De Franse boer Herrou helpt iedereen in nood

Franse Vluchtelingenredder Cédric Herrou verbouwt olijven. En hij helpt bij de Frans-Italiaanse grens vluchtelingen langs politiecontroles. Dat mag niet van de autoriteiten.

Bioboer en vluchtelingenhelper Cédric Herrou op zijn boerderij in Zuidoost-Frankrijk. Foto Rebecca Marshall/HH

Vluchtelingen zijn er niet meer, maar het opvangkamp op het erf van Cédric Herrou (37) oogt allesbehalve verlaten. De laatste drie minderjarige Eritreeërs die bij hem op krachten kwamen, zijn vorige week door de Franse kinderbescherming weggehaald, vertelt de bioboer die hier in de Royavallei in Zuid-Frankrijk sinds anderhalf jaar migranten helpt en nu vervolgd wordt.

De caravans en hutten vlak naast zijn eigen huisje op de bergflank geven de indruk dat de bewoners ieder moment kunnen terugkeren: her en der liggen kleren en matrasjes en bij de asresten in een kampvuurkuil staan nog halflege koffiekopjes. „De stilte is haast beangstigend”, lacht Herrou.

„Zolang men mij niet opsluit, blijft iedereen die opvang nodig heeft welkom.”

Sinds tien jaar verbouwt Herrou hier in de grensstreek bij Italië olijven. Zijn tapenade, eieren en honing verkoopt hij wekelijks tot aan Nice op lokale markten. Met zijn staartje, ongeorganiseerde baard en dikke brillenglazen is hij niet te missen. Halverwege 2015, toen de Franse autoriteiten na de eerste terreuraanslagen in Parijs de grens bij Ventimiglia afsloten, kwam hij op de bergweggetjes steeds vaker kleine groepjes vluchtelingen tegen. Hij ving ze op voordat ze, met zijn hulp, verder reisden. De lokale politiek ziet hem als mensensmokkelaar. Maar de lezers van de krant Nice-Matin riepen hem uit tot Azuréen (inwoner van de Côte d’Azur) van het jaar 2016.

„Of ik langs de weg nou een hond of een mens in nood zie, wie hulp nodig heeft, mag mee”, zegt Herrou nippend aan een kopje koffie op een provisorisch terras waarop luidruchtige ganzen rondscharrelen. „Zo ben ik niet alleen opgevoed, het is mijn plicht als Frans burger. Het is strafbaar om niet in te grijpen als iemand in gevaar is. Mensen die in de bergen de weg niet kennen, vaak uitgeput en gewond zijn na een lange reis, zijn overduidelijk in gevaar.”

Arrestatie

Maar in augustus vorig jaar werd hij voor het eerst gearresteerd toen hij met acht Eritreeërs in zijn bestelautootje door de vallei reed. Hij zat 36 uur in voorarrest, maar werd niet veroordeeld. „De procureur vroeg me alleen waarom ik niet een veiligere bus had.” Dat interpreteerde hij maar als aansporing. Samen met een lokale hulpclub zorgde hij voor een passagiersbus waarmee hij steeds meer mensen die klemzaten in het grensgebied opving en verder hielp. Hij schat dat hij met andere particulieren in de vallei – onder wie een prominente advocate – al meer dan 250 migranten heeft opgevangen.

Volgens hem waren ze de weg kwijt, volgens de politie smokkelde hij hen

Na een nieuwe arrestatie in oktober moest hij begin januari voorkomen. Hij wordt vervolgd op grond van een wetsartikel dat maatschappelijke organisaties het ‘solidariteitsdelict’ zijn gaan noemen: een wetsartikel uit 1945 dat Franse burgers verbiedt vreemdelingen te helpen bij „toegang, vervoer of onwettig verblijf” in Frankrijk.

Pas in 2003 kwam in die wet, onder invloed van groepen die sans-papiers bijstonden, een uitzonderingsclausule: wie mensen helpt die in gevaar zijn of in gevaar dreigen te komen, kan niet vervolgd worden. De regering van François Hollande preciseerde dat in 2012 nog wat: het geven van juridische hulp, voedsel, onderdak of medische zorg „om de waardigheid en fysieke integriteit” van mensen te garanderen, was niet meer strafbaar. Maar vervoer van mensen dus wel.

Zo werd eind 2015 een toen 72-jarige dame veroordeeld tot een boete van 1.500 euro omdat ze twee migranten van Nice naar een station met minder politiecontrole had gebracht om de trein naar Parijs te kunnen nemen. Tegen een wetenschapper uit Nice die drie Eritreeërs van een (illegaal) opvangcentrum in de bergen naar het station reed omdat ze medische zorg nodig hadden, was in november zes maanden voorwaardelijke celstraf geëist. Hij werd vrijgesproken, maar de staat heeft beroep aangetekend. Tegen Cédric Herrou is acht maanden voorwaardelijk geëist. De uitspraak is 10 februari.

„Het is”, zegt Herrou terwijl hij eieren van stempeltjes voorziet, „alsof je zegt: toegang tot de leeuwenkooi is verboden en daarvoor kunt u vervolgd worden, maar als iemand door de leeuwen verscheurd wordt, bent u aansprakelijk.” Eerder deze maand werd hij opnieuw opgepakt toen hij met twee migranten door een treintunnel liep. Volgens hem waren ze de weg kwijt, volgens de politie hielp hij hen de grens oversteken.

Vele honderden agenten en militairen patrouilleren sinds Frankrijk de noodtoestand uitriep in het grensgebied. „Ze zijn daar officieel om terroristen tegen te houden”, zegt Herrou.

„Maar ik vraag me af of ze al één terrorist gevonden hebben. Sinds jaar en dag steken Italianen en Fransen hier dagelijks zonder papieren de grens over. Ik zou niet weten waarom anderen dat niet zouden mogen.”