Recensie

Muziek die je moet laten meeleven met heroïek en triomf, maar dat niet doet

Operadirigent Jonathan Darlington heeft een neus voor dansante elegantie, maar in Fidelio kom je er daar niet mee. De muziek is zouteloos.

Foto Jan Hordijk

Een lastige opera is het, Beethovens Fidelio. Dun verhaaltje, complexe mix van brave humor en politiek drama. Maar ook: muziek die knettert van duister genie. Dát zal ook de overweging zijn geweest van het Orkest van de Achttiende Eeuw Fidelio nu voor het eerst uit te voeren.

Na het overlijden van nestor Frans Brüggen probeert het orkest zich onder verschillende gast-dirigenten her uit te vinden, met behoud van de bronzen karakterklank.

Dat kan goed gaan – of niet. Operadirigent Jonathan Darlington heeft een neus voor dansante elegantie, maar in Fidelio kom je er daar niet mee. Er zijn veel momenten waarop over de zuigende onderstroom van de muziek veel te luchtigjes wordt heen gespeeld. Daarbij probeert Darlington spanning op te bouwen met gewaagde temposchakelingen, die niet steeds vlekkeloos verlopen.

Dat de gesproken dialogen grotendeels zijn geschrapt, geeft de plot wel lekker veel vaart, en de kwaliteit van het jonge Rotterdam Symphony Chorus is ronduit een verrassing. Ook de solistische bezetting heeft sterke punten, met o.a. Katrin Kapplusch als charismatische Fidelio en Laetitia Gerards als frisse Marzelline. Tenor/veteraan Arnold Bezuyen is een power-Florestan van imposante draagkracht, maar maakt mezzo voce het meeste indruk.

Regisseur Jeroen Lopez Cardozo kiest voor effectieve eenvoud: trappen als wachttorens, een doodgraversschep als rekwisiet en een zeer strak marcherend gevangenenkoor zijn zijn troeven. Dat we Florestan meteen in zijn isoleercel zien creperen, maakt de plot rondom zijn als cipier vermomde echtgenote (‘Fidelio’) óók helderder. Maar uiteindelijk is het de muziek die je doet meeleven met onrecht, heroïek en liefdestriomf. En daar ontbreekt het zout.