Column

Mathieu huilde, huilde en huilde

Met zo’n natte lap je kind te lijf; klets, klats, van voren, van achteren, een keer onderdoor halen en klaar. Jonge ouders gebruiken nog graag een washandje. Vroeger lag er in hotelkamers eentje klaar op een paar schone handdoeken.

Gisteren kreeg het ouderwetse washandje een hoofdrol in de wielersport. Na een uur veldrijden over een modderakker in Luxemburg zat coureur Mathieu van der Poel (22) in een partytent te huilen. Hij was tweede geworden, net als vorig jaar was zijn rivaal Wout van Aert weer wereldkampioen.

Mathieu zat voorovergebogen in een plastic stoel. Met een washandje veegde hij over zijn gezicht. Een mengsel van tranen, modder en water droop naar beneden. Onder aan zijn kin bleef een baard van vuil hangen. Nog een keer maakte het zwarte washandje een rondje.

En Mathieu maar snikken.

Na de start van de koers was de Nederlandse favoriet meteen op kop gaan rijden en zocht geconcentreerd zijn weg over het glibberige parcours. Wie kon hem wat maken?

Wout van Aert kwam langzaam op gang. Hij reed als enige op banden met een afwijkend, groen profiel. Er werd vooraf een beetje lacherig over gedaan maar het bleek een uitstekende keuze. Het waren oude banden uit 1997 met een prachtnaam: Michelin Mud. De taaie krengen konden tegen een stootje.

Mathieu haalde vooraf zijn schouders op over de bandencultuur. Hij fietste altijd met hetzelfde type. Moderne bandjes. Ze lieten hem lelijk in de steek. Hij reed vier keer lek, Van Aert maar één keer.

Na zijn wasbeurt liet Mathieu het washandje achter in de partytent. De tranen bleven maar komen, tijdens interviews in de koude wind en later ook in de Vlaamse televisiestudio. Hij noemde het verlies „zijn grootste ontgoocheling ooit”.

Zijn gezicht en schouders rilden van de afkoeling. Nee, hij hoefde geen jas. „Warm wordt het niet meer.”

Het werd een tranendal. Alsof alle tot nu toe opgelopen verdriet in zijn leven er allemaal op één dag uit moest. Mathieu wilde tot diep in elke vezel voelen hoeveel pijn het deed om zwaar te verliezen.

Ondertussen liet Van Aert zich interviewen met de modder op zijn gezicht. De poetsbeurt met het washandje kon nog even wachten. Hij vertelde over de overjarige banden. „Soms zijn oude dingen nog niet zo slecht.”

Vader Adri van der Poel stond tijdens de race in de zone waar zijn zoon van fiets kon wisselen. Bij de vierde lekke band voor Mathieu zag ik hem wanhopig naar het hoofd grijpen.

Alles wat hij – de oude Poel – na de finish nog kon doen was Mathieu opvangen.

Een brede schouder voor zijn kind dat huilde, huilde en huilde.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.