Werkpaard dat in 25.139 minuten niet kon scoren

Eredivisierecord

Arnold Kruiswijk (Vitesse) brak zondag een opvallend record. Nooit speelde een voetballer in de eredivisie zo lang zonder te scoren.

AZ speler Alireza Jahanbakhsh (L), Vitesse speler Arnold Kruiswijk (R). ANP

Arnold Kruiswijk is er niet voor de sier. Zijn spel staat voor degelijkheid. Bal afpakken en inleveren bij medespelers met meer creatieve vaardigheden. Zij trekken publiek, hij stelt hen in staat om publiek te trekken. Een houwdegen, met een rug zo gebogen dat je hem niet hoeft te zien voetballen om zijn rol in te kunnen schatten: een werkpaard.

Onbedoeld heeft hij die rol zondagmiddag nog eens bevestigd, om even na drie uur in het Gelredome. Toen, de thuiswedstrijd tegen AZ (2-1 winst) was een halfuur onderweg, had de Vitesse-verdediger 25.139 minuten in de eredivisie gespeeld zonder te scoren, 302 eredivisieduels. Hij onttroonde een andere oud-verdediger van Vitesse, John Veldman, die 25.138 minuten droog stond.

Hoewel records meestal opzien baren doordat iets niet eerder voorkwam, is het niet verrassend dat Kruiswijk de boeken ingaat. Niet omdat hij al een ander record vestigde – dat van het snelste eigen doelpunt ooit (negen seconden) – maar omdat hij simpelweg nooit mee naar voren gaat. Niet bij hoekschoppen, niet bij vrije trappen. Altijd blijft hij hangen op zijn vaste plek: in het hart van de defensie. Als mandekker zonder pretenties.

Voor wie het zich afvraagt; ja, er zijn spelers die Kruiswijk overtreffen. Tussen 1908 en 1929 was er in de Engelse competitie een speler die erin slaagde om niet te scoren in zijn 515 duels voor Birmingham City. Toch was aanvoerder Frank Womack daar een held. Zoals Tony Hibbert dat werd bij Everton (304 duels zonder goal).

„Toen ik begon met voetballen, wilde ik ook scoren”, zei Kruiswijk zondag tegen de NOS. „Met het aantal minuten dat ik gespeeld heb, ben ik blij. Ik had alleen wel liever een aantal goals gemaakt.”

Volgens lotgenoot en oud-verdediger Ton du Chatinier (FC Utrecht) is het allerminst een zwakte. „Kruiswijk weet precies wat zijn kwaliteiten zijn. Een erg goede eigenschap die je niet meer vaak ziet. De jeugd van nu denkt al meteen dat ze de kwaliteiten van Rijkaard of Gullit hebben.”

Notoire niet-scorers

Wetend dat hij die specifieke kwaliteiten niet had, verbaast het Du Chatinier niet dat hij hoog scoort op de lijst van notoire niet-scorers. „Logisch, ik was verdediger.” Met 19.915 minuten zonder goal in zijn dertien seizoenen bij Utrecht, bezet hij de vierde plek in de topvijf, waarin Veldman tweede staat, Pascal Bosschaart derde en Mark Verhoeven vijfde. Du Chatinier: „Ik heb ook nooit een kans gehad. Willem van Hanegem zei altijd tegen mij: ‘Ton, jij pakt de ballen af en levert ze in.’ Meer hoefde ik niet te doen, want hij en Gerard van der Lem maakten de doelpunten. Ik mocht de middenlijn niet over.”

In het moderne voetbal ziet Du Chatinier zulke spelers steeds minder. Nieuwe inzichten schrijven voor dat voetballers compleet moeten zijn: de rechtsback moet kunnen opstomen, de centrumverdediger moet evenveel dieptepasses geven als kopduels winnen. „Daarin zijn we volledig doorgeslagen. De theoretici bepalen. Maar teams zijn incompleet zonder de werkers. Naast een balkunstenaar heb je een moordenaar nodig.”

Een killer, in de zin dat hij opponenten meedogenloos aanpakt, is Kruiswijk niet. Meer een betrouwbare afstopper, die zijn gebrek aan snelheid compenseert door op de goede plek te staan. Soms speelt hij dusdanig onopvallend dat je naderhand zou kunnen denken dat hij niet meedeed. Maar bij Vitesse speelt hij nagenoeg elk duel.

Nummer drie op de lijst, Bosschaart, was evenmin een bikkelharde speler. In mei 2004, in een van zijn laatste duels voor FC Utrecht, kreeg de degelijke back de ultieme kans om zijn eerste treffer als prof te maken. Er kwam een strafschop en die mocht hij nemen – zoals voor de wedstrijd was afgesproken, bij wijze van gunst aan iemand wiens schoten nooit precies genoeg waren. Hij miste.