De schade van een moord

Moord is een kwestie van strafrecht maar ook de civiele rechter kan een rol spelen – als de eiser tenminste zijn schade goed documenteert en investeert in een rechtszaak. Zelfs psychische schade is dan te verhalen op de dader. De rechtbank Den Haag kende een 24-jarige hbo-studente compensatie toe voor onder meer de posttraumatische stressstoornis die ze overhield aan de moord op haar vader. Hij werd in 2015 doodgestoken door de ex van zijn partner. De dochter had haar vader dood op straat zien liggen. Door het drama loopt zij studievertraging op en krijgt ze therapie. Ze eist van de dader voor het restant van haar studie het gederfde levensonderhoud op het niveau dat ze van haar vader gewend was (75.709 euro), de kosten van de uitvaart (13.307 euro), de studievertraging (19.575 euro), de shockschade (25.000) en de kosten voor de berekeningen (3.078).

Over de shockschade zegt de rechter dat voor verdriet geen compensatie mogelijk is, maar wel voor de gevolgen van een directe confrontatie met het incident. De dochter liep langs het lichaam van haar vader toen ze door de politie uit huis werd begeleid. Daardoor is zij „in haar persoon aangetast”. Na vergelijking met andere gevallen oordeelt de rechtbank dat 10.000 euro billijk is.

Van de overige geëiste bedragen wijst de rechtbank alleen de studievertraging en de kosten van de claim ongewijzigd toe. Bij de andere claims wordt gekort. De moordenaar moet uiteindelijk ruim 52.000 euro betalen.

ECLI:NL:RBDHA:2016:15321
    • Folkert Jensma