Opinie

    • Bert Pol

Oude partijen, stop de strijd en zeg de kiezer wat u bindt

Campagne voeren kan ook door te benadrukken wat partijen met elkaar gemeen hebben. Dat gaat tegen ‘oude reflexen’ in, maar het helpt de kiezer, schrijft Bert Pol in de Gedragscolumn.

De komende zes weken staan in het teken van de nationale freefight competitie, met een zinderende finale op 15 maart. Lijsttrekkers zullen geen hyperbool schuwen om elkaar te beschuldigen van onbetrouwbaarheid, wanbeleid en het verkwanselen van de nationale staatskas en veiligheid. Kan dat niet anders, vroeg Alexander Pechtold zich onlangs af. Na de verkiezingen hebben we elkaar weer nodig om een coalitie te vormen. Zonder de PVV bedoelt hij waarschijnlijk.

 Daar zit wat in. Wie zich in het openbaar heeft uitgesproken voor of tegen iets, is geneigd zich daar aan te houden. De eigen achterban verwacht dat ook en concurrenten zijn er als de kippen bij om de onderhandelaar te beschuldigen van gedraai. En dat komt harder aan dan ooit in een tijd waarin een fors deel van het electoraat politici beschuldigt van onbetrouwbaarheid. 

Er moeten gezamenlijke waarden zijn

Waarom doet men het niet eens anders? Waarom verenigen de ‘oude’ partijen zich niet om het hoofd te bieden aan het oprukkende front van PVV en jongere nieuwkomers die zich van de oude politiek afgekeerd hebben en kiezers van hen wegtrekken? In al hun partijpolitieke verschillen moeten er toch ook grotere gezamenlijke waarden te verdedigen zijn? Zoals een basaal positieve instelling jegens ‘de ander’, ongeacht herkomst en maatschappelijke positie? Ik zou denken: wat is er gemakkelijk voor een opponent om toe te zien hoe je tegenstanders elkaar bestrijden in plaats van jou?

Een begrijpelijke vrees voor zo’n aanpak zal zijn hoe de achterban van de oude partijen daarop gaat reageren. Wordt die boos als hun partij gaat samenwerken met een partij die gisteren nog de vijand was? Herkennen trouwe leden zich dan nog wel in hun partij? Of ervaren ze dat als een afbrokkeling van identiteit, terwijl zij toch primair kozen omwille van die identiteit.

Een duale identiteit is heel normaal

Maar identiteitsverlies is niet per se nodig. De identiteit van de eigen partij hoeft namelijk helemaal niet strijdig te zijn met een overkoepelende identiteit. Zo’n duale identiteit is heel normaal. Je kan je Zeeuw voelen èn Nederlander. En Nederlander èn Europeaan. Maar die overkoepelende identiteit die een aantal partijen met elkaar delen, moet dan wel als de wiedeweerga geëxpliciteerd en uitgedragen worden.

Zou men zo’n strategie kiezen, dan zal het nog een uiterste aan zelfbeheersing vragen om in het heetst van de strijd het hoofd koel te houden en niet te vervallen in oude reflexen. Er zal voortdurend een knagende twijfel zijn dat een of meer collega partijen hen een loer draaien en er met hun kiezers vandoor gaan. Het is het bekende prisoner’s dilemma.  Twee verdachten van een misdrijf worden afzonderlijk verhoord. Degene die bekent krijgt zelf geen straf, maar zijn collega 10 jaar. Bekennen ze geen van beiden, dan krijgen ze allebei 5 jaar. De vraag is, wat gaat de ander doen? Kiest hij voor zijn eigenbelang, dus geen straf krijgen waarvoor jij een hoge prijs betaalt? En wat ga je zelf doen?

Kortom, de strategie om samen een hoger doel te dienen vergt moed. Misschien de moed der wanhoop. 15 maart kan ook nu The Ides of March worden: de dag waarop de geschiedenis een andere loop zal nemen.

Bert Pol is verbonden aan de afdeling Communicatiewetenschap van de Universiteit Twente en vennoot van Tabula Rasa Den Haag. De Gedragscolumn verschijnt wekelijks en wordt geschreven door sociale wetenschappers.

    • Bert Pol