Column

Een laffe daad om Jahjah te ontslaan

Op 3 december 1982 nam de VN resolutie A/RES/37/43 aan, een herbevestiging van „de legitimiteit van de strijd van volkeren voor onafhankelijkheid [..] en de bevrijding van [..] buitenlandse overheersing en bezetting, met alle beschikbare middelen, inclusief gewapende strijd.” Landen die genoemd worden zijn Namibië, Zuid- Afrika, Israël en Palestina.

Onlangs reed een 28-jarige inwoner van een Palestijnse wijk in Oost-Jeruzalem met een vrachtwagen in op een groep soldaten, die net uit een bus stapten tijdens een excursie. Vier soldaten vonden de dood, er waren dertien gewonden, onder wie burgers. Abou Jahjah, pro-Palestijns activist en columnist van De Standaard schreef op Facebook en Twitter: „By any means necessary! #Freepalestine.” En daarna: „Een aanval op soldaten in bezet gebied is geen terrorisme, maar verzet.”

De krant ontsloeg hem. „Aan het brede debat zijn grenzen, en die liggen voor ons bij het ondersteunen van geweld zonder onderscheid”, schreef hoofdredacteur Karel Verhoeven. Het ondersteunen van geweld zonder onderscheid. Wat er aan die zin mankeert is zo evident, ik zal u niet beledigen door hem te ontrafelen. Jahjah zei dus niet by any means available, zoals in resolutie 37/43, maar necessary. Die frase werd in 1965 gemunt door Malcolm X: ‘We declare our right on this earth to be a man, to be a human being, [..] which we intend to bring into existence by any means necessary.’

Over de nuance tussen necessary en available kun je discussiëren. Waren de atoombommen nodig om WOII te beëindigen? Elke oorlog voor en na Hiroshima werd anders beëindigd, maar ja, die superbom was nu eenmaal beschikbaar. Jahjah ging met zijn uitspraak dus minder ver dan de VN.

Jahjah groeide op in een Zuid-Libanees dorpje waar tijdens een illegale, Israëlische bezetting 20 burgers werden afgeslacht. Hij was een jochie, toen hij oud genoeg was sloot hij zich aan bij Hezbollah. Veertig jaar later duurt de bezetting van Palestina voort, en groeit de waslijst van VN-resoluties waarmee hij in strijd is. En inderdaad, die vier slachtoffers werden door de meeste media dan wel aangeduid als ‘jongeren’ of ‘voetgangers’, het waren bewapende, geüniformeerde militairen. Deel van wat Palestijnen beschouwen als een bezettingsmacht; oorlogsrechtskundigen weerspreken dat niet. Hoe cru ook, dan vorm je een legitiem doel. Jaarlijks, op 4 mei herdenken wij de mensen die in 40-45 soortgelijke verzetsdaden pleegden, uit naam van onze vrijheid. Kinderen wordt voorgehouden een voorbeeld aan ze te nemen.

Daags na zijn ontslag twitterde Jahjah een citaat van Martin Luther King: „Uiteindelijk zijn het niet de woorden van onze vijanden die ons bijblijven, maar het zwijgen van onze vrienden.” Inderdaad, zo massaal als journalistiek Europa opstond om zich solidair te verklaren met Charlie Hebdo, zo stil bleef het na het ontslag van Jahjah. Ook over die vergelijking kun je lang discussiëren. Persoonlijk voel ik mij prettiger tegenover iemand die zich weloverwogen inzet voor de bevrijding van een onderdrukt volk en goed kan uitleggen welke regels hij daarbij volgt, dan iemand die de met bloed, zweet en tranen betaalde vrijheid van meningsuiting vooral benut om zijn lust tot provocatie uit te leven. Die het vooral heel geil vindt om politici als copulerende zwijnen af te beelden, of om in een keurige krant het woord ‘dobberneger’ te gebruiken, zoals er ook mensen zijn die in het belastingkantoor poep op de wc-muur smeren. Hun recht op expressie zal ik tot mijn laatste snik verdedigen, maar alleen als het zich ook uitstrekt tot mensen die werkelijk iets te bevechten hebben, zoals Abou Jahjah.

Jan Kuitenbrouwer is columnist en directeur van Kuitenbrouwer Woorden Die Werken.

Correctie: In een eerdere versie stond: ‘Jahjah groeide op in een Zuid-Libanees dorpje waar tijdens een illegale, Israëlische bezetting 120 burgers werden afgeslacht.’ Dat moet zijn: 20 burgers.