Recensie

Conor Oberst is aantrekkelijk introvert en onhandig

Oberst is een aantrekkelijke podiumpersoonlijkheid: ongepolijst, onhandig, introvert – maar niet te. Zijn grootste kracht is die uitzonderlijke stem.

Archieffoto van Conor Oberst. Foto Britta Pedersen / EPA

Het eerste nummer was meteen gewijd aan de gebeurtenis die Conor Oberst de afgelopen jaren in zijn greep hield. ‘Tachycardia’ (‘hartklopping’) beschrijft de emoties van een onschuldig veroordeelde tijdens een rechtszaak - ‘No it’s not me/ but I’m the one who has to die’ - en verwijst naar de valse beschuldiging van verkrachting waar hij drie jaar geleden mee werd geconfronteerd. ‘Tachycardia’ is rijk aan poëtische beelden, maar de manier waarop Oberst op de toetsen bonkte en verwoed in zijn harmonica blies, verraadde de frustratie.

Die verwikkelingen waren de reden dat Oberst, sinds 2002 een kopstuk in de alternatieve Amerikaanse popmuziek, lang niet in Nederland te zien was. Maar nu is hij weer productief - afgelopen najaar verscheen zijn album Ruminations, in maart verschijnt het volgende.

Zondag gaf hij een als ‘solo’ aangekondigd optreden in Utrecht. Dat hij toch werd ondersteund door een gitarist was een voordeel; Oberst zelf speelt rudimentair piano en akoestisch gitaar, daarbij waren de melodieuze baspartijen van deze Miwi La Lupa een mooie aanvulling. Oberst is een aantrekkelijke podiumpersoonlijkheid: ongepolijst, onhandig, introvert - maar niet te. Zijn grootste kracht is die uitzonderlijke stem, waarin altijd een snik zit, die toch nooit breekt, die royaal en uitnodigend klinkt, en nauwelijks iets achterhoudt. Op vriendelijke manier slaat hij er de luisteraar mee om de oren: met meanderende nummers, waar steeds een emotionele climax uit voortkwam.