Recensie

Vlammend ensemblespel op De Stijl-weekend

De Leidse Stadsgehoorzaal stond uitgebreid stil bij het Stijl-jaar, met een minifestival van kamermuziek uit omstreeks 1917.

Violiste Maria Milstein Foto Marco Borggreve

Honderd jaar geleden richtte schilder Theo van Doesburg in Leiden De Stijl op. Het revolutionaire tijdschrift voor abstracte kunst werd een belangrijke spreekbuis voor de gelijknamige kunstenaarsgroep rondom Piet Mondriaan, Gerrit Rietveld en Bart van der Leck. De rest is kunstgeschiedenis, uitgetekend in strakke zwarte lijnen, geometrische vormen en primair rood-geel-blauw.

De Stadsgehoorzaal Leiden stond afgelopen weekend uitgebreid stil bij het Stijl-jaar. Violiste Maria Milstein had carte blanche gekregen om een driedaags minifestival samen te stellen met kamermuziek van omstreeks 1917 en speelde werk van onder meer Stravinsky, Korngold, Schönberg en Ravel.

Gedreven samenspel

m haar programmering historisch te kaderen gaf Milstein vrijdagavond een opmaat met repertoire van vóór de oorlog. Met het Ysaÿe Trio, altviolist Roeland Jagers en celliste Ketevan Roinishvili speelde ze kamermuziek uit het Weense fin-de-siècle.

Meer dan op gepolijstheid mikte het jonge gelegenheidssextet op gedreven samenspel op het scherp van de snede. In Korngolds Strijksextet uit 1915, een verbluffend vroegrijp meesterwerk van een 17-jarige, werkte dat wonderwel.

In het broeierige ‘Adagio’ wisselde het zestal intense melodische dialogen af met passages van een dromerig omfloerste klank. Dartele lichtheid en zichtbaar spelplezier kenmerkten de uitvoering van het ‘Intermezzo’, waarin Korngold aan de haal gaat met de zwier van de Weense wals.

In Schönbergs Verklärte Nacht wisten Milstein en de haren minder te overtuigen door een wat driest jonge-honden-elan. Hoge tempi werkten kortademige fraseringen in de hand, terwijl de langzame passages log en stroperig klonken. Overgeprononceerde inzetten leidden hier en daar tot rafelige middenstemmen.

Wie waren de oprichters van de Stijl, en hoe ontstond deze stroming? Bekijk de video:

Zaterdag bracht de eigenlijke hoofdmoot van de programmering: een integrale uitvoering van Stravinsky’s L’Histoire du soldat. Dit weekeinde verkocht de soldaat zijn viool (lees: ziel) aan de duivel, in de tekstbewerking die schrijver Bart Moeyaert in 2012 maakte voor Janine Jansen. Diens vrije vertaling van het Franstalige libretto bleek virtuoos, vol puntige humor en ongekunstelde rijmeffecten. De voordracht van verteller Tijs Huys was simpelweg subliem: moeiteloos schakelend tussen koddig en stekelig vilein pakte hij je van a tot z bij de lurven.

Wat L’Histoire in muzikaal opzicht bijzonder maakt is dat Stravinsky anno 1918 al een voorproefje nam op de muzikale mode van de jaren twintig en dertig. Een circusbandachtig septet grossiert in geraffineerd krakkemikkige instrumentaties, waarin volksmuziek een ironisch verbond aangaat met gestileerde tango, ragtime, een quasi-lutheraans koraal en zigeunermuziek.

Van de weeromstuit gaf Milstein haar toon een kartelig randje. In het ‘Petit concert’ en de ‘Danse du diable’ leidde de violiste in vlammend ensemblespel.