Column

Oude tijden herleven: eigen producten eerst

Koopt Nederlandsche Waar, dan helpen wij elkaar. Met deze slagzin wilde de Vereeniging Nederlandsch Fabrikaat de consument meer dan 80 jaar geleden aanmoedigen om bewust te kiezen. Eigen product eerst. Dat waren de jaren 30. Dat was massa-werkloosheid, afscherming van nationale markten met invoertarieven en politiek isolationisme.

Anderhalve week geleden zei president Donald Trump in zijn inauguratierede: We zullen twee eenvoudige regels volgen. Buy American and hire American. Koop Amerikaanse waar en neem Amerikanen in dienst.

Trump is een economische nationalist. Dat hoeft niet te verbazen, want in de VS is economisch nationalisme alledaagse politiek. De Amerikanen staan open voor buitenlandse investeringen, maar elke overname in een gevoelige sector (media, defensie, technologie, luchtvaart) wordt eerst getoetst op eventuele gevolgen voor de nationale veiligheid.

En wie zich afvraagt hoe Amerikanen over vrijhandel denken: lees het rapport van het McKinsey Global Institute van vorig jaar. Dat instituut is de denktank van het gelijknamige adviesbureau. Het rapport heet Poorer than their parents en maakt duidelijk hoe de inkomenspositie van de middenklasse in verrassend veel westerse landen is vastgelopen. De stagnatie in inkomen gaat gepaard met negatieve opvattingen over immigratie en vrijhandel.

Stimulering van de economie met overheidsinvesteringen gebeurt niet onder leiding van linkse partijen. Het zijn juist zakenlieden die het willen en doen

Het economische nationalisme à la Trump is een breed fenomeen. Het liberale laissez-faire-denken dat ongeveer 35 jaar de rol van de overheid in de westerse economieën heeft teruggedrongen, is opeens over zijn piek heen. De kordate ambities van de overheid zie je in twee gedaantes. De eerste is: stimulering van de economie met overheidsinvesteringen – terug van weggeweest. Dat gebeurt niet onder leiding van linkse partijen, de traditionele pleitbezorgers van een grotere overheidsrol. Het zijn juist zakenlieden die het willen en doen, zoals Trump in de VS. En zoals werkgeversorganisatie VNO-NCW in Nederland. De werkgevers voeren al een half jaar campagne voor een investeringsimpuls in de economie onder leiding van de overheid ter waarde van 100 miljard euro.

De tweede omslag is de assertiviteit van politici. Trump praktiseert naming & shaming via Twitter. In Nederland gaat dat op parlementaire toon. De gezondheidszorg is een vruchtbaar beleidsterrein. Het verlangen naar de geborgenheid van ‘ouderwetse’ zorg, zoals het ziekenfonds, is wijdverbreid. De SP-actie voor een Nationaal Zorgfonds en tegen de macht van zorgverzekeraars en het eigen risico resoneert ook buiten SP-kring. De Tweede Kamer steunde vorige week voorstellen die winstuitkeringen door zorgverzekeraars verbieden. Wouter Bos (ex-minister van Financiën, PvdA) pleitte als bestuurder in spe van superziekenhuis VU-AMC in Het Financieele Dagblad voor een maximale winstmarge voor farmabedrijven.

Ander voorbeeld: de ingreep van het ministerie van Defensie om te voorkomen dat digitaal beveiligingsbedrijf Fox-IT in verkeerde buitenlandse handen komt. En dan in één adem door: de brede steun in de Tweede Kamer om PostNL te beschermen tegen een Belgische overname. Omdat PostNL aan de beurs is genoteerd dachten beleggers dat het bedrijf een overnameprooi kan zijn. Daar heeft de Kamer een stokje voor gestoken. Eigen post eerst.

De weerstand tegen liberale opvattingen komt van rechts én links. De politiek wil er weer toe doen.

Menno Tamminga schrijft elke week over ondernemingsbeleid en economie.