Marc-Marie Huijbregts: aanstekelijk maar ook vlak

Huijbregts vertelt met aanstekelijk plezier, maar heeft helaas niet de wil zichzelf te analyseren. Dat is een gemiste kans.

Archieffoto van Marc-Marie Huijbregts Foto Marcel Hemelrijk/ANP

Marc-Marie Huijbregts begint zijn programma ‘Getekend’ met vertellen over zijn ouders, maar kapt dat af, want over die relatie heeft hij al eerder voorstellingen gemaakt. „Het is wat het is”, schokschoudert hij. En vertelt dan over een dochter die haar moeder schopte, een scène die hij zag in een tv-programma over spijt.

Het is de opmaat naar dingen die hij anders zou willen aan zichzelf. Steeds gaat hij eerst even opzij staan en spreekt dan zijn wens uit, die varieert van: „Ik zou langer willen zijn” tot „Ik zou me minder willen schamen”. Die formule leidt niet tot enige ordening in zijn verhalen, want Huijbregts verliest zich voortdurend in anekdotes, waar hij zelf de bijbehorende emotie bij levert: verbazing, afschuw, vrolijkheid.

Zijn vertelplezier is aanstekelijk en in ‘Getekend’ is dat alles bij Huijbregts. In handen van anderen zouden de verhalen over onder meer wedstrijdduiven, opruimgoeroes, room service en het acteren van een verkrachting niet half zo genietbaar zijn. Het omgekeerde geldt voor de liedjes die hij zingt.

Huijbregts ontbeert helaas de wil om zichzelf te analyseren. Dat blijkt als hij meedeelt dat hij zich schaamt homo te zijn, maar nalaat met ons te delen waarom dat zo is of zou kunnen zijn. Bij een persoonlijkheidskunst als cabaret, dat leeft van openlijke therapeutische sessies, is dat toch een gemiste kans. Het maakt ‘Getekend’ tot een opmerkelijk vlak tussendoortje.