Serena Williams, oervechter die altijd weer terugkomt

Grandslamrecord

Sinds zaterdag is ze de succesvolste proftennisster. In bijna twintig jaar won Serena Williams 23 grand slams.

Foto Aaron Favila/AP

Het zijn de tegenslagen die haar zo fascinerend maken. Het leven van Serena Williams, vol extremen, kent een zekere tragiek in een carrière met ongekend succes. De schreeuw om erkenning, als jong meisje, omdat iedereen vol was van oudere zus Venus. De depressies, de blessures, de zware gezondheidsproblemen, de moord op halfzus Tunde, het falen op het moment suprême anderhalf jaar terug. Ze worstelde, ze viel vaak. Maar ze stond net zo vaak weer op. Sterker. Beter. Dominanter.

Gemeten naar het aantal grandslamzeges geldt Serena Williams als de succesvolste tennisster in het proftijdperk (sinds 1968). De 23ste slam, waarmee ze het Duitse tennisicoon Steffi Graf passeert, kwam zaterdag in de finale in Melbourne tegen zus Venus met een 6-4 en 6-4 zege.

Twee nuances inzake ‘de beste ooit’. De eerste: Graf behaalde in 1988 een buitengewone ‘golden slam’, ofwel winst op alle vier de grand slams, plus goud op de Olympische Spelen. Iets wat Williams niet lukte.

De tweede: de Australische Margaret Court, zaterdag op de tribune, won 24 slams, één meer dan Williams. Zo bekeken staat zij hoger in de hiërarchie – vooralsnog. Anderzijds: Court presteerde dat deels in het amateurtijdperk. En in die periode kwamen veel topspelers niet naar Australië.

De 23ste slam is de vervolmaking van het Serena-tijdperk dat nu bijna 20 jaar duurt. In bredere zin is dit het tijdperk van beide zussen, goed voor dertig slams. Venus won er zeven.

Symbolische waarde

De finale gold ook als een ode aan hun hegemonie, hun gebundelde krachten in het vernieuwende powertennis. „Zonder haar zou ik nu nooit op drieëntwintig staan, niet eens op één”, zei Serena over Venus.

Serena overstijgt iedereen. Op haar 35ste is ze terug op haar troon, op de vernieuwde ranglijst maandag staat ze als vanouds eerste, de Duitse Angelique Kerber zakt terug; de sleutel tot de macht is weer in handen van de rechtmatige eigenaar.

In september 1995 begon ze als prof. Ze viel diep. Kijk alleen al naar de recente jaren, naar de boeiende documentaire Serena, waarvoor ze in 2015 het hele seizoen werd gevolgd. Het geeft een zeldzame inkijk in hoe zij leeft, denkt, werkt. Hoe ze ontspanning zoekt door te schilderen, te dansen en op bed de film De kleine zeemeermin te kijken.

Maar vooral: het apocalyptische slot van dat seizoen. De kans om de vier grand slams in één kalenderjaar te winnen lag voor het grijpen – een reprise van wat Graf deed in 1988. Maar bij de vierde, op de US Open, ging het mis, in de halve finale verloor ze van de Italiaanse Roberta Vinci. De stress, de verwachtingen – ze was eraan onderdoor gegaan. In een van de laatste scènes lag ze verslagen in bed, enkele dagen na de uitschakeling. „Dit is het grootste moment in mijn carrière, and I didn’t get it.” Haar „hart was gewond”, schreef ze in een verklaring. Ze was depressief, zei haar coach.

Maar ze komt terug. Wint Wimbledon 2016. Australian Open 2017. Staat weer op één. Dat is het patroon in haar carrière: na verlies volgt de mentale inzinking, waarop de oervechter in haar naar boven komt. Het is ook de lijn in veel partijen; als de nederlaag nadert komen er krachten los en schakelt ze naar de vijfde of zesde versnelling.

In haar biografie On the Line schrijft ze ook over een terugval in 2006. „Ik was depressief. Diep en volledig depressief. Ik praatte wekenlang met niemand.” Het was een optelsom: de druk van de nummer-één-positie, het verlies van haar oudste (half)zus Tunde drie jaar eerder bij een schietpartij, een hardnekkige knieblessure, het willen presteren voor Nike vanwege een nieuw sponsorcontract. Ze speelt maanden niet. Heeft geen plezier meer in de sport, ziet tennis als werk. Ze kiest uiteindelijk voor de sport. Een soort monsterverbond, een keuze waar ze nooit eerder bewust over had nagedacht omdat het zo vanzelfsprekend was dat ze tenniste onder vader en opleider Richard. „Een doorbraak”, schrijft ze.

Ze kruipt uit het dal, haar hernieuwde dominantie zet grofweg vanaf 2008 in. De Australian Open wint ze zonder setverlies. Serieuze rivalen heeft ze niet, het dichtst in de buurt komt Venus.

In september wordt ze 36, maar ze heeft de eeuwige jeugd, lijkt het. Er zit achttien jaar tussen haar eerste en laatste slam. Veel vrouwelijke collega’s stopten rond hun dertigste. Williams leeft op; sinds haar dertigste verjaardag won ze tien grand slams. Ze verbreekt in Melbourne haar eigen record als oudste vrouwelijke winnaar van een slam in het proftijdperk.

Wat definieert een kampioen, vraagt Billie Jean King, veelvoudig grandslamwinnaar, zich af in een felicitatiefilmpje. De voorvechter van het vrouwentennis zoekt naar antwoorden: gewonnen titels, gebroken records, keer op keer finales halen. En dan: „Er is één woord dat een kampioen definieert: Serena.”

    • Steven Verseput