Er is inflatie, maar Draghi wil graag meer

Geldpolitiek

Al jaren probeert de ECB de inflatie aan te jagen. Dat lukt nog niet overal in de eurozone.

Is eindelijk de inflatie terug in Europa? Tekenen zijn er volop. Vorige week deed de Bundesbank, de Duitse centrale bank, een opvallende prognose: deze maand wordt in Duitsland 2 procent inflatie gehaald. Dat is al iets bóven de doelstelling van de Europese Centrale Bank (ECB): „onder, maar nabij” 2 procent. De ECB probeert al zeker drie jaar de ultralage inflatie in de eurozone op dit niveau te krijgen.

Onlangs bleek uit cijfers van Eurostat, het statistische bureau van de EU, dat de inflatie eind 2016 in vrijwel alle eurolanden omhoog is geschoten. Gemiddeld lagen de prijzen in december 1,1 procent hoger dan een jaar geleden. In november was dat nog 0,6 procent. Duitsland loopt voorop. Daar steeg de inflatie van 0,8 naar 1,7 procent. Sommige economen voorzien een verdere stijging van de prijzen, omdat de verwachte inflatie in de Verenigde Staten onder president Trump kan doorsijpelen naar Europa.

Goed nieuws voor de ECB, zou je zeggen. Met de inflatie van rond 0 procent van de afgelopen jaren is de ECB niet tevreden. Nul-inflatie ligt dicht bij negatieve inflatie. En dat kan, in een zwart scenario, ontaarden in deflatie, een economisch verwoestende spiraal van kelderende prijzen.

Draghi is nog niet tevreden

Deflatierisico was begin 2015 reden voor de ECB om in te grijpen. Zij heeft sindsdien voor honderden miljarden aan staatsleningen opgekocht. Het geld dat zij hiervoor betaalt moet in de economie komen en zo moeten de prijzen weer gaan stijgen.

Dat lijkt nu te gebeuren – maar schijn bedriegt. De prijsstijgingen in december komen vrijwel alleen door duurdere energie. Energie- en voedselprijzen zijn notoir wispelturig. Al jaren trekken de energieprijzen het inflatiecijfer omlaag, en nu voor het eerst weer wat omhoog. Sluit je energie en ook voedsel en tabak (eveneens wispelturig) uit van het inflatiecijfer, dan krijg je de ‘kerninflatie’. Die steeg maar een klein beetje: van 0,8 naar 0,9 procent. Al maanden ligt de kerninflatie op ongeveer dit niveau. Alleen diensten worden een klein beetje duurder, producten niet of nauwelijks.

Het officiële inflatiedoel van de ECB gaat over de inflatie als geheel. Omdat de kerninflatie niet stijgt, is ECB-baas Mario Draghi nog niet tevreden. Want juist die kerninflatie is een maatstaf voor de gezondheid van de economie. Autofabrikanten bijvoorbeeld verhogen de prijzen als er veel vraag is van consumenten. Draghi ziet „nog geen overtuigende tekenen” van sterkere kerninflatie, zei hij vorige week.

Er valt nog iets op in de Eurostat-data. De inflatiecijfers van de eurolanden lopen sterk uiteen. In Duitsland (1,7 procent), maar ook in België (2,2 procent) ligt die een stuk hoger dan in Nederland (0,7 procent) of Italië (0,5 procent). Ook in de kerninflatie zijn er verschillen. Die is bijvoorbeeld 1,4 procent in Duitsland en 0,6 procent in Nederland.

Op ramkoers

Vanwaar die verschillen? Deels worden ze veroorzaakt door statistische effecten, deels gaat het over uiteenlopende economische prestaties. België is al een tijdje koploper van de inflatie, maar dat komt door (eenmalige) verhoging van belastingen op elektriciteit. In Nederland hanteert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) een eigen inflatie-index, die afwijkt van die van Eurostat. Het CBS telt bij de inflatie ook de huren van woningen mee. Dan komt de inflatie een stukje hoger uit, op 1 procent (totale inflatie) of 0,9 procent (kerninflatie). Dat is ongeveer het gemiddelde in de eurozone.

Hoe dan ook blijft de inflatie in Nederland – ook hier goeddeels veroorzaakt door hogere energieprijzen – onder die van Duitsland liggen. Volgens Carsten Brzeski, analist bij ING, loopt Duitsland in Europa voorop in het economisch herstel. „Er is bijna volledige werkgelegenheid en de lonen stijgen.” Vanwege de opwaartse druk op de lonen is ook de Duitse kerninflatie wat hoger dan elders in Europa. De Nederlandse economie is meer recentelijk gaan groeien en de lonen stijgen maar matig. ING gaat er, net als de Bundesbank, van uit dat de inflatie in Duitsland dit jaar 2 procent raakt en in Nederland op krap 1 procent blijft steken.

Dat brengt Duitsland op ramkoers met Draghi. Oplopende inflatie ligt in het land heel gevoelig: de Duitsers hebben een trauma overgehouden aan de hyperinflatie in het interbellum. Bild, de grootste krant van Duitsland, sloeg vorige week alarm over de „grootste stijging van de prijzen in drie jaar”. Dat het ook hier vooral gaat om duurdere energie, doet daar in de Duitse beleving niets aan af.

Duidelijkheid vóór verkiezingen

Ondertussen blijft de ECB doorgaan met het aanjagen van de inflatie. Draghi onderstreepte onlangs dat de ECB haar inflatiedoel moet bereiken in „de eurozone als geheel”. De inflatie in economisch zwakke landen als Italië blijft achter. Aline Schuiling, econoom bij ABN Amro, noemt het „onvermijdelijk dat de inflatie in Duitsland een tijd boven 2 procent komt te liggen, zodat de ECB in de eurozone als geheel haar doel haalt”.

Het valt moeilijk uit te leggen aan de inflatieschuwe Duitsers, die in september bovendien naar de stembus gaan. Zowel Brzeski als Schuiling verwacht dat de druk op Draghi zal toenemen om vóór de verkiezingen uitzicht te geven op afbouw van het opkoopprogramma van staatsleningen.

    • Mark Beunderman