Een roze advocaat voelt vooral vertrouwd

Rechtsbijstand Omdat ‘roze’ recht een vak apart is, richt een aantal juristenkantoren zich speciaal op LHBT’ers (lesbiennes, homo’s, bi’s en transgenders): „Veel vrouwen gaan ook liever naar een vrouwelijke huisarts.”

Foto iStock, beeldbewerking NRC

Een roze notaris of advocaat, is daar behoefte aan? „Mijn cliënten willen vooral niet alles tot in den treure uit hoeven leggen.” Want de ergernis, die zit ‘m vaak in kleine dingen. Een samenlevingscontract waarin steeds gesproken wordt van ‘hij’ en ‘zij,’ terwijl het koppel uit twee mannen bestaat. Een telefoonabonnement dat niet kan worden aangepast wanneer meneer Jansen mevrouw Jansen wordt, omdat het ‘niet overdraagbaar’ is. Een gespecialiseerde notaris of advocaat kan daar bij helpen.

Zo’n 4 tot 7 procent van de Nederlanders is bi- of homoseksueel, ongeveer 0,4 procent beschouwt zichzelf als transgender. Net als ieder ander hebben deze groepen soms juridische hulp nodig, alleen zijn hun vragen vaak net even anders. Hoe zit het met juridisch ouderschap, als een kind twee moeders heeft bijvoorbeeld? En kan een homoseksuele partner aanspraak maken op de erfenis, als het stel geen samenlevingscontract heeft? Een aantal juristenkantoren richt zich daarom specifiek op de doelgroep van LHBT’ers (lesbiennes, homo’s, bi’s en transgenders). Omdat het een vak apart is, maar ook omdat er nog altijd veel LHBT’ers zijn die zich niet welkom voelen op een regulier kantoor.

Schaamte

Zo was Gaylegal het eerste roze kantoor van Nederland. Het werd in 2012 opgericht door advocaat Gerald Janssen, zelf ook homoseksueel. Hij merkte dat er vanuit de LHBT-gemeenschap behoefte was aan een alternatief, roze kantoor. Vanwege de specifieke kennis die bij veel juridische zaken hoort, maar ook omdat LHBT’ers iemand zoeken die vertrouwd is met hun situatie. „Als ik bijvoorbeeld te maken krijg met een homostel dat wil scheiden, omdat één van de twee een misstap heeft begaan – hij heeft tegen de afspraken in een darkroom bezocht bijvoorbeeld –, dan heb ik aan een paar woorden genoeg. Bij een reguliere advocaat zouden ze zich misschien schamen.”

Ook bij Akycha Tegelaar van juridisch advieskantoor Kroes & Tegelaar speelde mee dat ze zelf ervaringsdeskundige is. Ze heeft twee kinderen die zij samen met haar ex-vrouw in co-ouderschap opvoedt, en is gespecialiseerd in familie- en erfrecht. Hoewel ze zich niet direct profileert als roze jurist, zijn ongeveer 70 procent van haar cliënten LHBT’ers. „Meestal komen die bij mij terecht via mijn eigen netwerk. Ik houd regelmatig juridisch spreekuur op het COC in Leiden en Den Haag en geef lezingen voor homoseksuele stellen met een kinderwens, dus mensen weten me wel te vinden. Een speciale website of roze label was in mijn geval niet nodig.”

Pestende collega’s

Advocaat Désirée Maes, aangesloten bij Trompenburg Advocaten, heeft zich met haar label ‘de roze advocaat’ wél duidelijk geprofileerd. Maes: „Het begon met een lesbisch getrouwd stel dat samen een kind zou krijgen. De moeder die níet zwanger was wilde advies over de adoptie van het kind, omdat dat toen de enige manier was om juridisch ouder te worden. Op dat moment realiseerde ik me dat de wet behoorlijk discrimineert op bepaalde punten. Was ze een man geweest, dan was adoptie helemaal niet nodig geweest.”

Maes besloot zich daarom te specialiseren. Ze doet vooral zaken binnen het familierecht, maar ook op andere rechtsgebieden staat ze roze cliënten bij. Als er sprake is van arbeidsdiscriminatie, bijvoorbeeld. „Die zaken zijn altijd lastig. Het is bijna nooit zo dat ik discriminatie een op een kan aantonen. Een mailtje met: ‘Sorry Jan, maar gezien je geaardheid kom je niet in aanmerking voor promotie’, dat komt natuurlijk nooit voor.” Discriminatie vindt meestal heimelijk plaats: grapjes die net te ver gaan, iemand niet uitnodigen voor een borrel, kleine pesterijtjes.

In zulke zaken kiest Maes daarom bijna nooit voor procederen, maar probeert ze liever te bemiddelen. Bijvoorbeeld door in gesprek te gaan met de pestende collega of manager, en het gedrag aan te kaarten. Wanneer aantoonbaar is dat een werknemer promotie had moeten krijgen omdat hij bijvoorbeeld een uitstekende beoordeling gekregen heeft, maar tóch gepasseerd is, dan kan dat wel aangevochten worden. „Maar ook daar geldt: het is niet ideaal. Vaak is de arbeidsrelatie dan al zo verziekt, dat de werknemer liever ergens anders aan de slag gaat.”

Zelf is Maes hetero. Maakt dat uit, als roze advocaat? Die vraag heeft ze zichzelf in het begin wel gesteld, maar in de praktijk levert het geen problemen op. Bovendien vragen haar cliënten er eigenlijk nooit naar. Advocaat Janssen is daarentegen stelliger: voor Gaylegal is het ‘voor en door-principe’ een vereiste. Mocht zijn kantoor in de toekomst gaan uitbreiden, dan zal hij dat enkel doen met advocaten die zelf ook LHBT’er zijn. „Ik beschouw dat juist als de kracht van het concept.”

Uit de kast op je werk

Vaak kiezen LHBT-cliënten niet alleen voor een roze jurist vanwege de vakkennis, maar ook omdat ze zich niet thuis voelen op een regulier kantoor. Maes: „Ik heb hier weleens een transgender gehad die bij een ander kantoor niet serieus genomen werd. Dat gebeurt, helaas.” Een kwalijke zaak, erkent ook Tegelaar, maar tegelijkertijd benadrukt ze dat een voorkeur voor roze juristen niet altijd te maken heeft met discriminatie. „Veel vrouwen gaan ook liever naar een vrouwelijke huisarts. Niet omdat ze gediscrimineerd worden door mannelijke artsen, maar omdat ze dat nu eenmaal prettiger vinden.”

Bovendien waait ook bij veel reguliere kantoren tegenwoordig een roze wind. Zo is advocaat Boudewijn Smit, zelf werkzaam bij advocatenkantoor NautaDutilh, een van de initiatiefnemers van Forward: een netwerk voor LHBT-juristen. Inmiddels zijn er bij Forward ruim driehonderd juristen aangesloten (roze en niet-roze) en 22 advocatenkantoren.

Smit: „We proberen de zichtbaarheid en acceptatie van LHBT-juristen te vergroten. Op die manier hopen we bij te dragen aan een open omgeving waarin iedereen zichzelf kan zijn, waardoor het bijvoorbeeld gemakkelijker is om uit de kast te komen op het werk.” Maar het is bedrijfstechnisch ook slim, denkt hij: „Uit onderzoek blijkt dat meer diversiteit leidt tot betere bedrijfsresultaten. Sommige cliënten vragen zelfs specifiek naar een divers team voor de behandeling van hun dossiers.” LHBT-vriendelijk zijn als organisatie loont kortom, vindt hij.

Smit is zelf homoseksueel en al jaren samen met zijn partner. Op zijn werk heeft hij nooit problemen gehad vanwege zijn geaardheid. Toch komt het wel voor, zegt hij. „Kleine dingen kunnen er al voor zorgen dat LHBT’ers zichzelf niet durven te zijn. Zo ken ik iemand die net bij een nieuw bedrijf was begonnen, toen er aan de lunchtafel een flauwe grap werd gemaakt over de Gay Pride. Vervolgens durfde die jongen niet meer uit de kast te komen op zijn werk.”

Een commercieel besluit

Een ander probleem is het imago dat aan de advocatuur kleeft, denkt Smit – met name op de Zuidas, waar hij zelf werkt. „Zelf heb ik ook getwijfeld of ik hier wel zou passen: het leek me een erg mannelijke werkomgeving. Die gedachte hoor ik ook vaak van LHBT-studenten, die nog rechten studeren. Terwijl het in de praktijk dus wel meevalt. Blijkbaar loopt de beeldvorming achter op de feiten.”

De komst van roze kantoren ziet Smit vooral als een commercieel slimme ontwikkeling. „Ik kan me goed voorstellen dat hier een niche voor bestaat. Mijn vriend en ik hebben het bijvoorbeeld regelmatig over kinderen, wat betekent dat we tegen een hoop obstakels zullen oplopen. Dan is het fijn als de jurist goed op de hoogte is.”

Ook de oprichting van Gaylegal was deels een commercieel besluit, zegt Janssen. „In de gehele advocatuur specialiseren steeds meer kantoren zich. Ik wilde daarom een niche kiezen die dicht bij mezelf ligt, en waar duidelijk behoefte aan was.”

Gaan we de komende jaren meer roze kantoren zien? Het zou Maes niets verbazen. „Er zijn 13.000 advocaten in Nederland, dus ik kan me voorstellen dat daar ook steeds meer LHBT-juristen tussen zitten. Maar hopelijk realiseren ze zich dan wél dat dit een vak apart is, waarin je je dient te verdiepen. Met alleen een roze website en een leuke bedrijfsnaam kom je er niet.”