Hoe Calamity Jane uitgroeide tot een lesbische heldin

Brimstone, de western van Martin Koolhoven die vorige week de status van gouden film bereikte met 100.000 bezoekers, is een van de uitzonderingen die de regel bevestigt. Westerns met een vrouw in de hoofdrol zijn met een lantaarn te zoeken. Maar als er een keer zo’n film voorbij komt, heet die vrouw vaak Calamity Jane. Weliswaar is er niet zo heel veel met zekerheid bekend over deze stevig drinkende, in mannenkleren gehulde vrouwelijke pistoolheld uit het Wilde Westen. Maar dat maakt haar juist zo geschikt voor allerhande legendevorming. Calamity Jane werd door vele sterren gespeeld, van Jean Arthur in The Plainsman (1937), Ellen Barkin in Wild Bill tot Robin Weigert in de televisieserie Deadwood. De bekendste is Doris Day, als titelheldin van de musical Calamity Jane (1953).

De plot van de film is uiteindelijk conventioneel en rolbevestigend, maar is de onderhuidse strekking van Calamity Jane dat ook? Doris Day speelt ‘Calam’, zoals ze consequent wordt aangesproken, vitaal en onbezorgd: dapper in gevecht met woeste indianen, opscheppend over haar heldendaden in de saloon, zich er nauwelijks bewust van dat haar positie stevig afwijkt van die van andere vrouwen. Dat verandert als ze een reis maakt naar het verre Chicago om een beroemde zangeres op te halen. Per ongeluk komt ze terug met haar dienstmeisje Katie Brown (Allyn McLerie). Tussen de twee vrouwen klikt het uitstekend. Katie trekt zelfs bij ‘Calam’ in.

Ondertussen zijn er ook allerlei liefdesperikelen rond de mannelijke personages, en aan het einde is iedereen netjes getrouwd. Maar die scènes verbleken bij de elementen van de film die juist afwijken. Doris Day, die zingt, schiet en paardrijdt tegelijk, maakt gehuld in een suède westernoutfit met haar krullen verstopt onder een pet meer indruk dan in de bloemetjesjurk waarin ze uiteindelijk verschijnt.

Het beroemde liedje uit de film, Secret Love, zingt ze in de film over een man; in ieder geval op het eerste gehoor. Maar de song groeide uit tot een lesbisch strijdlied, nadat zangeres k.d. lang het had opgenomen voor de documentaire The Celluloid Closet, over homoseksualiteit in Hollywood. Ook het lied A Woman’s Touch, een duet van Katie en Calam over het huishouden, valt op meerdere manieren uit te leggen.

Hollywood maakt weinig films die buiten de norm vallen, maar het publiek hoeft zich daar niet altijd iets van aan te trekken. Wie in het verleden op de een of andere manier afweek, was geoefend in het zoeken naar hints en kleine momenten, die blootlegden wat eigenlijk niet mocht worden gezegd of getoond. Nu zulke taboes deels zijn geslecht, gaat het tussen de regels door lezen en zoeken naar dubbele bodems nog steeds door – alleen mag er nu om worden gelachen. Dan is het camp. Of de filmmakers dat ook allemaal zo bedoeld hebben, doet er eigenlijk niet zoveel toe.