Een incassoklus bij de visboer ging mis

Wie: Diego, Rainel, Shayro

Waar: rechtbank Utrecht

Kwestie: poging tot afpersing, geweld

Waren de drie mannen van plan geweest om geweld te gebruiken of zou het in de viswinkel bij een stevig gesprek blijven? En hadden ze nou een vuurwapen bij zich gehad of alleen maar gedaan alsof? Op de beelden van de beveiligingscamera’s wordt het niet helemaal duidelijk. Een van de mannen blijft bij de winkeldeur staan en houdt z’n rechterhand in z’n zak, alsof hij daar iets vasthoudt.

Na een poosje wordt de visboer in de werkruimte achter door twee van de drie mannen flink geslagen – ook dat is op beeld vastgelegd. De visboer verklaart ook dat hij een wapen heeft gezien. En toen de mannen op de vlucht werden gearresteerd, vond de politie vlakbij, in het water, een doorgeladen wapen. Een getuige had namelijk een plons gezien – de mannen ontkennen.

Het drietal heeft duidelijk niet al te diep nagedacht over de voorbereiding van hun bezoekje aan de viswinkel. Ze zijn prima herkenbaar op de bewakingsbeelden; een van hen had in z’n telefoon bovendien de WhatsApp-gesprekken bewaard waarin een ‘makkelijke klus’ werd voorbereid, met ‘money gelijk’. Ook het ‘fixen van een pipa’ dan wel ‘heb je tira?’ die ‘100 procent niet wordt gebruikt’ kwam daarin voor – straattaal voor pistool.

Raar bedrag

Uit de gebruikte TomTom en de contactenlijst in dezelfde telefoon kon de politie bovendien afleiden namens wie het drietal de visboer kwam intimideren. Dat zou dan een andere visboer zijn geweest, die tegen betaling van 4.000 euro een kilo wiet ontvangen zou hebben die niet deugde. Het drietal moest dat geld terug gaan halen, bekenden zij bij de rechter-commissaris. Handelen de twee Utrechtse winkeliers behalve in vis dus ook in drugs? De meningen lopen uiteen.

Het slachtoffer verklaarde bij de politie dat het drietal hem kwam afpersen voor een maandelijks bedrag van vier mille. Van wiet weet hij niks. De drie zijn verontwaardigd over deze beschuldiging. Een „raar bedrag” vinden ze het ook, 4.000 per maand. Terwijl dat bedrag wel ongeveer overeenkomt met een kilo wiet. Wat hen betreft was dit gewoon een incassoklus in de wiethandel, waarvoor ze ieder 500 euro zouden krijgen. Over geweld was tevoren niet gesproken. Ze „hoopten” vooral dat ze er „uit zouden komen”, zeggen ze, liefst zo vriendelijk mogelijk. Op de beelden ziet het geweld er inderdaad nogal impulsief en plotseling uit.

Maar waarom hadden twee van hen dan handschoenen bij zich gehad? Op de bewakingsbeelden is te zien dat een van hen ze ook aantrekt vlak voordat het meppen begint. De mannen blijven vaag. Het was „ter bescherming”. Je weet maar niet „wat er kan gebeuren”. Misschien zouden ze zich wel moeten verweren, juist tegen de winkelier. Er was immers tevoren afgesproken geen geweld toe te passen.

Dat er uiteindelijk wel is geslagen kwam doordat een van hen ongeduldig werd. „Het duurde te lang.” Op de beelden is te zien hoe hij z’n maten opzij duwde en de winkelier „een stoot” gaf. Dat hij daarna doorging met slaan, kwam juist door de visboer zelf, meent hij. „Ik ga jullie negers niets betalen”, zou de Marokkaans-Nederlandse visboer gezegd hebben. „Toen raakte ik de controle kwijt”, zegt de man over wie de voorzitter eerder opmerkte dat hij op Facebook een omslagfoto van zichzelf als kickbokser plaatste.

Dat z’n maat mee ging slaan, was juist „om kalmte in de situatie terug te krijgen”. Hij schaamt zich nu voor z’n gedrag en zegt „een brok in m’n keel” te krijgen van de bewakingsbeelden. In het dagelijks leven werkt hij als beveiliger. „Ik zorg voor veiligheid in de maatschappij en ik ben daar goed in.” Dat dit gevolgen heeft, accepteert hij – de schadevergoeding voor de visboer „wil ik graag doen”. Bij de rechter wil hij „nooit meer terugkomen”. Straks na z’n straf kan hij zeker vijf jaar geen beveiliger meer zijn, „dus ik moet een ander beroep zoeken”.

De rechtbank veroordeelt twee van de drie mannen tot drie jaar cel, en één tot drieënhalf jaar, vanwege zijn strafblad. Driemaal een half jaar meer dan de officier had geëist, vanwege de ernst van de daad, de professionele uitvoering en het intimiderende karakter ervan.