De marter die door de deeltjesversneller geëlektrocuteerd werd

Museumdirecteur Kees Moeliker wilde de marter die geëlektrocuteerd was door de deeltjesversneller – en kreeg ‘m (in tweede instantie).

Mens en dier komen steeds vaker en harder met elkaar in botsing, met dramatische gevolgen. Misschien wel de hardste klap ooit werd veroorzaakt door een steenmarter (Martes foina) die 29 april 2016 kortsluiting veroorzaakte in een bovengronds verdeelstation van de deeltjesversneller van CERN nabij Genève. Het roofdiertje had de grootste machine ter wereld lamgelegd. Mijn pogingen om die onfortuinlijke marter aan de collectie Dode-dieren-met-een-verhaal van het Natuurhistorisch Museum toe te voegen, mislukte. Bij CERN hadden ze begrijpelijkerwijs wel wat anders aan hun hoofd dan op verzoek van een opgewonden museumdirecteur een verkoold kadaver uit een destructieton te vissen.

De herkansing diende zich 20 november om 22:44 uur aan met een vloek op twitter (#**#!!!!!) van versnellerfysicus John Jowett. Weer was een steenmarter geëlektrocuteerd en lag de 27 kilometer lange deeltjesversneller stil. De sociale media en WhatsApp deden vervolgens hun werk: CERN-deeltjesfysicus Tristan du Pree wist het dode dier te traceren en bewaarde het thuis in zijn vriezer. Twee weken later kon ik hem er in Saint-Denis Pouilly van verlossen. Ondanks de verkoolde pootjes is CERN-marter 2 een mooi museumstuk geworden, met de restanten van verbrande haren apart in een buisje.