‘Ik zocht een verklaring voor de zelfdoding van mijn zusje’

Ingrid Kamerling (35) verloor haar zusje door zelfdoding. Om te begrijpen waarom haar Vivian, die zo op haar leek, zover kwam, maakte ze een film.

Merlijn Doomernik

Sinds haar jongere zus is overleden, gebruikt Ingrid Kamerling (35) het woord ‘zelfmoord’ niet meer. ‘Zelfdoding’ dekt de lading beter, vindt ze nu. „Moord suggereert een heel bewuste daad.” Daar gelooft Kamerling niet meer in.

„Hé, dat is mooi, ze was groot fan van Coldplay. En nu hoor ik ineens dit liedje”, zegt Ingrid halverwege het gesprek. Het Surinaamse eetcafé is gevuld met de geur van kerrie en het geluid van vrolijke hits. Het is te laat voor de lunch en te vroeg voor het avondeten, daarom zijn de meeste andere tafeltjes nog leeg. Ingrid woont even verderop, in Amsterdam-Zuidoost, maar daar is te veel afleiding om te praten, want haar partner en twee jonge kinderen zijn thuis. De synthesizer van ‘A sky full of stars’ zwelt aan. Kamerling onderbreekt een verhaal over het karakter van haar zusje om dat te constateren. „Dit is een van hun laatste nummers, dus dit kent ze niet.”

Zes jaar geleden overleed Vivian Kamerling. Ze was 24 jaar, vijf jaar jonger dan Ingrid, net cum laude afgestudeerd in organisatiepsychologie en ze werkte als trainee bij een adviesbureau. Ingrid Kamerling – ze is filmmaker – praat afwisselend in de verleden en de tegenwoordige tijd over haar zus. Ze is vaker analyserend dan anekdotisch, eerder nuchter dan emotioneel. Dat komt vast ook doordat Ingrid de afgelopen zes jaar – de eerste twee jaar intensief, later met langere tussenpozen – bezig is geweest om Vivians plotselinge dood te verklaren. In een poging de kluwen van verdriet en onbegrip te ontwarren, begon Ingrid Kamerling met filmen. Eerst intuïtief: een lang shot van het lege voetbaldoel op het grasveld, hier om de hoek. „Zou het er in haar hoofd zo uit hebben gezien?” En later concreter: gesprekken met hun ouders, met vrienden van Vivian, met haar therapeut en haar laatste leidinggevende. Beelden van Vivian en Ingrid zelf wisselen elkaar af. Ingrid in Vivians oude kamer, met Vivians leren jasje aan. Een jonge vrouw met blonde krullen.

Zien we hier Ingrid of haar zusje? „We lijken zo op elkaar, waarom zij wel en ik niet”, vraagt Ingrid zich af. Vivians ogen lachen meestal, die van Ingrid staan van nature serieuzer. Allebei „energieke doeners”, maar ook wel piekeraars. „Vanuit een gezond hoofd kun je je niet goed indenken hoe het is om een ziek hoofd te hebben.” Daarom probeerde Ingrid in dat van Vivian te kruipen. In het hoofd van mijn zusje is het resultaat. De documentaire van 55 minuten trekt de komende maanden langs achttien Nederlandse filmtheaters.

De tekst gaat verder onder de trailer.

Weet je nu beter hoe ‘een ziek hoofd’ werkt?

„Zoals een actrice haar personage wordt, heb ik geprobeerd om Vivian te worden. Ik heb dat jasje aangetrokken, ben op haar bed gaan liggen. Ik las haar dagboek en haar to-dolijsten. Ik voerde gesprekken met mensen die ze de laatste tijd zag en reconstrueerde haar laatste uren. Donderdag heeft Vivian nog geprobeerd te werken. Maar door de maalstroom in haar hoofd kon ze de woorden op haar scherm niet meer lezen. Die avond is ze nog naar de sportschool geweest, en in de ochtend, vlak voor het gebeurde, is ze een eind gaan hardlopen. Op de laatste draaidag stond ik in de lift, onderweg naar de plek waar het is gebeurd. Ik staarde naar één punt en probeerde me helemaal in te leven, haar te zijn. Had ze nog wel kunnen leven met de gedachte dat ze daar had gestaan? Ik denk dat ze op een gegeven moment vond dat ze niet meer terug kon. In een ziek hoofd zit denk ik een maalstroom van gedachten die oncontroleerbaar lijkt.”

Wat was er met Vivian aan de hand?

„Het ging allemaal heel geleidelijk. Ik merkte dat ze in het laatste jaar, voordat ze drie maanden naar Zuid-Afrika ging voor een extra stage bij een aidskliniek, erg twijfelde. Ze was afgestudeerd maar ze wist niet wat ze wilde worden. Ik vond dat wel normaal. Ik probeerde haar uit te leggen dat ik het op haar leeftijd ook allemaal niet wist, nu nog steeds niet altijd precies.” Zij was op een bepaald moment heel ongericht ambitieus. Ze wilde heel goed bijblijven. Kranten en opiniebladen lezen, meerdere talen spreken, ze wilde goed doen in de wereld. Bij een ngo werken, of toch niet.

„Tijdens haar reis belde Vivian nog. Op stel en sprong moesten mijn vader en ik diploma’s voor haar kopiëren en opsturen, want ze wilde zich opgeven voor een master, en dan ook meteen een hele goede.” Ingrid lacht een beetje. „Wat gebeurt hier, dachten wij. Maar we vonden het ook wel iets voor haar.”

Vivian had het idee dat ze „stilstond” en was „héél bezorgd”, vertelt een vriendin in de documentaire. „Ze was heel bang dat ze de verkeerde keuze zou maken” en ze heeft zich „heel stuurloos” gevoeld, vertelt haar psychotherapeut.

Tien weken na die reis, gebeurde het. „In de laatste weken kwam ze helemaal niet meer naar de andere kant, de kant waar ze soms ook nog om zichzelf kon lachen.”

Tijdens het maken van haar film, raakte Ingrid zelf ook een beetje geobsedeerd. Vivian voelde zich zoals veel van haar vrienden, zoals heel veel andere mensen van haar leeftijd. Waarom had nu juist haar zusje zoiets definitiefs gedaan? Ook als Ingrid sliep, was ze „half wakker”, zegt ze. Vragen tuimelden over elkaar heen. Ze moest weten waarom, en als ze het mis had zou ze „in een leugen leven”.

Zijn je gedachten geordend door het maken van de film?

„Er is een soort acceptatie gekomen dat haar zelfdoding misschien helemaal geen duidelijke reden heeft. Net als een auto-ongeluk. Je loopt op straat en je hebt pech dat je juist daar loopt. En dan bedoel ik niet dat zij er helemaal niets aan kon doen, maar dat er verkeerde dingen zijn samengekomen waardoor er iets als een psychose is ontstaan, of een kortsluiting, misschien getriggerd doordat ze op het laatst bijna niet meer kon slapen. Ik was altijd bezig met een verklaring. Op een moment in mijn zoektocht zei iemand: misschien ís die er helemaal niet. Toen viel ik in een gat. Je kunt niemand de zwartepiet toeschuiven, terwijl je dat als nabestaande misschien wel zou willen.”

De vroegere werkgever van je zus zegt in de documentaire dat hij zag dat zij haar „authentieke persoonlijkheid” aan het verliezen was. Wat bedoelt hij daarmee?

„Volgens mij is zijn definitie van authenticiteit dat je sterk bent en sterk overkomt. Voor mij betekent het zoiets als zijn wie je bent. In de film vertolkt Vivians baas het geloof in maakbaarheid van het leven, vind ik. Hij zei bijvoorbeeld ook: haar dood is een keuze en die moet je respecteren. Dat past erg in zijn mensbeeld, dat alles een keuze is. Over kanker wordt ook zo gepraat: je hebt de strijd verloren. Maar meestal heb je gewoon pech. Meer mensen zeggen, troostend bedoeld, dat het haar keuze is geweest. Zo dacht ik in het begin ook. Je komt niet zomaar op die plek, je moet er best wel wat voor doen. Maar ik denk nu: nee, ze heeft een soort tunnelvisie ontwikkeld waardoor ze dacht dat het haar enige uitweg was. Ze heeft het niet in haar natuurlijke staat van zijn gedaan, dat weet ik nu zeker. Ze had heel erg veel pech dat er op dat moment niemand is geweest die haar eruit heeft kunnen trekken.”

Had iemand haar kunnen redden?

„Ja, dat denk ik wel. Op donderdag heeft ze naar de huisarts en de psycholoog gebeld, ze wilde een afspraak maken. Maar die vrijdag was er geen tijd om haar te ontvangen. ‘Ik zal je nu een recept voor kalmerende middelen sturen en maandag ben je de eerste’, zeiden ze bij de huisartsenpraktijk. Vrijdag is het gebeurd.

„Je voelt dan natuurlijk boosheid. Het is zo pijnlijk. Maar het is allemaal net te snel gegaan, denk ik. Ze had net een nieuwe psycholoog, omdat haar vorige met zwangerschapsverlof was. Bij haar huisarts was ze pas één keer eerder geweest. Die zei: ik kan me wel voor mijn kop slaan dat ik haar die vrijdag niet heb laten komen. Bijna iedereen om haar heen denkt: shit, had ik meer kunnen doen? Maar na al die jaren weet ik ook: het was misschien ook wel heel moeilijk om het goed in te schatten.”

Waarom was het zo moeilijk om het goed in te schatten?

„Ze voldeed niet aan het risicoprofiel. Ze was niet eenzaam, ze had veel vrienden, contact met haar familie. Ze kon het allemaal ook heel goed vertellen. Op de dag dat het gebeurde heeft de politie meerdere psychologenpraktijken in Utrecht gebeld om te vragen of zij wisten wie de studente van 24 zou kunnen zijn die ze gevonden hadden. Ze hebben in hun bestand gekeken, maar kwamen niemand tegen die aan het profiel voldeed, al had ze wel met hen gedeeld dat dit idee in haar hoofd zat. Ze hebben niet eens aan haar gedácht.

„Ik wist tijdens het draaien niet of anderen de film ooit zouden zien. Maar doordat ik zo veel mensen ontmoette die zich net als Vivian angstig, somber en overspannen voelden, bedacht ik dat ik door het delen van dit verhaal betekenis kon geven aan haar dood. Ik hoop dat mensen erdoor beseffen dat ze de schijn niet hoeven op te houden. Aansluitend op de vertoningen in theaters zijn nagesprekken met psychiaters en een ervaringsdeskundige. Misschien wordt met deze film wel een leven gered.”

Praten over zelfdoding kan bij de hulp- en preventielijn 0900 0113 (www.113Online.nl): ‘Zelfmoord? Praat erover’.