Pechtold: ‘Maak ons, maak het midden machtig’

Partijcongres

De premiersambities van Alexander Pechtold zijn wat verstomd, maar D66 ziet wel een verzoenende rol in het kabinet voor zich weggelegd.

Foto David van Dam

Premier Pechtold. Het allitereert mooi, maar eigenlijk zijn er zaterdag maar weinig D66-leden op het verkiezingscongres van de partij in Nieuwegein die hier écht rekening mee houden. Winst voor D66, dat nu twaalf zetels in de Tweede Kamer heeft, dat wel. En een spilpositie in een kabinet na de verkiezingen van 15 maart, dat ook. Maar dermate groot met een kans op het premierschap? Dat niet.

Toch was het partijleider en lijsttrekker Alexander Pechtold die deze suggestie eind oktober deed op het jubileumcongres van zijn partij. Hij sloot toen zijn toespraak af met de wens dat de volgende premier in het Torentje een „échte liberaal” zou zijn: „een progressief liberaal, sociaal-liberaal”, daarmee doelend op zichzelf.

In zijn toespraak zaterdag was de D66-leider minder uitgesproken en beperkte hij zich tot de ambitie met zijn partij „het hart van het volgende kabinet” te willen vormen. „Wij vragen de kiezer: maak ons, maak het midden machtig. Het progressieve midden.”

Uit het chagrijn

Inhoudelijk kiest D66 voor lastenverlichting, meer geld voor onderwijs, meer verpleegkundigen en een volmondig ‘ja’ voor de Europese Unie. En het gevoel dat D66 wil uitstralen is in de speech van Pechtold: „Wie gidst ons land uit het chagrijn?”

Zelf premier worden? Pechtold sluit het nog altijd niet uit, zegt hij desgevraagd. „Ik merk uit een peiling van het programma EenVandaag dat mensen dat mij wel zien doen. Tien jaar geleden was het onzinnig om dit over jezelf te roepen. Maar nu voel ik dat ik de ervaring heb en ook bij mezelf meer duidelijk heb wat ik de komende jaren zou willen doen.”

In elk geval moeten voor hem de aanstaande verkiezingen, zijn vierde als lijsttrekker, de „kroon op het werk” worden.

Het zag er in 2006 niet naar uit dat Pechtold het zo lang zou volhouden. Onder zijn eerste verkiezingen werd D66 gehalveerd en ging van zes zetels naar drie. Oprichter Hans van Mierlo probeerde de teleurgestelde Pechtold op te monteren. „Welnee, je hebt geen drie zetels verloren, maar drie zetels gewonnen. In de peilingen stonden we tot voor kort op nul zetels”, zei hij.

Na het echec van 2006 is het alleen maar bergopwaarts gegaan. Elke verkiezing – Tweede Kamer, Provinciale Staten (en daarvan afgeleid Eerste Kamer), gemeenteraden, Europees Parlement – werd gewonnen. In Amsterdam en een aantal andere steden is D66 nu de grootste partij. Het succes is voor een belangrijk deel te danken aan Pechtold, die een verrassende ontwikkeling doormaakte.

De verkiezing tot lijsttrekker voor D66 in 2006 was niet vanzelfsprekend. Hij kreeg de steun van 52,6 procent van de leden. Maar als aanvoerder van een driemansfractie profileerde Pechtold zich snel. Dat kwam niet zozeer door de oppositie die hij tegen het kabinet van CDA, PvdA en ChristenUnie voerde, maar vooral door zijn scherpe aanvallen op Geert Wilders. „Dankzij mij bent u zo groot”, liet Wilders zich meer dan eens pesterig tegenover Pechtold ontvallen.

Grote verzoener

De manier van debatteren – aanvallend, opgewonden, scherp en ad rem – is het sterkste wapen van Pechtold. Dat bleek afgelopen week nog eens tijdens het debat met minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) over de bonnetjesaffaire. „Het toneelstuk van Pechtold”, zei Van der Steur na diens zoveelste interruptie.

Maar in de verkiezingscampagne wil Pechtold zich als de grote verzoener opstellen. Niet voor niets heet het eind vorig jaar uitgekomen boek over zijn drijfveren Optimist in de politiek. In zijn toespraak voor de 1.500 leden die zaterdag het D66-congres bezochten was samenwerken het centrale thema. „Ik heb gemerkt dat er pas waardering voor de politiek komt als er wordt samengewerkt en er resultaten komen.”

Pechtold heeft al eerder laten weten dat D66 na deze verkiezingen het kabinet in moet. Zo niet, dan zal de partij op zoek moeten naar een andere leider. Of hij zelf kandidaat is voor een post in het kabinet, laat hij in het midden: „Als we de grootste zijn en zelf de premier mogen leveren wel. Maar bij een kabinet dat uit vier of vijf partijen bestaat, kan ik me ook goed voorstellen dat ik in de Kamer blijf. Ik denk dat het zwaartepunt dan echt bij die fractievoorzitters ligt.”