Aanval op ‘D-mark’ nieuwe stap in Trumps offensief

Valutastrijd Met verwijten aan Duitsland, dat met een zwakke munt zou profiteren van anderen, drijft het Witte Huis niet alleen een wig tussen de EU en de VS, maar ook tussen de eurolanden.

Peter Navarro (rechts) en stafchef Reince Priebus vergezellen president Trump bij het tekenen van drie decreten. Foto Evan Vucci/AP Photoe

Duitsland gebruikt een „grof ondergewaardeerde” munt om de Verenigde Staten en zijn Europese partners uit te buiten, zei Peter Navarro dinsdag tegen de Britse krant Financial Times. Daarmee ontketent het Witte Huis, waar Navarro de voorzitter is van de nieuwe National Trade Council (Nationale Handelsraad) onder president Trump, een nieuwe ronde in de handelsoorlog waar meteen na Trumps inauguratie mee is begonnen.

Volgens Navarro is de euro een „impliciete Duitse mark”, waarvan de lage koers Duitsland een kunstmatig voordeel geeft. Zo drijft de regering-Trump nu niet alleen een nieuwe wig tussen de VS en de EU, maar ook binnen de eurozone zelf.

Binnen korte tijd heeft zich een patroon ontwikkeld waarin Trump en leden van zijn regering openlijk speculeren over het uiteenvallen van de EU en de eurozone. Met felle kritiek op het machtigste en economisch sterkste land van de EU, Duitsland, lijkt de regering in Washington dit scenario zelf kracht bij te willen zetten.

In een interview met de Duitse krant Bild zei Trump vlak voor zijn inauguratie: „Als je naar de Europese Unie kijkt, is dat Duitsland. Eigenlijk gewoon een vehikel voor Duitsland. Daarom vond ik dat het Verenigd Koninkrijk zo slim was om eruit te stappen”.

Het is een argument dat eurosceptici in onder meer Frankrijk (Front National) en Italië (Lega Nord) ook vaak gebruiken: de EU is een Duits project, waar we weg moeten wezen. Zij voelen zich nu gesterkt door de Amerikaanse president. De beoogde Amerikaanse ambassadeur bij de EU, Ted Malloch, herhaalde vorige week in een interview met de BBC nog eens dat Trump gelooft dat de EU zijn oren laat hangen naar de Duitsers. Malloch schetste ook met genoegen een scenario van Europese desintegratie. „Wat ik zou doen is speculeren tegen de euro”, zei hij.

Wat ik zou doen, is speculeren tegen de euro

Manipulatie aan weerskanten

Maar hebben Trumps vertegenwoordigers inhoudelijk een punt met hun verwijt van valutamanipulatie? Dat heeft te maken met de wisselkoers tussen de VS en de eurozone én met de verhoudingen binnen de eurozone zelf.

Om met dat eerste te beginnen: er is sinds ruim veertig jaar formeel een stelsel van vrij zwevende wisselkoersen tussen de westerse economieën. Munten deinen over de tijd op en neer. Verschillen in rente, verschillen in de kosten van arbeid, producten en diensten, en in economische vooruitzichten domineren gewoonlijk de wisselkoers.

Maar zo soepel gaat het lang niet altijd. In de jaren dertig waren ‘concurrerende devaluaties’ van de eigen munt de manier om een voordeel op andere landen te halen. Er is wel beweerd dat dit na de Lehman-crisis eveneens is gedaan, maar dan via het monetaire beleid van de centrale banken. Hoe lager de rente en hoe soepeler het monetaire beleid, hoe onaantrekkelijker voor beleggers, en dus goedkoper, de munt.

De VS lieten in aanloop naar ‘Lehman’, en in de jaren daarna, toe dat de dollar zeer ver wegzakte, tot zelfs 1,60 dollar per euro. Dat hielp de Amerikaanse economie er mede bovenop. Sinds de Europese Centrale Bank (ECB) op haar beurt de geldpers aanzette, nu twee jaar geleden, is de euro sterk gedaald. Als dat ‘manipulatie’ wordt genoemd, dan is daar aan weerskanten van de Atlantische Oceaan aan meegedaan.

Lees over het opkoopprogramma van de ECB ook: De geldscheppers van Frankfurt

De ironie is hier bovendien dat juist Duitsland de grootste tegenstander was, en is, van het zeer ruime geldbeleid van de ECB, maar nu dus in de VS wordt aangewezen als de kwade genius dat de euro kunstmatig heeft laten dalen. Merkel zei dinsdag dan ook dat Duitsland de koers van de euro niet kan beïnvloeden.

Lage Duitse loonkosten

Splijtender is in wezen Navarro’s beschuldiging dat Duitsland ook zijn europartners benadeelt. Daar heeft Trumps tophandelsman ogenschijnlijk wel een punt. Duitsland heeft een enorm overschot op de betalingsbalans van, volgens de OESO, 9,2 procent van het bruto binnenlands product. Dat is mede afkomstig van handels- en geldstromen binnen de eurozone.

Berlijn heeft, zeker in de eerste jaren van de eenentwintigste eeuw, de loonkosten fors naar beneden geduwd waardoor Duitsland veel concurrerender werd dan de meeste andere eurolanden. Doordat dit verschil niet langer kon worden weerspiegeld in de wisselkoers van de D-mark, is het gestold in een concurrentieverhouding die de Duitse voorsprong bestendigt.

In de praktijk is Duitsland dus gedevalueerd binnen de eurozone. Berlijn kan daarop antwoorden dat het een beleid heeft gevoerd om concurrerend te worden, wat de anderen hebben nagelaten. Duitsland zou kunnen stellen dat het nu wordt ‘gestraft’ voor goed gedrag.

Anderzijds is Berlijn er herhaaldelijk op aangesproken zijn economie, de binnenlandse vraag, te stimuleren in plaats van zich alleen maar op de export te richten. Daarop is de regering-Merkel lange tijd niet ingegaan omdat het bereiken van een begrotingsoverschot de voorrang kreeg.

Zo ontspint zich nu niet alleen een discussie tussen Europa en de VS, maar ook binnen Europa zelf. Niet onbelangrijke vraag in dit verband: hoe lang kan Nederland, dat eveneens een enorm overschot (8,1 procent) heeft op de betalingsbalans, zich nog verschuilen achter de brede, Duitse rug?