‘Nederland moet handelen naar aansprakelijkheid’

Zaak-Nasoetion

Nederland weet al zestig jaar dat het aansprakelijk kan worden gehouden voor geweld in Indonesië. Maar handelt daar niet naar.

Foto uit 1932 van Indonesische studenten in Nederland. De latere regeringssecretaris Masdoelhak Nasoetion is tweede van rechts.

De Nederlandse staat gedraagt zich passief ten aanzien van getroffenen door Nederlands geweld in Indonesië. Dat, zegt advocaat Liesbeth Zegveld, onderstreept het opduiken van het vonnis waarover NRC zaterdag schreef na eigen onderzoek. De Haagse rechtbank sprak al in 1953 uit dat Nederland aansprakelijk is voor extreem geweld van Nederlandse militairen tijdens de Indonesische dekolonisatieoorlog (1945-1950). Jarenlang verkeerde die uitspraak in de vergetelheid.

Het vonnis betrof de executie van mr. dr. Masdoelhak Nasoetion, regeringsadviseur van de jonge republiek Indonesië, op 21 december 1948 tijdens de Operatie Kraai, ook bekend als de tweede politionele actie. De weduwe van Nasoetion, Adriana van der Have, spande een proces aan tegen de Nederlandse staat en werd door de rechter in het gelijk gesteld. De zaak werd geschikt voor een bedrag van 149.000 gulden.

Lees ook onze reconstructie van deze vergeten affaire.

Zegveld won in 2011 het proces voor ‘weduwen van Rawagede’: op dat moment het eerste proces in zijn soort. „Uit de uitspraak uit 1953 blijkt dat de Staat kon weten dat ze aansprakelijk gehouden kon worden voor dit soort feiten. De passiviteit sindsdien is dan onbegrijpelijk”, aldus Zegveld. Zij vindt het van belang „dat met het verhaal over Adriana van der Have en Masdoelhak Nasoetion slachtoffers en de nabestaanden een gezicht krijgen”.

Tweede Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma (D66) noemt de geschiedenis van Nasoetion een „schokkend relaas”. Ook hij heeft kritiek op de Nederlandse houding ten aanzien van slachtoffers en nabestaanden. „Ik bedoel het niet juridisch, maar Nederland moet zich aansprakelijk opstellen. Nu laten we slachtoffers, ook in het geval van Srebrenica, vaak jarenlang wachten.” Meer onderzoek is volgens hem nodig.

Politieke moord

Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) meent ook dat deze geschiedenis het belang van verdere naspeuringen onderstreept. „Het schikkingsbedrag is opvallend hoog, 149.000 gulden toen staat ongeveer gelijk aan 1 miljoen euro nu. Dat enorme bedrag duidt er mogelijk op dat de regering zich bewust was van het explosieve karakter van deze kwestie. Dit was niet zomaar een anonieme executie, dit was een politieke moord. Het is gelukt dat in de doofpot te houden. Dat vraagt dus ook om nader onderzoek.”

Jeffry Pondaag van de Stichting Ereschulden, die zich inzet voor Indonesische oorlogsgetroffenen, meent dat de affaire-Nasoetion nogmaals „de onbetrouwbaarheid van Nederland onderstreept”.

Lees ook: het interview met de oudste zoon van Nasoetion: ‘Ja, die vader was er niet meer’.