Column

Man achter Trump

De fascinerendste figuur uit de entourage van Donald Trump is voor mij Stephen (‘Steve’) Bannon, een topadviseur van de president. Hij is een Raspoetin-achtige man die steeds meer invloed op Trump lijkt te krijgen. Hij mag nu ook al aanschuiven bij de Nationale Veiligheidsraad (NSC), een orgaan dat de president adviseert over buitenlands beleid en veiligheid.

De Republikeinse senator John McCain toonde zich ongerust over de groeiende macht van Bannon, die ten koste zal gaan van de positie van de voorzitter van de gezamenlijke chefs van staven: „Het is een radicale koerswijziging in de geschiedenis van de NSC.”

Volgens de website Politico kan Trump goed opschieten met de selfmade multimiljonair Bannon, hij zou hem meer als een collega dan als een ondergeschikte beschouwen. Bannon zou tegen Trump hebben gezegd dat hij alles kan doen wat hij in de verkiezingscampagne heeft aangekondigd. Dat is precies wat Trump wil horen. Volgens Rudy Giuliani, oud-burgemeester van New York, voelt Bannon het Amerikaanse publiek goed aan en vertelt hij Trump waar de mensen zich zorgen over maken. „Trump is het over het algemeen met hem eens.”

Lees ook het profiel over Steve Bannon: Trumps strateeg gedijt bij chaos en verwarring

In deze krant las ik maandag over het voornemen van Bannon om, net als Lenin, de staat te vernietigen: „Ik wil alles in elkaar laten storten en het volledige establishment vernietigen.” Geen man dus die van half werk houdt, zoals ook uit de eerste weken van zijn baas blijkt.

Bannon was hoofdredacteur van de ultrarechtse website Breitbart, zó rechts dat het Nederlandse GeenStijl daarmee vergeleken een soort Donald Duck voor stoute kindertjes is. Volgens de website Politico legde Bannon, samen met Stephen Miller, een andere presidentiële adviseur, het fundament voor de opkomst van Trump. Breitbart droeg de gedachte uit dat ook wetgevers van het Republikeinse establishment de Amerikaanse arbeider hadden verraden op het gebied van immigratie en handel.

Op Breitbart las ik een vurig pleidooi van Sarah Palin voor de recente immigratiebeperkingen van Trump. „Trump doet wat de meerderheid nodig vindt voor het beveiligen van de grenzen. Kiezers vroegen erom, hij beloofde het en daarom werd hij gekozen. (…) Het is niet inhumaan.”

Ik vroeg me intuïtief af of er een connectie was tussen Palin en Bannon. En jawel, die bleek er inderdaad te zijn. Op de website The Daily Beast staat beschreven hoe Bannon aanvankelijk zijn best deed om Palin in 2012 in de richting van het presidentschap te manoeuvreren. Bij Palin zag hij dezelfde potentie als later bij Trump: populistische aantrekkingskracht, minachting voor de media in Washington, een vrije omgang met de feiten. Voor Bannon waren zij ideale uitvoerders van zijn politieke strategie, die moest uitmonden in een aanval op de gevestigde orde.

Hij maakte in 2011 een documentaire over Palin om haar gedeukte reputatie te herstellen. Het lukte niet; Palin kreeg in de eigen partij te veel tegenstand en trok zich terug. Toen verscheen Trump aan de politieke horizon van Bannon; hij werd diens campagneleider.

Bannon schuwt de publiciteit, maar gaf onlangs wel een interview waarin hij zei dat de media, die de overwinning van Trump niet zagen aankomen, voorlopig hun mond moeten houden. Het lijkt mij geen goed idee.