Cultuur

Interview

Interview

Foto Olivier Middendorp

Hij wil de Olympische Spelen naar Nederland halen

Duncan Stutterheim Voormalig dance-eventorganisator en ID&T-oprichter Duncan Stutterheim is adviseur van de minister in de Sportraad. Hij vindt dat Olympische Spelen best in Nederland kunnen. „Bij evenementen weet ik waarover ik praat.”

Zijn entree in de RAI ervaart Duncan Stutterheim telkens als thuiskomen. Jarenlang vulde de hal zich dankzij hem met bezoekers die zich laafden aan de straffe beats van dancefeesten, vorige week trof hij er gedistingeerde gasten van Jumping Amsterdam. Twee werelden, één persoon. Maar de paardenliefhebbers luisterden geïnteresseerd naar het verhaal van de man die zijn kennis van dance-events tegenwoordig deelt met de sportwereld.

Stutterheim (45) heeft zijn evenementenbedrijf ID&T in 2013 voor 100 miljoen euro verkocht aan een Amerikaanse firma, waarna hij als man in bonis het rustiger aan is gaan doen. Zijn afscheid van het nachtleven opende nieuwe werelden, waaronder die van de vorig jaar ingestelde Nederlandse Sportraad, een adviescollege voor kabinet en parlement. Stutterheim was verrast door het verzoek van sportminister Edith Schippers tot de NL Sportraad toe te treden, maar voelt intussen een verwantschap met het sportbeleid en zijn mede-raadsleden, onder wie Michael van Praag, Ahmed Aboutaleb en Pieter van den Hoogenband.

Dwarse denker

Beetje een vreemde eend, die Stutterheim. Hij heeft als judoka en zeiler een bescheiden sportachtergrond en kleedt zich uitgesproken casual. Aan zijn uiterlijk is zijn stijl af te lezen: dwarse denker en gedurfde ondernemer, vooral no-nonsens. Zo ziet Stutterheim ook zijn rol in de Sportraad.

„Ik heb geen belangen meer en kan zeggen wat ik wil. Ik houd ervan zaken van een andere kant te belichten. Dat was mijn taak in mijn bedrijf en die rol wil ik voortzetten. Ik ben minder gebonden dan Aboutaleb als burgemeester van Rotterdam.”

Om te beginnen verwacht de minister een advies over de efficiency van internationale sportevenementen in Nederland. Past in het straatje van Stutterheim met zijn expertise van wereldwijde dance-events, tot aan het legendarische festivalterrein Woodstock toe. „Samen met organisaties als Pinkpop en Lowlands hebben wij een evenementenindustrie opgezet die zijn weerga in de wereld niet kent. Wij gingen naar het buitenland om te leren, maar ontdekten dat we het zelf beter deden. Bij evenementen weet ik waarover ik praat.”

Stutterheim is een voorstander van een passende overheidsbijdrage bij grote sporttoernooien. Immer een goede investering, is zijn redenering. Hij ziet naast een promotie van ons land ook economische spin-off, vooral op lokaal niveau. Stutterheim: „Neem de Giro-start, vorig jaar in Gelderland. Dan lees ik over een tekort van drie ton, maar geen woord over de horeca, die superblij was met de Giro. Maar die effecten worden niet in de publiciteit meegenomen. Ik zie grote sportevenementen als een manier om Nederland op de kaart te zetten. In plaats van campagnes om ons land aan te bevelen, zie ik liever een fantastische volleybalwedstrijd op de Dam. Dat is pas Nederland promoten.”

In de perceptie van Stutterheim investeert een verstandige overheid juist in internationale sportevenementen. Voorafgaande aan zijn praatje op Jumping Amsterdam had hij zich in de achtergronden verdiept en tot zijn verbazing gelezen dat er 1,5 miljard euro per jaar in de paardensport omgaat.

„Dan mag er van mij best wat ingestopt worden. Hoeveel belastinginkomsten zijn dat niet? En hoeveel banen levert zo’n industrie op? Tienduizenden, denk ik. Dan vind ik het meer dan terecht dat de overheid een paardensportevenement mede subsidieert.”

Een vooruitstrevend idee heeft Stutterheim ook met bijvoorbeeld de marathon van Amsterdam, waarvan hij het gek vindt dat het parcours grotendeels buiten de stad ligt. „Wat maakt Amsterdam zo gewild?”, vraagt de man die de marathon van New York liep uitdagend. „Juist, zijn grachten. Maak daar dan gebruik van. Verleg de marathon naar de binnenstad en maak er een feest van. Als bewoner van de Prinsengracht vind ik de marathon nu hinderlijk, maar als de marathon wordt aangekleed met muziek en andere feestelijkheden, beleef ik er als bewoner ook plezier aan. Laat Rotterdam de nummer één op sportief gebied worden, dan kan Amsterdam het zakelijk aanpakken, net als New York dat doet met zijn marathon. Dan komen de toeristen die de stad hebben wil.”

Natuurlijk snap ik dat de Olympische Spelen geen miljarden mogen kosten, terwijl er wordt bezuinigd op de zorg.

Als alle sportevenementen, mede dankzij adviezen van de Sportraad, geprofessionaliseerd worden, ligt er desgewenst een blauwdruk voor de kandidatuur van de Olympische Spelen in Nederland. Ziet Stutterheim zo’n verband? Als het aan hem ligt wel. Hij is een fervent voorstander van een kandidatuur en begrijpt niet dat oude initiatieven zoveel weerstand opriepen. Draagvlak, dat is naar zijn inschatting het knelpunt. „Natuurlijk snap ik dat de Olympische Spelen geen miljarden mogen kosten, terwijl er wordt bezuinigd op de zorg. Maar laten we alle knelpunten opschrijven en die tackelen. Dan kunnen we een rationele afweging maken. We moeten een positieve stemming creëren. Aan mij zal het niet liggen.”

Foto’s op de ijskast

Net als zijn dancefeesten kan ook sport mensen gelukkig maken, denkt Stutterheim, voor wie een foto op de ijskast de succesnorm is. Dan zijn mensen trots gemaakt. Of die keer in Kosovo, waar een vluchteling vertelde dat hij dankzij Stutterheims dance-event de nodige ellende had kunnen verwerken. Een opmerking die hij twintig jaar na dato nog niet is vergeten. Dan heeft hij de kern geraakt, redeneert Stutterheim, die een klein dancefeest in de RAI bijvoorbeeld uitbouwde tot het hele complex met 45.000 bezoekers. Allemaal voortgekomen uit zijn passie, naar zijn oordeel de basis van alles waarmee hij succesvol is geweest.

Totdat het gigantisme ook zijn succes ondergroef. Stutterheim dacht op een goed moment dat een radiostation ook nog wel aan zijn bedrijf kon worden toegevoegd. Niet dus. Het betekende bijna een faillissement. Met de nodige zelfreflectie:

„Ik dacht dat mij als ondernemer alles zou lukken. Ik had een evenementenbureau, een platenlabel en een strandtent. Daar kon radio ook nog wel bij. Het was een dure les, waarvan de belangrijkste was dat ik niet meer alleen de grote baas moest zijn. Vanaf dat moment heb ik al mijn zaken in partnership gedaan. Een kul-idee kon ik op advies, en na een nachtje slapen, terugtrekken. Daarvoor dacht ik altijd: het kan wel zijn wat jullie denken, maar ik doe het zo.”

Zijn nachtleven heeft Stutterheim ook ingeruild voor een sportieve en gezonde levenswijze. Niet egocentrisch, maar als maatschappelijk betrokkene. De voormalige ondernemer is zakelijk alleen nog verbonden aan de ADAM Toren, het voormalige Shellgebouw aan het IJ, en Nachtlab, een vrijplaats voor creatieve dance- en muziekindustrie in Amsterdam. Verder houdt hij zich bezig met ideële projecten. Stutterheim creëerde samen met zijn echtgenote een opvangkamp voor vluchtelingen op het Griekse eiland Lesbos toen het nog aan voorzieningen ontbrak. Hij is ook bezig een vluchteling in huis te nemen en hij helpt een Syrische vluchteling en zijn vriendin. Alles onder het mom: wat kan ik doen om de wereld een stukje beter te maken?

Prinses Irene

Die vraag stelde ooit prinses Irene in een toespraak. En dat raakte Stutterheim, want hij had die vraag zichzelf nooit gesteld. Tegenwoordig wel, waardoor zijn oog voor de nooddruftige medemens scherper is geworden. En dat in een tijd waarin hij in de discussie over vluchtelingen vooral de nuance mist. Stutterheim: „Alsof alle vluchtelingen verrot zijn. Dat is gewoon niet zo; 99 van de 100 is van goede wil. Ik heb het gevoel omgedraaid en me afgevraagd hoe ik me zou voelen als Amsterdam zou worden plat gebombardeerd? Dan is hulp toch vanzelfsprekend?”

Een inlevend mens. Behalve als het aankomt op doping, een onderwerp waarmee hij in de sport ontegenzeglijk geconfronteerd wordt. Dan is Stutterheim radicaal, een principieel voorstander van een zerotolerance-aanpak. Is dat niet opmerkelijk voor een liberaal denkende man die twintig jaar lang met zijn dancefeesten te maken had met drugsgebruik?

Nee, zegt Stutterheim. Op zijn feesten was de controle en het toezicht op drugsgebruik altijd heel goed geregeld. Zijn weerwoord na 25 jaar ervaring: „Ik ken de cijfers van een repressief beleid. Dat is supergevaarlijk, want dan stoppen de mensen zich voor het feest ongecontroleerd vol met drugs. De beste manier is reguleren. Nee, dat geldt niet voor doping. Dan is het competitie en speel je vals. Dat is wat anders dan recreatief drugsgebruik. In zijn vrije tijd mag van mij iemand zelf weten welk plantje hij rookt.”