Opinie

    • Frits Abrahams

De affaire (3)

Vorige week schreef ik onder het kopje ‘De affaire’ twee columns: de eerste over een mogelijk gefantaseerde liefdesgeschiedenis, de tweede over een waargebeurde. Het eerste stukje was gebaseerd op een column uit een bundel uit 1977 van de Amerikaanse columnist Art Buchwald. Hij vertelt het verhaal door van een vriend, die zijn huwelijk probeert op te frissen door samen met zijn vrouw een (over)spel te spelen. Ze doen alsof ze elkaars minnaar in een buitenechtelijke relatie zijn. Ze maken ‘heimelijke’ afspraakjes om elkaar in de stad en in een motel te treffen, waarna ze afscheid nemen en elkaar ’s avonds weer thuis ontmoeten, alsof er niets gebeurd is.

Enkele lezers maakten mij erop attent dat zij min of meer hetzelfde verhaal herkenden uit het toneelstuk The Lover van Harold Pinter, uit 1963. Dat veroorzaakte bij mij een verheugde aha-erlebnis: dit zou de verklaring kunnen zijn voor het feit dat sommige elementen uit Buchwalds column mij vaag bekend waren voorgekomen. Ik ben een Pinter-liefhebber en vroeg me af of ik The Lover misschien ooit op tv had gezien.

Dat zou goed kunnen, ontdekte ik, want de NOS-tv zond in 1988 acht stukken van Pinter uit, waaronder ook The Lover (De minnaar), in de regie van Mette Bouhuijs en met Will van Kralingen en Kees Hulst in de hoofdrollen. Die versie is op YouTube te zien, evenals trouwens de originele eenakter zoals die in 1963 door de BBC-tv werd uitgezonden. De Nederlandse versie is seksueel heel wat explicieter dan de Engelse, maar dat zal wel komen door de 25 jaar die ertussen liggen.

Het saillante van het origineel is dat de hoofdrol gespeeld werd door Vivien Merchant, de eerste vrouw van Pinter. De ironie wilde dat zij in dit toneelstuk over overspel speelde, terwijl hijzelf in die periode – van 1962 tot 1969 – een geheime buitenechtelijke relatie had met tv-presentatrice Joan Bakewell, zoals deze optekende in haar autobiografie The Centre of the Bed. Die relatie werd de inspiratiebron voor een van Pinters bekendste stukken: Betrayal.

Blijft de vraag of The Lover uit 1963 en de column The Affair uit 1977 van Buchwald duidelijke overeenkomsten vertonen. Mijn lezers hadden gelijk: véél.

De omstandigheden zijn anders: in The Lover vindt het imaginaire overspel bij het echtpaar thuis plaats, bij Buchwald gaat het echtpaar in een motel ‘vreemd’. De dialogen verlopen ook enigszins anders, maar in de kern gaat het om precies hetzelfde gegeven dat ook min of meer op dezelfde manier wordt uitgewerkt. Uiteraard is Pinters stuk gelaagder en geheimzinniger dan de column van Buchwald, maar dat komt door het verschil tussen literatuur en lectuur.

Er rest, vrees ik, geen andere conclusie dan dat Buchwald, bewust of onbewust, plagiaat heeft gepleegd. Misschien heeft hij te veel vertrouwd op die vriend die het hem vertelde, misschien heeft hij zelf destijds het stuk van Pinter gezien en in zijn onderbewustzijn opgezogen en later gebruikt.

Eén kwestie blijft onopgelost: heeft niemand Buchwald op zijn plagiaat gewezen nadat hij zijn column in de krant had gepubliceerd? Vermoedelijk niet, want hij nam de column later ook op in een columnbundel. Het is ook mogelijk dat hij zo verrukt was van Pinters vondst dat hij er geen afstand van kon doen.

    • Frits Abrahams