Mode voor straks en voor nu meteen

De Amsterdam Fashion Week telde 23 shows, sommige kleurig, andere historiserend. De bezetting was prettig multicultureel.

Installatie van Sophie Hardeman. Foto Team Peter Stigter

Tijdens de Parijse modeweek showt Liselore Frowijn in een klein zaaltje, meestal een galerie. In Amsterdam krijgt ze de grote zaal van Amsterdam Fashion Week op het Westergasfabriekterrein makkelijk vol. Zondagavond keken meer dan 1.200 mensen naar de show van haar pre-fallcollectie en haar eerste ‘see now buy now-collectie’, die na de show meteen in haar webshop te koop was. Een verkoopmethode die meteen profiteert van de aandacht voor een show, en waarmee grote huizen als Burberry en Ralph Lauren als eersten experimenteerden.

Een deel van het publiek had een kaartje gekocht om de show te zien. Amsterdam Fashion Week is, in tegenstelling tot de modeweken in bijvoorbeeld Milaan en Parijs, een openbaar evenement. Op het Westergasfabriekterrein was het een mer à boire van zorgvuldig opgemaakte, sexy geklede jonge vrouwen, die tussen de shows door druk in de weer waren met het maken van selfies voor de sponsormuur.

In allebei de collecties had Frowijn stoffen gebruikt van Vlisco, het Nederlandse merk dat groot is in Afrika. In de pre-fallcollectie vielen de modieuze, gewatteerde jassen op, gecombineerd met witte werkmansbroeken. In de see now buy now-collectie zaten onder meer overalls, colberts en broeken van kleurig Vlisco-katoen. Een paar uur na de show waren de tikje clowneske sneakers – een samenwerking met Converse – net als de beanie en de T-shirts (m/v) al uitverkocht, de volgende dag een broek.

Meer ontwerpers die showden op de 26ste editie van de Amsterdamse modeweek kozen ervoor kleding op korte termijn aan te bieden.

Broodnodige jeugdige hipheid

Tess van Zalinge bijvoorbeeld; een deel van haar collectie is vanaf 31 januari te koop bij X Bank in Amsterdam. Haar door De Porceleyne Fles gesponsorde collectie was een ode aan de Nederlandse cultuurgeschiedenis. Bergen gebroken porselein in het decor, Delfts-blauwe taferelen (een blauwe versie van Vermeers Melkmeisje op een knielange trui, bijvoorbeeld) en schootjes met het plooiwerk van de molensteenkraag. Die ‘historische’ stukken werden gecombineerd met lingerie van wit lakplastic (zoals wel erg hoog opgesneden strings over grotere broekjes), wijde broeken en blouses. De beenkappen die veel modellen droegen, deden een beetje gekunsteld aan.

v.l.n.r. Trinhbecx, Tess van Zalinge en Liselore Frowijn

Foto’s Peter Stigter
v.l.n.r. Trinhbecx, Tess van Zalinge en Liselore Frowijn
Foto’s Peter Stigter

De tweelingzussen Truus en Riet Spijkers, die hun merk Sis al jaren op de modeweek showen, kwamen met herkenbare, pretentieloze, maar nog altijd frisse jurkjes, jasjes en broekpakken voor najaar 2017, en hun nieuwe, sexy jeanslijn met de toepasselijke naam Spijkers Denim.

Voor de broodnodige jeugdige hipheid zorgde onder meer de show van het jonge duo Trinhbecx (vrolijke, kleurige mode met een knipoog naar de jaren zestig en zeventig) en de installatie van Sophie Hardeman, een eveneens jonge ontwerper die ook in New York presenteert en jeansmode maakt met een fijne dosis camp. Op balen hooi zaten cowgirls en cowboys gekleed in haar piepkleine of juist heel grote ontwerpen, daarnaast werd de al even geestige film afgespeeld over een cowboy die Hardeman had gemaakt met Emma Westenberg. Hardeman had een gemengde cast in presentatie en film. Ze was niet de enige: zowel aan de kant van de ontwerpers als aan die van de modellen was de bezetting tijdens de 23 shows en presentaties prettig multicultureel.

Geen modellen bij de couturepresentatie van Edwin Oudshoorn, maar negen poppen, opgesteld tussen drijvende kaarsen. Het werd niet met zoveel woorden gezegd, maar dit was duidelijk een presentatie van bruidsjurken (en een bruidsbroekpak): bewerkelijk, mooi gemaakt, romantisch, wit. Kostbare stukken, maar in feite zeer commercieel: bruidsmode is voor veel Nederlandse modehuizen een belangrijke inkomstenbron.