Column

De eenzaamheid van de moslimradicaal

De netwerken rond jihadisten blijken weer wat groter te zijn dan gedacht. Criminelen helpen hen, zei Nationaal Coördinator Terreurbestrijding Dick Schoof zaterdag in het AD. „Als Syriëgangers terugkomen, weten ze waar ze aan spullen en diensten moeten komen.”

Het radicale netwerk dat ik zelf ken, is de voormalige Hofstadgroep, de vrienden van de moordenaar van Theo van Gogh. Af en toe spreek ik, samen met compagnon Ahmet Olgun, Redouan. Hij is de broer van Fahmi, die werd veroordeeld als lid van deze terroristische organisatie. Na de arrestatie van zijn broer radicaliseerde Redouan. Voor Ahmet en mij bleef hij jarenlang een gids in de wereld van radicale geestelijk leiders en huiskamerbijeenkomsten. Om zijn gezin te onderhouden verkoopt Redouan kinderkleertjes op de markt in Amsterdam-West. In zijn vrije tijd is hij IS-aanhanger.

Dagelijks leest hij tien minuten in de koran. Dagelijks ziet hij video’s die het ministerie van Informatie van het kalifaat op YouTube zet. Over kleuters die executies uitvoeren, bijvoorbeeld. „Ze verzinnen iedere keer iets nieuws.” Telkens als hij probeert een nieuw account aan te maken wordt hij van Twitter gegooid. De soldaten van IS zijn minder vaak op Twitter te vinden – volgens Redouan zijn honderdduizenden accounts opgeheven.

Grote netwerken? Grote eenzaamheid, eerder. „Ik kom bijna niet buiten Amsterdam-West”, zegt Redouan. „Niet dat ik word gediscrimineerd, ik kan gewoon zaken doen. Maar ik heb geen gevoel bij deze mensen.”

Zijn broer Fahmi is tot ongewenst vreemdeling verklaard en woont in Marokko. Hun vader heeft een hersenbloeding gehad. Redouan verzorgt hem. Regelmatig bezoekt Redouan de Al Hijra-moskee. Zijn zesjarige zoontje zegt dan na afloop: ‘Ik heb geluisterd en gebeden, mag ik nou een ijsje?’ Hij kreeg ook koranles, zegt Redouan, maar hij is nog een beetje speels. „Voor een kind moet het leuk blijven.”

Hoe kun je je zoontje met zoveel liefde opvoeden, kinderkleertjes verkopen en tegelijkertijd video’s bekijken met moordende kindsoldaten, vraag ik. „Nederlandse F16’s vermoorden ook onschuldige burgers”, zegt hij.

Zijn isolement wordt steeds groter, zegt Redouan. „Als iemand in de moskee of op de markt me over het ware geloof vroeg of me aansprak als ‘broeder’, zou ik hem niet vertrouwen. Je vertrouwt alleen je familie en degenen met wie je bent opgegroeid.”

Wachten, meer is het niet. Hij wil weg, naar Marokko, of naar Raqqa, de hoofdstad van het kalifaat. Maar ja, zijn vader. Maar ja, zijn zoontje. (Over zijn vrouw begint hij niet.)

Hij vond dat Rutte een goed advies gaf toen die zei: laat ze maar vertrekken naar hun kalifaat, en laat ze daar sterven. IS blijft bestaan, zegt Redouan. „Alle verliezen die ze lijden, die zeggen niets over hun kracht. Desnoods trekken ze zich terug in de woestijn van Ambar, verdwijnen zullen ze niet.”

Jutta Chorus (@juttachorus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.