Bussemaker wil ‘ravage’ in cultuursector herstellen

Het volgende kabinet moet volgens de minister flink meer geld beschikbaar stellen voor cultuur. Ze stelt dat vooral makers slachtoffer zijn van bezuinigingen.

Foto: Merlijn Doomernik

Het cultuurbudget zal door een nieuw kabinet fors verhoogd moeten worden. Dat is nodig om te voorkomen dat culturele instellingen die te veel hebben ingeteerd op hun reserves omvallen en om ervoor te zorgen dat kunstenaars, musici, acteurs en andere makers fatsoenlijk betaald worden voor hun werkzaamheden.

Dat zegt minister Jet Bussemaker (Cultuur, PvdA) in een interview met NRC. De makers zijn volgens haar de belangrijkste slachtoffers van de bezuinigingen van haar voorganger Halbe Zijlstra (VVD). Ze wil zich niet vastleggen op een bedrag, maar stelt wel dat de 100 miljoen euro extra voor cultuur die haar partij in het verkiezingsprogramma voorstelt „een eind in de goede richting is”.

Lees het interview met Bussemaker: ‘Het was een ravage toen ik begon’

Bussemaker heeft de afgelopen vier jaar de bezuinigingen van 200 miljoen euro op de cultuurbegroting uitgevoerd waartoe het kabinet Rutte 1 had besloten. Wel heeft ze zich ingespannen om „met veel pijn en moeite” middelen te vinden om die bezuinigingen te verzachten. En ook om initiatieven te nemen voor onder meer de terugkeer van muziekonderwijs en voor de filmindustrie. „Ik ben al een eind in de richting van die 100 miljoen gekomen”, stelt ze. Toen ze aantrad, trof ze „een ravage aan” in de cultuursector”, zegt ze. „Mensen voelden zich vooral geschoffeerd door de woorden die bij de bezuinigingen zijn gebruikt.”

Deze maandag kondigt ze een verkenning aan voor een nieuw cultuursubsidiebeleid na 2020, dat beter inspeelt op de veranderende voorkeuren van het publiek en tot een betere afstemming tussen rijk, provincies en gemeenten moet leiden. Ze heeft ook de Raad voor Cultuur om advies gevraagd, die eerder had aangedrongen op meer invloed van stedelijke regio’s op het landelijk cultuurbeleid. „Culturele instellingen moeten meer ingebed raken in hun gemeenschap, zich meer verbinden met de stad of de regio waar ze thuishoren. Ze willen vaak ook dat hun omgeving meer een beroep op ze doet”, zegt ze. „Maar het betekent niet dat we het geld zomaar aan de steden zullen geven.”