De albums van deze week: veelzijdige folk en tijdloze schoonheid

Dankzij Ann Hallenberg staan de castraten even op uit de dood. Operadiva Renée Fleming paart zich juist met hedendaags werk, van Hillborg en Björk.

  • ●●●●●

    Japandroids: Near To The Wild Heart Of Life

    Near To The Wild Heart Of Life Rock: Groots en meeslepend, voor minder doet het Canadese rockduo Japandroids het niet. Hoewel zanger/gitarist Brian King en drummer/zanger David Prowse zich als compact tweemanschap voegen in de traditie van The White Stripes en Royal Blood is hun muziek minder bluesgeoriënteerd en brengen ze grote emoties in breed uitwaaierende, galmende rocksongs. Bruce Springsteen is een rolmodel en op hun derde album Near To The Wild Heart Of Life stapt het tweetal af van het principe dat alles live in de studio gespeeld moest worden. In het bombastische ‘Arc Of Bar’ zorgen een synthesizer en een dameskoor voor verhoogd drama, terwijl ‘No Known Drink Or Drug’ vurig betoogt dat er geen grotere kick is dan de liefde. Intense muziek waarin de boog van de heilige inspiratie altijd gespannen blijft. Jan Vollaard

  • ●●●●●

    Foxygen: Hang

    Hang Pop: Het lijkt erop dat het Californische duo Foxygen zijn vorm gevonden heeft. Na omwegen langs morsige psychedelica, rommelige optredens en zelfs een aangekondigde opheffing in 2013, is het duo nu aanbeland bij een verzorgde, maar nog altijd eclectische muzikale stijl. Het vijfde album Hang biedt muzikaal meesterschap waar klassieke genres als Broadway-musical, country & western, en hitparade-rock in doorklinken. Sommige liedjes zijn onweerstaanbaar door hun weelderige melodie en zelfverzekerde sjeu. Als de warme zangstem je al niet verleidt dan doen de strijkers dat wel. Maar Hang is ook te pompeus, te glad, teveel ‘Broadway’. De ruige uitstapjes zijn ingeruild voor de stalen perfectie van jaren zeventig-acts als Billy Joel, en dat is een gemis. Wellicht krijgt Foxygens gekte bij hun concerten nog ruimte. Hester Carvalho

  • ●●●●

    Renée Fleming, Royal Stockholm Philharmonic Orchestra o.l.v. Sakari Oramo: Distant Light

    Distant Light Opera: Operadiva Renée Fleming richt zich de laatste tijd meer op het concert- en liedrepertoire. Op Distant Light paart zij de eigentijdse Anders Hillborg aan Barbers ‘Knoxville’ en Björk. Hillborg is een klankalchemist met een feilloos gevoel voor dosering. In ‘The Strand Settings’ stelt hij zijn wonderlijke timbremengsels geheel ten dienste van de vocale lijn. Fleming kleurt die veelzijdig in: van fluistertonen in ‘Black Sea’ tot een scherpgerande spreekstem en hysterische uithalen in ‘Dark Harbor XXXV’. Als Hillborg uitpakt, weet je niet wat je hoort. Het iriserende C-groot in de openingsmaten van ‘Dark Harbor XX’ is van een raadselachtige schoonheid. Symfonische bewerkingen van popsongs zijn zelden zo overtuigend als het origineel, maar arrangeur Hans Ek flikt het. Een dromerige lichtheid kenmerkt zijn Björk-makeovers, waarin Fleming haar gewoonlijk gulle stem een paar maatjes slanker laat klinken. Joep Christenhusz

  • ●●●●

    Ann Hallenberg & Les Talens Lyriques o.l.v. Christophe Rousset: Farinelli

    Farinelli Klassiek: De wonderstemmen van castraten kennen we slechts uit overlevering. Ze zongen de topnoten van vrouwen met de longinhoud van mannen. Maar de raspaarden van de opera stierven uit in de negentiende eeuw. De grootste onder hen, Farinelli, spreekt nog altijd tot de verbeelding, hoewel we nooit zullen weten hoe hij klonk. Mezzo Ann Hallenberg en dirigent Christophe Rousset brachten een eerbetoon aan de castraat. Een van de vele de laatste jaren. Maar in dit geval gaat het om een gouden combinatie: de van diepe kleuren en warmte verzadigde stem van Hallenberg en het meeslepende gevoel voor timing van Rousset en zijn Les Talens Lyriques. De Franse dirigent blonk enkele jaren terug in Amsterdam al uit in de Händel-opera’s: Tamerlano en - met name - Alcina. Hij kan de hartslag van de muziek en die van de luisteraar laten samenvloeien. En dan is de emotionele kracht van de noten op zijn sterkst. Joost Galema

  • ●●●●

    Tift Merritt: Stitch Of The World

    Stitch Of The World Rock: In haar boot is plaats voor iedereen, zingt Tift Merritt in het prachtige lied ‘My Boat’. Niemand heeft voorrang en niemand wordt achtergelaten. Het is geen politiek lied, maar het maakt op roerende manier iets universeels van het persoonlijke. Op haar zesde album The Stitch Of The World brengt Merritt een hoognodig Amerikaans geluid van compassie en inlevingsvermogen. Haar troostrijke stem ademt warmte en bespiegeling, terwijl ze haar eigen worstelingen met de liefde bespreekt in ‘Heartache Is An Uphill Climb’ en ‘Love Soldiers On’. Ze rockt in ‘Proclamation Bones’, zingt de sterren van de hemel in folksong ‘Icarus’ en schittert in de countryballade ‘Something Came Over Me’. Tijdloze schoonheid voor een wrede wereld. Jan Vollaard

  • ●●●●

    Julie Byrne: Not Even Happiness

    Not Even Happiness Folk: De Amerikaanse zangeres Julie Byrne laat een ander geluid horen: haar tweede album Not Even Happiness klinkt nog minimaler en dwalender dan bijvoorbeeld Laura Marling. Het eerste nummer heet ‘Follow My Voice’ en dat is precies hoe de muziek tot stand lijkt gekomen: als een mijmering waar akkoorden op akoestisch gitaar omheen gedrapeerd zijn. De instrumentaties zijn spaarzaam, maar wat te horen is (gitaarakoorden, hobo’s) heeft een ronde, volbloedige klank, waarbij Byrne’s statige stem gloedvol afsteekt. Nummers als ‘Melting Grid’ en ‘Sea As It Glides’ kregen voorzichtige maar effectieve melodieën. Lees de hele recensie: Zo veelzijdig kan volksmuziek zijn
    Hester Carvalho

  • ●●●●

    Mark Eitzel: Hey Mr Ferryman

    Hey Mr Ferryman Folk: Mark Eitzel past zowel in het folk-lemma, als bij de singer/songwriters. De 57-jarige voormalige voorman van de Californische band American Music Club, van wie een tijdje niets vernomen werd, heeft zijn talent opnieuw opgepoetst. Dat leidt tot het uitzonderlijk gevoelige en sfeervolle Hey Mr Ferryman. Zijn verhalende, ‘folky’ stijl kreeg dit keer een ‘Wall of Sound’-aankleding. Eitzels ontheemde melodieën, werden door producer Bernard Butler omhuld met een warm weefsel van akoestische klanken, strijkers en engelachtige vrouwenkoren. Zijn stem is gedragen, met een ironische nuance, afwisselend glijdend van ernstig laag naar hoog en teder. Lees de hele recensie: Zo veelzijdig kan volksmuziek zijn Hester Carvalho

  • ●●●●●

    Austra: Future Politics

    Future Politics Folk: Austra is de band uit Canada, rond zangeres Katie Stelmanis en producer/remixer Maya Postepski. Hun muziek valt te omschrijven als ‘folk-tronics’. Hoog uitwaaierende zangstemmen, met hier en daar een pastorale galm, worden plotseling overstemd door wervelende elektronica. Alsof de stem van Stelmanis wordt meegesleurd door een windhoos, zo klinkt het zinderende ‘I’m a Monster’. De liedjes op dit verleidelijke derde album hebben zowel stevige beats, als luchtig langswaaiende synthesizer-deuntjes. Daarmee klinkt Future Politics als een hedendaagse pop-versie van folkmuziek.Lees de hele recensie: Zo veelzijdig kan volksmuziek zijn Hester Carvalho