Cultuur

Interview

Interview

Verlichting? De middenklasse las vooral over God en gebod

Alicia Montoya hoogleraar Franse letterkunde

Alicia Montoya ontvangt 3 ton voor haar onderzoek naar 18de-eeuwse Franse literatuur. Haar voorlopige verrassende conclusie: de ratio werd in de tijd van de Verlichting overschat.

Alicia Montoya (1972) studeerde culturele antropologie en Franse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. In 2005 promoveerde ze aan de Universiteit Leiden op de Franse toneelschrijfster Marie-Anne Barbier.Van 2004 tot 2006 was ze universitair docent Franse taal en cultuur aan de Universiteit Leiden.

In 2014 werd ze hoogleraar Franse literatuur en cultuur aan de Radboud Universiteit.

Foto Merlijn Doomernik

De KNAW reikt tweejaarlijks prijzen uit voor „ongebonden fundamenteel onderzoek”. Een van deze Ammodo Awards gaat dit jaar naar Alicia Montoya, hoogleraar Franse letterkunde en cultuur aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Haar specialisme is achttiende-eeuwse Franse literatuur en zij legt een database aan van bestsellers uit die tijd. Een verrassende tussentijdse bevinding van haar speurwerk is dat in het Europa van de Verlichting juist de religieuze boeken het best verkochten. Dat vraagt om uitleg.

Achttiende-eeuwse literatuur lijkt een onderwerp voor liefhebbers.

„Dat lijkt maar zo. De achttiende eeuw is de tijd van de Verlichting, waarin de grondslagen zijn gelegd voor wat wij onze moderniteit noemen. Denk aan individuele mensenrechten, het gelijkheidsdenken, de scheiding van kerk en staat. De literatuur uit die tijd is eigenlijk een laboratorium van nieuwe ideeën, nieuwe manieren om onze samenlevingen in te richten. Dat is hoogst actueel.”

Met het digitale letterenproject MEDIATE wilt u 18de-eeuwse Europese bestsellers onderbrengen in een database. Hoe identificeer je bestsellers uit die tijd?

„Door te tellen. Zo digitaliseren wij duizenden catalogi van bibliotheekveilingen. Als iemand doodgaat, erft zijn familie diens bibliotheek. Die weet er geen raad mee en de collectie wordt geveild. Er is lang gezegd dat deze catalogi geen bruikbare bron zijn, omdat je niet weet of de overleden verzamelaar die boeken ook heeft gelezen. Of een boekhandelaar niet stiekem eigen boeken in zo’n catalogus gestopt heeft. Maar als je duizenden van deze catalogi gaat bekijken, dan kun je wel degelijk iets zeggen over welk soort mensen welk soort boeken las. En met de circulatie van boeken brengen we ook ideeën in kaart die leefden in de achttiende eeuw.”

Gebruikt u nog andere maten voor de populariteit van boeken?

„Jazeker. We hebben ook archieven van boekhandelaren, die veel zeggen over de verspreiding. En we hebben uit Frankrijk registers van de permission simple, de toestemming die drukkers en uitgevers kregen om boeken te drukken. Daar staan ook oplagecijfers bij. Verder kun je kijken naar inventarissen van inboedels bij overlijden. Dat is een bewerkelijke bron. Daarom beginnen we in ons project met de makkelijkste: de veilingcatalogi.”

Hoe groot is de geografische spreiding van het onderzoek?

„We beperken ons tot de Nederlandse Republiek, Frankrijk en Engeland. Uit de drukkersvergunningen blijkt dat er tussen landen sterke verschillen zijn in welke boeken de censuur passeren, vandaar de noodzaak om meerdere bronnen aan te boren. We hebben toegang tot archieven van boekhandelaren en uitgevers, waarvan twee grote. Eén is een Zwitsers archief, de Société Typographique de Neuchâtel (STN). Maar het allergrootste archief voor achttiende-eeuws Europa is Nederlands. Luchtmans, een uitgeverij en boekhandel die van 1683 tot 1848 als familiebedrijf bestond in Leiden, heeft al die tijd een compleet archief bijgehouden. Daarin vinden we bestellingen, bestemmingen, wie koopt wat. Een schatkamer, die nooit goed is onderzocht. Een van de dingen die ik graag wil doen met het prijzengeld van Ammodo is beginnen met het ontsluiten van dat archief.”

Op de website van MEDIATE rept u van ‘middelbrow’ teksten en lezers. Wat verstaat u daaronder?

Middlebrow is een wat vage term die ik gebruik om mijn eigen denken op gang te helpen. Hij verwijst naar lezers die niet tot de elite behoren, maar ook niet tot de onderlaag van de samenleving. Zeg maar de middenklasse van winkeliers en geschoolde ambachtslieden. Als je echt grote maatschappelijke veranderingen teweeg wilt brengen, dan moet je die mensen hebben. Die hebben weinig sporen nagelaten, dus wij moeten hun leesgedrag en wereldbeeld reconstrueren aan de hand van grootschalige, digitale bestanden van verkochte boeken. In mijn werk over de Verlichting verleg ik de aandacht van de grote denkers en auteurs naar het bredere publiek.”

Kunt u al iets zeggen over welke boeken het populairst waren in de achttiende eeuw?

„Ja. Ik heb wat steekproeven genomen uit de bestanden en die laten zien dat religieuze boeken daarin sterk aanwezig zijn. En dan bedoel ik niet zozeer de grote theologische werken, geschreven door en voor de happy few, maar populaire religieuze werken als gebedenboekjes en catechismussen. Van de vergunningen om boeken te drukken weten we dat die ook veruit de grootste oplagen kenden.”

Mogen we hieruit concluderen dat de hegemonie van de ratio in de Verlichtingstijd wordt overschat?

„Dat denk ik wel. Wat blijkt namelijk? Mensen hebben in hun bibliotheek vaak én Voltaire én allerlei religieuze boeken. In de ogen van 18de-eeuwers sluiten die twee categorieën elkaar niet uit. Historici hebben laten zien dat de eerste natuurwetenschappers eigenlijk gedreven werden door religieuze motieven. Ze wilden Gods schepping beter begrijpen. Neem René Descartes of John Locke, die waren uitgesproken religieus.

„De ideeën van de grote denkers werden alleen geaccepteerd door brede lagen van de samenleving als ze in een religieus jasje werden gestoken. Door bemiddeling van andere auteurs, die een religieus wereldbeeld en de nieuwe inzichten over natuur en samenleving met elkaar verzoenden.

„Kijk, we zijn gek op dat verhaal van plotselinge grote veranderingen. Maar zo gaat de geschiedenis niet. Het gaat veel geleidelijker. Veel wat al oud is, blijft met ons. Dat is het grote thema van mijn werk.”