Opinie

De euro bracht ons niets, alleen maar schulden

Er moet dringend een parlementair onderzoek komen naar de invoering van de euro, vinden cum suis. „Ons is destijds een rad voor ogen gedraaid.”

Woensdag 1 februari gaan we naar de Tweede Kamer om in de plenaire zaal de minister van Financiën en Eurogroepvoorzitter Jeroen Dijsselbloem, en ook de 150 leden van het parlement, ter verantwoording te roepen. Twee jaar geleden startte Forum voor Democratie een burgerinitiatief waarmee we in korte tijd meer dan de benodigde 40.000 handtekeningen verzamelden om een onderwerp op de politieke agenda te kunnen zetten. Onder de strijdleus ‘Peuro’ eisten wij een parlementaire enquête naar de besluitvorming rondom de invoering van de euro.

Inmiddels staat elke werkende Nederlander voor ruim 20.000 euro garant voor schulden in zuidelijke eurolanden.

Het doen opgaan van de gulden in een Europese eenheidsmunt vond plaats in een periode van ongeveer tien jaar, van 1992 tot 2002. Opeenvolgende regeringen en politici verklaarden dat de euro ons geen soevereiniteits- en welvaartsoverdracht zou kosten. Diverse kabinetten en hun ministers van Financiën (Lubbers, Kok, Zalm) bezwoeren ons dat het economisch leven in Nederland vrijwel ongewijzigd zou voortgaan – met slechts wat meer betaalgemak voor toeristen en ondernemers, en een verplichting voor de zuidelijke landen om een gezonder monetair beleid te gaan voeren.

Een win-winsituatie dus, ja: volgens de leidende politici lag voor ons een rooskleurige toekomst in het verschiet. Naar economen die goed onderbouwde bezwaren formuleerden (zoals Arjo Klamer) werd niet serieus geluisterd, ook niet door de media.

Lees ook het opiniestuk van NRC-columnist, econoom en hoogleraar Coen Teulings: Geen weg terug, ga door met die euro

Was dat maar wel gebeurd. Want inmiddels staat elke werkende Nederlander voor ruim 20.000 euro garant voor schulden in zuidelijke eurolanden. ECB-president Draghi drukt nog altijd maandelijks 80 miljard euro aan nieuw geld bij, zodat het bedrag aan (grotendeels waardeloze) staatsleningen waarvoor wij mede aansprakelijk kunnen worden gehouden almaar verder groeit.

Door de kunstmatig lage rente – opnieuw om de zuidelijke landen te ontzien – zijn onze pensioengerechtigden, premiebetalers en spaarders ook al tientallen (zo niet honderden) miljarden aan rente-inkomsten misgelopen. Met een forse koopkrachtvermindering tot gevolg die mede verantwoordelijk is voor de stagnerende economische groei.

Maar het gaat niet om geld alleen. De euro heeft ons ook soevereiniteit gekost – en daarmee democratische zeggenschap. Denk aan de 3-procentsnorm en de controle op onze nationale begroting die nu in handen is van een Brusselse ‘supercommissaris’. IJverig wordt door de eurocraten ondertussen verder gewerkt aan een Europese bankenunie met beoogde onderlinge aansprakelijkheid, aan collectivisering van de verschillende staatsschulden via eurobonds, en aan het onder Brussels toezicht stellen van onze in vijftig jaar opgebouwde pensioentegoeden.

Geen enkel besluit is ingrijpender geweest voor ons land, onze economie, onze welvaart en onze democratische vrijheden.

Wist men dit alles nu werkelijk niet? Kon men dit nu echt niet voorzien? Het lijkt er zeer op dat onze politici ons een rad voor ogen hebben gedraaid. Want op bestuurlijk topniveau waren deze dramatische gevolgen van invoering van de euro zeer wel bekend. Zo klapte Romano Prodi uit de school dat hij met bondskanselier Kohl „en alle andere regeringsleiders” destijds besproken heeft dat er crises zouden volgen, en dat grote soevereiniteits- en welvaartsoverdrachten vervolgens noodzakelijk (en dus onvermijdelijk) zouden zijn.

Waren Lubbers, Kok en Zalm extreem onnozel? Of nalatig? Of hebben ze moedwillig zaken verzwegen? Voor de democratische integriteit van ons land is het essentieel dat we een antwoord krijgen op deze vragen. De enorme risico’s die de invoering van de euro voor onze toekomstige generaties met zich meebrengt, moeten nu duidelijk in kaart worden gebracht. Een parlementaire enquête is de enige manier waarop dat kan, omdat de betrokkenen van toen daarmee onder ede kunnen worden gehoord. En dat dient nu te geschieden – want nu leven de meeste betrokkenen nog.

Geen enkel besluit is ingrijpender geweest voor ons land, onze economie, onze welvaart en onze democratische vrijheden. Geen enkel besluit heeft ons meer geld en soevereiniteit gekost dan dit. Er moet een parlementaire enquête komen. We moeten weten wat zich hier heeft afgespeeld.