Column

Een heilloze weg, die niet in ons belang is

Op 28 juni 1989 hield Slobodan Milosevic een rede voor een miljoen Serviërs bij de herdenking van de slag op het Merelveld. Zeshonderd jaar eerder hadden de Serviërs zich daar verzet tegen de oprukkende Ottomanen. Milosevic’ rede wordt algemeen gezien als het startpunt van de burgeroorlog die het voormalige Joegoslavië het daarop volgende decennium verscheurde. Sluimerende tegenstelling tussen Servisch-orthodoxe christenen en moslims werden na decennia van relatieve vrede opnieuw tot leven gewekt.

Dat bleek verrassend eenvoudig. Een overval hier, een moord daar, een platgebrand huis, en publieke verdachtmaking van de andere geloofsgroep als de dader waren voldoende. In dat soort gepolariseerde verhoudingen is het als dorpsbewoner onmogelijk neutraal te blijven. De Servisch-orthodoxe christen die zijn contacten met moslims warm houdt, is een verrader; partij kiezen is een brandverzekering. Al heel snel stonden jonge mannen met ambitie in slagorde opgesteld en Milosevic kreeg zo zijn gewenste rol als hun leidsman. Wat volgde is een schandvlek op de verder zo succesvolle vredespolitiek in het naoorlogse Europa.

Op 11 september 2001 herhaalt Osama bin Laden een dergelijk kunststukje voor het oog van de camera’s. De beelden van de instortende Twin Towers staan als symbool van haat in ons geheugen gegrift. Ik herinner me goed hoe mijn zoon me die dag ontzet op mijn werk belde. Bin Ladens inspanningen om radicale islamitische strijders te verenigen werd beloond. Vanaf dat moment was hij de onbetwiste leider van de islamitische jihad die de christelijke hoogmoed ten val beloofde te brengen. Milosevic en Bin Laden: het zijn twee kanten van dezelfde medaille. Zij verenigen de radicalen aan weerszijden van een zorgvuldig opgetrokken scheidslijn tussen de islam en de joods-christelijke traditie.

Het succes van Milosevic en Bin Laden is verbazingwekkend geweest.

Het succes van Milosevic en Bin Laden is verbazingwekkend geweest. Kijk in ons eigen Nederland. Er is een hele industrie van wetenschappers en opiniemakers die zorgvuldig bezig is die overbrugbare kloof verder uit te diepen. De angst voor islamitische aanslagen is overal voelbaar, er is nauwelijks een partij die er niet over spreekt. Toch is er in Nederland slechts één slachtoffer gevallen door islamitische terreur tegen de joods-christelijke traditie: de weerzinwekkende moord op Theo van Gogh in 2004, die ons nog steeds bezighoudt. Elders in Europa vielen meer slachtoffers, in London, Madrid, Parijs, Brussel, Nice, Berlijn. Maar hoeveel zouden het er alles bij elkaar zijn? Duizend misschien? En hoeveel islamitische slachtoffers zijn er sinds de val van de Muur in Europa gevallen als gevolg van christelijke terreur? Ik zou het niet weten. Als ik het moest onderzoeken zou ik in Srebrenica beginnen, waar het onder onze ogen is gebeurd. Het waren er in ieder geval meer dan duizend.

We zijn beland op een heilloze weg, die niet in ons belang is. Negenhonderdduizend Turkse en Marokkaanse Nederlanders gaan hier niet meer weg. Zonder hun arbeidskracht komt onze economie krakend tot stilstand. Het geeft geen pas hen als tweederangs burgers te behandelen. Als kiezer die er zo over denkt, voel ik me door de politiek vreselijk in de steek gelaten. Geen idee waar ik op moet stemmen – en ik ben vast niet alleen. Na de oorlog hebben we de scheidslijn tussen joden- en christendom zorgvuldig opgelost, als suiker in water. Mijn voorspelling: dat zal op termijn ook gebeuren met die tussen de islam en de joods-christelijk traditie. We kunnen alleen maar hopen dat daar niet eerst een nieuwe ramp voor nodig is.

Coen Teulings is econoom en hoogleraar aan de universiteiten van Cambridge en Amsterdam.