Column

We gaan stoppen met het woord ‘papadag’

Column Japke-d. Bouma We worden overspoeld met kantoorclichés. Worden we daar beter van, vraagt Japke-d. Bouma zich wekelijks af.

Ik denk dat het woord ‘papadag’ ooit bedacht is door een ambtenaar die zichzelf heel modern vond, maar stiekem zo conservatief was als de opa van Sybrand van Haersma Buma. Want als ik ‘papadag’ hoor, zie ik altijd een grote pan spruitjes voor me, die al 44 minuten staat te koken.

Ik dacht dat het woord al jaren bij het grof vuil stond, naast de kwispedoor, de humidor en de kamferballen, maar nee, ik hoor het nog overal. Sterker nog, ik hoor het de laatste tijd ook hippe vaders zeggen, alsof ze hun kinderen als lifestyle zien. Donderdagavond squashen, zaterdag gaan ze hockeyen en ergens daar tussenin proppen ze hun kinderen in een papadag. We gaan stoppen met dat woord.

Waarom? Omdat iedereen zich eraan ergert – het staat al jaren hoog in de top tien van alle jeukwoordenverkiezingen – en omdat ‘papadag’ het vaderschap een slechte naam geeft. Want het impliceert dat het blijkbaar zó bijzonder is dat papa een dagje bij zijn kinderen is, dat die dag een aparte naam moet krijgen. De enige dag in de week dat papa papa is; papa, de parttime papa. Zes dagen in de week zorgt mama voor de kinderen en zit papa ’s avonds op de bank met een whisky en een sigaar op het eten te wachten. Maar één dag doet hij eens gek en blijft hij thuis en mag mama ’s avonds de rotzooi opruimen.

Jongens, ik zeg het nog maar even voor de zekerheid: net zoals je niet een beetje zwanger kan zijn, kan je ook niet een béétje papa zijn. Je bent altijd papa. Ook als je op je werk zit.

Ik vind het ook gewoon te zielig voor de kinderen, papadag. Dan zie ik betraande kindergezichtjes voor me, die vertwijfeld naar hun pappie opkijken als hij tegen ze zegt: „Vandaag is papa geen papa, jongens. Dat was gisteren.”

Sowieso dat hele onderscheid tussen werken en zorgen, dat is toch ook 1954 mensen. Want zoveel verschil is er nou ook weer niet hè, tussen thuis en werk. Ik heb geregeld van die dagen dat het op kantoor meer lijkt of ik tussen de kinderen zit die aandacht moeten, dan thuis. Collega’s die een hele GROTE nieuwe auto hebben en die graag willen laten zien, collega’s die mailtjes naar de baas sturen vanaf mijn scherm als ik even van mijn plek ben, of collega’s die hengelen naar een complimentje voor hun mooie tekening, pardon, PowerPoint.

Lees ook Japke-d’s column van vorige week: Hoe goed kan jouw baas luisteren?

En dan is er nog de overlast die het woord papadag veroorzaakt voor de hele maatschappij. Met van die papa’s die hun baby als een dossiermap op hun boekenplank zetten en thuis gewoon doorwerken. Of erger nog, van die papa’s die alles uit de kast trekken. Die niet gewoon thuis zitten en rustig een puzzeltje leggen met hun kinderen, maar die een heel schema hebben voor hun papadag. Die naar de kinderboerderij moeten om hun ‘kids’ te leren aarden met cavia’s, naar de babyyoga om ze meer in contact te brengen met hun lichaam en naar de Japanner om ze sushi te leren eten met stokjes. Dat zijn ook de papadagen dat niet alleen de vaders heel blij zijn dat het weer voorbij is, maar ook de kinderen opgelucht adem halen dat ze weer naar de opvang kunnen.

Vanaf vandaag gaan we papadag dus anders noemen. We noemen het ‘de dag dat je thuis bent met je kinderen’. De dag dat je niet op je werk papa bent, maar thuis. Een dag die zó vanzelfsprekend is, dat hij geen naam mag hebben.

Meer #kantoorclichés op Twitter via @Japked