Recensie

De mens komt er bekaaid vanaf in deze gedichten

In de Nederlandse poëzie tekent zich een groeiend bewustzijn over de verstoorde relatie met het milieu af. Dichters als Maartje Smits en Marwin Vos zijn zich in hun werk bewust van de processen die op zeer korte termijn fatale gevolgen hebben. Ook Saskia Stehouwer (1975) – voor haar debuut wachtkamers kreeg ze de C. Buddingh’ Poëzieprijs 2015 – vraagt in haar tweede bundel om een herbezinning op onze verhouding tot de natuur. De mens komt er bekaaid vanaf in Vrije uitloop: ‘wij denken dat we binnen alles onder controle hebben’. Zonder opsmuk registreert Stehouwer de bewegingen van de mens. Door te laten zien wat er gebeurt zodra die bewegingsruimte onder druk komt te staan, laat ze de zelfzuchtige essentie van de mens oplichten: ‘je hart de trommel van je wijsgeer/ die het beter weet maar niet kan praten/ rondstampt zoals de dikke bovenbuurman/ op weg naar oplossingen in de koelkast’.

Nog sterker komt de aard van de mens naar voren wanneer Stehouwer die naast dierlijk gedrag plaatst. In de openingsregels van het gedicht ‘samenloop’ staat: ‘om je heen werd geklaagd over files/ deden mensen haastig boodschappen/ om op tijd thuis te zijn voor de kinderen// een overmoedige vogel begon aan een nest’. Stehouwer creëert extra spanning door het adjectief ‘overmoedig’ aan de vogel toe te bedelen. Dat contrasteert met het onzorgvuldige boodschappen doen van de mens.

Kritiek op de handel en wandel van de mens is welkom, maar in Vrije uitloop blijft het bij aanzetten. De bundel zou vele malen sterker geweest zijn als Stehouwer haar pleidooi voor een open en minder arrogante houding ten opzichte van de medemens en de natuur scherper en stekeliger neergeschreven zou hebben. Nu blijft ze al te vaak op de vlakte: ‘ik heb een nieuw kompas nodig/ niet die vuile ster die me aangrijnst/ of de rokerige luchtspiegelingen/ de kisten in ons hoofd / waarin we langzaam verdwijnen’.

Door haar gedichten algemeen te houden biedt ze de lezer de mogelijkheid om zelf na te denken over de aangesneden thema’s. Aanvankelijk is dat prijzenswaardig, omdat ze niet een visie wil opleggen aan haar lezer, maar dat is uiteindelijk wat deze bundel opbreekt. De mogelijkheid om stelling te nemen is er op verschillende momenten. Zo had ze in ‘jacht’ expliciete kritiek kunnen inbedden bij deze regels: ‘het mooiste ontwerp voor een hamer is gebaseerd/ op de snavel van een specht/ de beste airco imiteert de wijze waarop zebra’s/ warmte geleiden door hun lichaam’. Vrije uitloop doet een poging om de hegemonie van de mens die onherstelbare gevolgen heeft voor diens omgeving aan de kaak te stellen, maar vormt geen steekhoudend argument. Hooguit opent Stehouwer de ruimte om verder na te denken over deze problematiek.