Mensenhandelaar vaak niet gepakt door capaciteitstekort

Seksslaven Vrouwen uit Nigeria komen via mensenhandelaars in de thuisprostitutie. Als er al aangifte wordt gedaan, leidt het zelden tot arrestaties.

Een voodooritueel in Nigeria waarbij vrouwen onder meer nagels afstaan. Zo oefent de priester macht over ze uit. Foto Lorena Ros/Panos Pictures

Ze dronk kippenbloed, op aandringen van een voodoopriester uit Benin City. Die knipte onder luid getrommel en gezang haar haren en nagels af, en mengde die met menstruatiebloed tot een magisch brouwsel. Vervolgens legde de Nigeriaanse Blessing de voodoo-eed af: plechtig beloofde ze de 40.000 euro ‘schuld’ bij de mensenhandelaar in te lossen en te zwijgen over haar nieuwe baantje in Nederland. Bij verbreking van het pact, zei de voodoopriester, zou het noodlot haar familie treffen.

Blessing kwam terecht in de illegale thuisprostitutie in Amsterdam. Ze wist te ontsnappen toen de mensenhandelaar dronken was en de sleutels op tafel liet liggen. Ze deed aangifte, maar haar zaak werd geseponeerd: onvoldoende aanknopingspunten. Haar mensenhandelaar werd nooit gepakt. En nu moet Blessing waarschijnlijk terug naar Nigeria.

Zo gaat dat vaker in Nederland. Te vaak, concludeert het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (CKM) in een onderzoek dat deze woensdag verschijnt. De aanpak van de mensenhandel uit West-Afrika faalt. Handelaren worden nauwelijks vervolgd en de slachtoffers, meestal vrouwen en meisjes uit Nigeria, worden onvoldoende beschermd.

Wat gaat er mis?

Als een mogelijk slachtoffer van mensenhandel wordt aangetroffen, kan zij aangifte doen tegen de handelaar. Zolang die zaak dient, mag de vrouw legaal in Nederland blijven. Daarna kan zij in aanmerking komen voor een speciale verblijfsregeling die slachtoffers beschermt door ze hier te houden. Na aangifte is het voor veel vrouwen immers niet langer veilig om terug te keren naar hun land.

Het probleem, zegt het CKM, is dat Justitie niet genoeg opsporingscapaciteit vrijmaakt voor een goede aanpak van deze zaken, die vanwege hun internationale karakter vaak behoorlijk complex zijn. Daardoor wordt bijna 90 procent van de aangiften geseponeerd: de dader komt nooit in beeld, vervolging blijft uit.

Vaak weinig informatie

„Zo’n sepot hoeft niet te betekenen dat het verhaal van het slachtoffer niet klopt”, zegt CKM-hoofd Frank Noteboom. Vaak is er maar weinig informatie voorhanden om de dader te vinden; het meisje weet bijvoorbeeld alleen zijn voornaam. „Toch weegt de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst) zo’n sepot wel mee om te bepalen of iemand hier mag blijven. Kortom, de opsporing faalt, en omdat de opsporing faalt worden slachtoffers niet genoeg beschermd. Het is een catch-22.”

De opsporing faalt, en omdat de opsporing faalt worden slachtoffers niet genoeg beschermd. Het is een catch-22.

94 procent van de West-Afrikaanse vrouwen die aangifte doet van mensenhandel, krijgt geen verblijfsregeling en moet uiteindelijk terug naar het land van herkomst – of verdwijnt in de illegaliteit. „En dat maakt ze weer kwetsbaar voor mensenhandelaars.”

De achtergrond van de slachtoffers is vaak hetzelfde. Arm, laagopgeleid, opgegroeid zonder vader of moeder, en al voor hun vertrek naar Nederland seksueel of fysiek uitgebuit. Tientallen van zulke vrouwen, onder wie Blessing, kwamen terecht bij Rob Kelder, zorgcoördinator bij Fier, een behandelcentrum voor onder meer buitenlandse slachtoffers van mensenhandel. Het probleem: ze praten er niet over.

Ook Blessing hield de eerste maanden haar lippen stijf op elkaar. Uit angst. Ze was bang dat doorbreking van de voodoo-eed haar familie in gevaar zou brengen. En uit schaamte. Omdat ze in het verhaal van de mensenhandelaar was getrapt. Maar soms is betrokkenheid van een familielid als mensenhandelaar of ‘fixer’ de reden voor een slachtoffer om te zwijgen, zegt Kelder.

Met therapie en activiteiten, zoals handwerken en muziek, wordt die ban gebroken. Ook bezoekjes aan de kerk helpen de vrouwen herstellen. Soms wordt een priester ingezet om de vrouwen van hun voodoo-eed te verlossen. Zelf stelt Kelder zich de eerste weken afzijdig op, voor hij vragen stelt. „Sommige vrouwen gaan van hun stokje als ze hun verhaal doen.”

In België lukt het wel

Het CKM verwacht dat het aantal slachtoffers toeneemt. „Dat zien we in de landen om ons heen ook gebeuren”, zegt Noteboom. „We moeten hier nu in gaan investeren, meer dan het ministerie vorig jaar heeft toegezegd.” In 2016 kwamen 11.009 Nigeriaanse vrouwen aan in Italië, het jaar ervoor waren dat er nog 5.633. „Een deel belandt onherroepelijk in Nederland.”

In buurlanden als België, Frankrijk, Italië en het Verenigd Koninkrijk lukt het wél om West-Afrikaanse mensenhandelaren te pakken, zegt het CKM. Zo werden in Italië en Frankrijk tussen 2010 en 2012 respectievelijk 142 en 83 Nigerianen verdacht van mensenhandel, in België 21. In Nederland bleef de teller hangen op 4. Het CKM stelt voor om, net als in België, een speciaal politieteam op te tuigen dat zich richt op deze mensenhandel.

Daarnaast adviseert het CKM met klem om de vrouwen die aangifte doen, beter te beschermen. Noteboom: „Het is in Nederland zeer moeilijk om je slachtofferschap te bewijzen als er geen dader wordt gepakt. Daarom kiezen veel vrouwen uit deze kwetsbare groep ervoor helemaal geen aangifte te doen, maar eerst de reguliere asielprocedure te doorlopen: dan is de kans dat ze mogen blijven groter. Dat kan niet langer. Zonder aangiften verdwijnen ze al helemaal uit beeld.”

Blessing wacht op dit moment in asielzoekerscentrum Ter Apel op de uitkomst van haar asielaanvraag.

Correctie (15 februari 2017): In een eerdere versie van dit bericht stond dat in Italië en Frankrijk tussen 2010 en 2012 resp. 142 en 83 Nigeriaanse mensenhandelaren werden veroordeeld, en in België en Nederland 21 en 4. Dit is onjuist: het ging hier om verdachten en niet om veroordeelden. De fout is overgenomen uit het rapport Crisis in de maak van het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (CKM). Bij het CKM is de onjuistheid ontstaan door een vertaalfout van de oorspronkelijke bron. [red.]