Vrouwelijke twintigers werken in Nederland veel minder uren dan mannen

SCP-onderzoek

Ook vrouwen van in de twintig hebben al veel vaker deeltijdwerk dan mannen, blijkt nu. „Vijf uur per dag, anders ga je door je rug.”

Foto Getty Images

In Nederland kijkt niemand ervan op: vrouwen van begin dertig met kleine kinderen werken veel vaker in deeltijd dan mannen van begin dertig met kleine kinderen. Maar twintigers, net klaar met hun opleiding en nog zonder gezin? Ook in die groep, ontdekte het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), werken vrouwen veel minder uren dan mannen.

Het verschil is het grootst bij schoolverlaters met een mbo-opleiding. Uit de studie Eerste Treden op de Arbeidsmarkt, waar het SCP deze dinsdag mee komt, blijkt dat maar 25 procent van de vrouwelijke mbo’ers meteen na hun opleiding fulltime werkt – van de mannelijke mbo’ers werkt 75 procent dan al meer dan 35 uur per week. Bij de hoger opgeleiden is het verschil minder groot, maar het is er nog steeds. Van de vrouwen die net klaar zijn met een universitaire opleiding werkt ruim 70 procent fulltime, van de mannen 90 procent.

In andere Europese landen is er ook verschil in de uren die jonge mannen en vrouwen per week werken, maar nergens is het zo groot als in Nederland. In Oost-Europa, en dan vooral in Roemenië en Bulgarije, zijn de verschillen het kleinst.

Beleidsmakers en wetenschappers dachten het al eerder: dat het verschil tussen veel-werkende mannen en vrouwen-met-kleine-baantjes al vroeg ontstaat. Nu blijkt het ook voor het eerst uit onderzoek – gebaseerd op enquêtes onder schoolverlaters door de Universiteit Maastricht, CBS-enquêtes waar zo’n 84.000 jongeren aan hebben meegedaan en gegevens van de Europese databank Eurostat.

Lichte cementzakken

De SCP-studie is het eerste en alleen nog maar kwantitatieve deel van een langlopend onderzoek. Verklaringen staan er niet in.

Uit onderzoek van acht jaar geleden kwamen die al wel – maar dan voor vrouwen tot veertig jaar. Die werkten niet alleen parttime om voor kinderen te zorgen, bleek toen. Belangrijk was ook, zegt SCP-onderzoeker Ans Merens, dat er vaak geen voltijdsbanen waren in sectoren als de gezondheidszorg en de kinderopvang, waar vooral vrouwen werken. „Er bleek toen dat je bijvoorbeeld in de thuiszorg moeilijk aan een baan komt van méér dan vijf uur per dag.”

Vrouwen die wél meer wilden werken, kregen te horen: dat is niet goed voor je, anders ga je door je rug. Merens: „Ik vind het opvallend dat je zo’n argument nooit hoort in de bouw. Dan wordt de oplossing gezocht in lichtere zakken cement.”

Uit het nieuwe onderzoek blijkt in elk geval niet dat jonge vrouwen heel graag in deeltijd werken. Ze zijn vaak minder tevreden met hun baan en schatten hun carrièrekansen veel minder hoog in dan mannen van dezelfde leeftijd en met een vergelijkbare opleiding.

Er zijn ook meer vrouwen onder de dertig met een flexibel contract. Volgens het SCP komt dat vooral omdat zij vaak eerder klaar zijn met hun studie dan mannen – en de eerste banen zijn vaak op een tijdelijk contract.

Beroepen in de ‘mannenhoek’

Uitkeringsinstantie UWV kwam op maandag met een minder optimistische verklaring: de grootste vraag naar werknemers, en dus ook het grootste aanbod van vaste banen, zit nu vooral in de exacte en technische sectoren. „De beroepen waar echte krapte is, zitten in de mannenhoek”, zei Rob Witjes, hoofd arbeidsmarktinformatie van het UWV bij de presentatie van de voorspellingen over de arbeidsmarkt. „Denk aan metselaars, loodgieters. Of kijk naar de werknemers in de ICT: 80 procent is man.”

Maar er is niet alleen slecht nieuws over vrouwen en werk. Vrouwen zijn gemiddeld hoger opgeleid dan mannen en vrouwen van onder de dertig werken net iets vaker in een hogere functie dan jonge mannen en hun gemiddelde uurloon ligt daardoor hoger. Na hun dertigste verdienen mannen en vrouwen die bij de overheid werken, hetzelfde.

En dan houdt het positieve nieuws alweer op. In het bedrijfsleven verdienen mannen van begin dertig zo’n 4 procent méér, ook als ze dezelfde opleiding en dezelfde functie hebben als vrouwen van begin dertig. De SCP-onderzoekers zijn er voorzichtig over, ze hebben het niet onderzocht: „Dat zou kunnen duiden op beloningsdiscriminatie.”