‘Dit is een racistische partij. Punt uit’

Lucas Belvaux Voordat zijn politieke drama Chez nous te zien was, was het Front National al boos. Dat zal na de première op IFFR niet anders zijn. „Ik denk dat ze nog bozer zijn.”

Voordat de film ergens te zien was kreeg Chez nous er al van langs van de politieke leiding van het Franse Front National, louter op basis van de eerste beelden op internet. „Dat is typerend voor hoe een totalitaire partij de wereld beschouwt”, zegt regisseur Lucas Belvaux op het Rotterdams filmfestival, waar zijn politieke drama Chez nous maandag in wereldpremière ging. „Als er iets gezegd wordt wat niet in hun straatje past, wordt dat meteen aangevallen en buiten de orde geplaatst. Nog voor ze de film konden zien, raden ze hun achterban al af om naar de film te gaan kijken. Ze willen niemand de kans geven om zelf na te denken. Alleen de visie van de eigen partij telt.”

In Chez nous laat verpleegster Pauline (Emilie Dequenne) zich verleiden om zich kandidaat te stellen als burgemeester in haar woonplaats in Noord-Frankrijk voor een populistische partij die veel trekken heeft van het Front National. De partij zou het extreem-rechtse verleden achter zich hebben gelaten. Maar gaandeweg komt ze erachter dat neo-fascistische opvattingen en methoden achter de schermen nog steeds een grote rol spelen in de partij.

Uw film komt twee maanden voor de presidentsverkiezingen in Frankrijk uit, waarbij Marine Le Pen en het Front National hoge ogen gooien. Dat is een bewuste keuze?

Regisseur Lucas Belvaux. Foto Alain Jocard/AFP

„Natuurlijk. De film wil een bijdrage leveren aan het maatschappelijke en politieke debat. Als de film pas na de verkiezingen in de bioscoop zou komen, zijn we te laat. In de afgelopen tien jaar is het Front National zich steeds meer gaan voordoen als een min of meer normale partij, om meer kiezers te bereiken. Mensen zijn daar ook steeds meer in meegegaan. De partij van Marine Le Pen zou een heel andere zijn dan die van haar vader, Jean-Marie Le Pen. Maar aan het Front National kleven nog steeds al de gevaren van een extreem-rechtse, racistische partij. Dat laat ik heel precies en gedetailleerd zien.

„Een speelfilm is beter in staat om die boodschap over te brengen dan een televisiereportage, een documentaire of een artikel in de krant. Met een speelfilm kun je onder de huid kruipen van de personages, hun gevoelens laten zien, hun hoop en angsten. Daar kun je veel meer mensen mee bereiken.”

Het Front National was vooraf verontwaardigd over het personage dat u op Marine Le Pen baseerde, maar zij komt er eigenlijk niet zo slecht af. Maar de partij in de film is wel compleet verstrengeld met neonazi’s.

„Ik denk dat ze nog bozer zullen zijn als ze de film eenmaal hebben gezien. Maar alles wat ik in de film laat zien, is gebaseerd op de werkelijkheid. Elke gebeurtenis is gebaseerd op incidenten die zich ook daadwerkelijk hebben voltrokken. Ik heb veel research gedaan, in de pers, online, en ook aan de eigen literatuur van het Front National heb ik veel gehad.

„Ik heb de film in de eerste plaats gemaakt voor de mensen die op het Front National stemmen. Ik ben er zeker van dat voor minstens de helft van die kiezers geldt, dat ze zich in de luren hebben laten leggen. Aan hen wil ik laten zien dat het racisme en antisemitisme echt in het DNA van de partij zit. Dat is een ideologie die alleen maar kan leiden tot oorlog en bloedvergieten. Het Front National is uitsluitend overal tegen: tegen kunst, tegen immigratie, tegen buitenlanders, tegen Europa. De partij bestaat alleen bij de gratie van confrontatie. Daarom is het bijna onmogelijk om met ze in debat te gaan.”

Toch is uw hoofdpersoon, Pauline, die actief wordt voor de partij, een sympathieke vrouw. Waarom?

„Omdat die mensen bestaan. Dat idee is ontstaan toen ik werkte aan mijn vorige film, Pas son genre. Die film ging over een jonge kapster afkomstig uit dezelfde streek, Pas- de-Calais. Zij is een alleenstaande moeder met twee kinderen, die een verhouding krijgt met een docent filosofie uit Parijs. Hun relatie loopt spaak, omdat de culturele afstand tussen hen te groot blijkt te zijn. Terwijl ik aan die film werkte, begon ik me af te vragen op welke partij de kapster, zou stemmen. Dat kon best het Front National zijn.”

Pauline is politiek wel erg naïef.

„Van alle nieuwe politici van het Front National die twee jaar geleden bij de gemeenteraadsverkiezingen in Frankrijk zijn gekozen, is bijna dertig procent alweer uit de partij en uit de politiek gestapt. Dat zijn mensen die dachten dat ze actief waren geworden voor een normale politieke partij, en die er pas later achter kwamen hoe de partij echt in elkaar zit. Dat zou je naïef kunen noemen. De aanhang heeft vaak het idee dat het Front National de enige politieke partij is die nog naar hen luistert. Daarom sluiten ze zich af voor elke boodschap die negatief is over de partij. Pas als ze echt worden geconfronteerd met de schaduwkanten van de partij, vallen hun de schellen van de ogen. Dan blijkt ineens dat mensen nergens meer zelfstandig een mening over mogen hebben, en dat de partij wel degelijk racistisch is.”

Maar je kunt het succes van populisten toch niet begrijpen, als je niet óók de problemen serieus neemt waar hun kiezers mee worstelen?

„In Europa zijn we er in de afgelopen vijftig jaar aan gewend geraakt om sociale vooruitgang te boeken. Maar de laatste jaren maken we juist een sociale achteruitgang mee. Mensen verliezen daardoor hun geduld en hun vertrouwen. De vrije markt gaat niet alles oplossen, zoals te lang is gedacht. De mens moet weer centraal staan, niet alleen de economie.”

Chez Nous draait op het International Film Festival Rotterdam, en vanaf april in Nederlandse bioscopen.