Eindhoven mocht komst prediker niet verbieden

Islamitische conferentie De gemeente Eindhoven verbood een bijeenkomst waar ‘haatpredikers’ zouden spreken. Dat verbod was onwettig, aldus de rechter.

De El-Fourqaanmoskee in Eindhoven. Foto Ruud Verhalle/ANP

De gemeente Eindhoven heeft ruim een jaar geleden ten onrechte een islamitische conferentie van ‘haatpredikers’ verboden, zo heeft de rechtbank in Den Bosch maandag bepaald. De uitspraak kan gevolgen hebben voor andere gemeenten die willen optreden tegen radicale buitenlandse imams.

De Eindhovense Al Fourqaanmoskee organiseerde eind 2015 een conferentie waarvoor zeven buitenlandse sprekers waren uitgenodigd. Toenmalig burgemeester Rob van Gijzel verbood de bijeenkomst, omdat de predikers zich eerder negatief of haatdragend hadden uitgelaten over vrouwen, Joden, homo’s en ongelovigen. Ook zouden zij de gewelddadige jihadstrijd hebben verheerlijkt.

De moskee spande hierop een bodemprocedure aan. In die procedure oordeelt de rechter nu dat de burgemeester de conferentie niet had mogen verbieden. Het argument dat de komst van de predikers de openbare orde zou verstoren, gaat volgens de rechter niet op, omdat een moskee geen openbare plek is. Bijeenkomsten op een besloten plek zoals de moskee mogen volgens de rechter niet op voorhand worden verboden, tenzij sprake is van een noodsituatie. Eindhoven heeft dus „op ontoelaatbare wijze inbreuk gemaakt” op het grondrecht op vergadering en betoging.

Als het vonnis standhoudt in een eventueel hoger beroep, heeft dit consequenties voor andere gemeenten die dergelijke bijeenkomsten willen verbieden. Dit mag volgens de rechter niet op voorhand. Wel kan het ministerie van Buitenlandse Zaken nog steeds een visum van een prediker die naar Nederland wil komen, weigeren of intrekken.

De Al Fourqaanmoskee overweegt een schadevergoeding te eisen van de gemeente, zegt advocaat Ümit Arslan die de moskee bijstaat. Hij is blij met het vonnis. „Het beleid van de burgemeester komt neer op censuur: je verbiedt iemand in Eindhoven aanwezig te zijn, nog voordat je weet wat iemand gaat zeggen. Gelukkig heeft de rechter daar een stokje voor gestoken.” Het ministerie van Sociale Zaken, verantwoordelijk voor de aanpak van ‘haatpredikers’, beraadt zich nog op de uitspraak, laat een woordvoerder weten.