je echt zijn overkomen. „Je kunt het hebben over een vrachtwagen die je de pas afsneed op de snelweg en de doodsangst die je daarbij voelde. Dat is een werkelijke situatie en heel anders dan de veralgemening ‘die vervelende wegpiraten’ waarover we klagen.” 

De erkenning van je eigen behoeftes is volgens Brandt cruciaal als je echt klaagvrij wil zijn. „Je moet jezelf waardevol vinden en je eigen behoeften serieus nemen als je wil stoppen met klagen. Alleen dan kun je iets veranderen.”

Een voorbeeld: in plaats van iedere ochtend in de auto gefrustreerd te foeteren over ‘die foutparkeerders altijd’, kun je beter nagaan welke behoefte daar achter zit. Brandt: „In dit geval wil je waarschijnlijk kunnen vertrekken zodat je op tijd en ontspannen op je werk aankomt. Onderneem dan actie vanuit die behoefte: zoek de chauffeur van de foutgeparkeerde auto en vraag hem weg te rijden. Dan is de situatie opgelost.”

Slachtoffer van je gedachten

Nog een tip: ga niet veralgemenen en zoek geen schuldigen. „Het is niet altijd jouw trein die te snel wegrijdt. Probeer je niet te focussen op dingen die anders gaan dan verwacht. Accepteer het en probeer geen schuldige te zoeken.”

Als dat lukt, ontdek je een andere ‘snelweg’ in je hoofd, aldus Brandt: eentje waarbij je je wel bewust bent van je gedachten, maar er geen slachtoffer meer van bent. „Je zit zelf aan het stuur. Niemand verwacht dat je vrolijk wordt van een gemiste trein, maar zoek geen algemene schuldige. Erken en accepteer die vervelende gevoelens.” 

Die houding verander je natuurlijk niet met één klaagvrije maandag per jaar, en dat weet Brandt ook. Daarom werkt ze aan een boek en start ze binnenkort op haar website een e-cursus voor mensen die het net als zij een jaar lang willen proberen. „Zelf krijg ik er nu al veel voor terug: ik heb warmere contacten met mensen, ik heb meer oog voor mooie dingen en ik handel pro-actief: ik doe wat ik vind dat nodig is. Ik weet niet of ik gelukkiger ben, maar mijn leven is wel veel intenser geworden.”

© De Standaard