De mythe van de VS als gastvrije natie

Immigratieland? Trumps inreisverbod zou on-Amerikaans zijn. Maar founding father Hamilton was ook al beducht voor „buitenlandse vooringenomenheid”.

Lex van Lieshout/ ANP

Het vrijheidsbeeld in tranen. Dat beeld is de afgelopen dagen opgeroepen door critici van het voorlopige inreisverbod van staatsburgers van zeven overwegend islamitische landen dat president Donald Trump vrijdag per decreet heeft afgekondigd.

Volgens tegenstanders van Trump is die maatregel fundamenteel in strijd met een historisch principe van de Verenigde Staten als immigratieland. ,,Een grote traditie van Amerika, die bestaat sinds Amerika is gesticht, is met voeten getreden”, zei Chuck Schumer, de leider van de Democraten in de Senaat, in een verklaring.

NRC is benieuwd naar de ervaringen van mensen die zelf met het inreisverbod te maken hebben. Deel uw ervaringen hier.

Critici wijzen op de tekst aan de voet van het Vrijheidsbeeld, het symbool bij uitstek van de VS als eeuwenoud toevluchtsoord voor migranten uit alle delen van de wereld: ‘Give me your tired, your poor / Your huddled masses yearning to breathe free” (Geef mij uw vermoeiden, uw armen / Uw opeengedrongen massa’s die smachten om in vrijheid te kunnen ademen). Hun conclusie: Trumps inreisverbod is wezenlijk on-Amerikaans.

Klopt dat?

Het is waar dat Noord-Amerika de afgelopen eeuwen in hoge mate is bevolkt door migranten die zijn toegestroomd uit andere continenten, vaak op zoek naar een betere toekomst – eerst kolonisten uit Europa, gevolgd door slaven uit Afrika en, later, ook immigranten uit Azië, Latijns-Amerika en andere werelddelen. Wie niet deel uitmaakt van de inheemse bevolking, kan zijn afkomst terugvoeren op immigranten.

De Founding Fathers voorzagen dat nieuwkomers Amerikaanse burgers zouden worden, met loyaliteit aan hun nieuwe identiteit als Amerikaan, inclusief geloof in grondbeginselen als gelijkheid, bestuur door het volk, en, bovenal, vrijheid. Waar oud-president Thomas Jefferson pleitte voor open immigratie, waarschuwde founding father Alexander Hamilton al voor „buitenlandse vooringenomenheid”.

Sindsdien was er altijd onenigheid over de vraag wie geschikt is zich in de smeltkroes te mengen. Toen halverwege de negentiende eeuw conflicten in Europa en hongersnood in Ierland leidden tot toestroom van Duitsers en Ieren, ontstond grote weerstand tegen de komst van katholieken, verenigd in de ‘Know-Nothing’-beweging. De vrees bestond dat katholieken loyaler waren aan het Vaticaan dan aan Amerika. Een politieke partij die voortkwam uit de anti-immigratiebeweging, de American Party, oogstte kortstondig succes in de periode voor de Amerikaanse burgeroorlog (1861-1865).

Ook later waren er golven van anti-immigratiesentiment. Italianen en Oost-Europese immigranten werden gewantrouwd. In 1882 werden Chinezen uitgesloten van immigratie, uit vrees voor wat het ‘Gele Gevaar’ werd genoemd. Ook vluchtelingen is niet zelden toegang geweigerd, zoals een schip met ruim 900 Joodse vluchtelingen in 1939 en Vietnamese bootvluchtelingen in de jaren zeventig.

De notie dat de VS altijd voor iedereen de deuren wijd heeft opengezet is eerder een nationale mythe.. Deze wordt gekoesterd door een belangrijk deel van de Amerikaanse bevolking dat gelooft in een beeld van de VS als een internationalistisch land met een rol als baken van vrijheid voor de mensheid.

Daar komt bij dat de tekst aan de voet van het vrijheidsbeeld niet afkomstig is uit de verklaring van onafhankelijkheid of de Amerikaanse grondwet, in tegenstelling tot een indruk die soms wordt gewekt. Het zijn regels uit ‘The New Colussus’, een gedicht uit 1880 van Emma Lazarus, een schrijfster uit New York. In 1903 werd de tekst toegevoegd aan de basis van het vrijheidsbeeld.