Bijna niemand stierf zo vaak als Hurt

John Hurt (1940-2017)

De gelauwerde Britse karakteracteur was in zijn element als gedoemd personage, met dank aan zijn iele lijf en katerige hoofd.

Bij het grote publiek is de Britse acteur John Hurt, vrijdag op 77-jarige leeftijd overleden, voor altijd Kane, de ongelukkige astronaut die in 1979 in sf-horrorfilm Alien oraal wordt bevrucht door een buitenaards monster en later aan de eettafel bloedig bevalt van diens gepantserde foetus: de ‘chestburster’. Onsterfelijk door een nare dood.

Niet veel acteurs stierven zo vaak in films als John Hurt. Van zijn 204 rollen eindigden er zo’n 40 fataal: Rutger Hauer mocht hem doodschieten in The Osterman Weekend (1976). „Een specialist in slachtoffers”, schreef Quentin Crisp, en die kon het weten: John Hurt vertolkte deze dandy relnicht in de tv-film The Naked Civil Servant, wat hem in 1975 een Bafta en een Emmy opleverde.

Misschien gaven John Hurts fragiele postuur en vermoeide gelaat – met dank aan licht hangende oogleden en mondhoeken, alsmede jaren van drankmisbruik – hem iets gedoemds. Grote indruk maakte hij als Timothy Evans in 10 Rillington Place, in 1950 ten onrechte opgehangen voor de moord op zijn zwangere echtgenote en dochtertje. Zijn eerste Oscarnominatie verdiende Hurt als weerloze Britse junkie Max in een Turkse gevangenis in Midnight Express (1978), twee jaar later volgde een tweede nominatie als misvormde Victoriaanse kermisattractie John Merrick in David Lynch’ The Elephant Man. Maar zijn ultieme slachtoffer was toch de door Big Brother vermorzelde Winston Smith in George Orwells 1984.

Met zijn afgemeten, krakerige stem – John Hurt was een veelgevraagd stemacteur – zette hij ook puntgave cynici neer: niet voor niets brak hij in 1966 door als de wezelachtige streber Richard Rich in het met zes Oscars bekroonde kostuumdrama A Man of All Seasons. Regisseur Fred Zinnemann castte Hurt nadat hij op het toneel zijn „explosieve, nerveuze energie” had gezien. Met koortsachtige of geschifte personages wist Hurt ook raad: denk aan zijn rol als keizer-provocateur Caligula in de hitserie I, Claudius (1976).

Seksueel misbruikt

John Hurt werd in 1940 geboren in het mijnstadje Chesterfield in Derbyshire als zoon van de Anglicaanse priester en een gewezen actrice. Zijn ouders hielden hem apart van mijnwerkerskinderen en stuurden hem op zijn achtste naar kostschool St. Michaels. Daar ontwikkelde hij een passie voor het toneel, maar werd hij, blijkens een interview in 2005, ook seksueel misbruikt door de hoofdmeester. Die had de gewoonte leerlingen met zijn stoppels te raspen en zijn tong in hun mond te douwen: waarbij hij zijn valse voortanden verwijderde. Het moet hem gevormd hebben, peinsde Hurt.

Zijn ouders verzetten zich tegen zijn acteerambities: Hurt was te iel en lelijk om ervan te leven, dachten ze. Als concessie mocht hij op kunstacademie St. Martins in Oxford kunstleraar worden. Hij wist alsnog een beurs te krijgen voor de Royal Academy of Dramatic Art en maakte twee jaar later zijn tv-debuut.

In zijn glorietijd – de jaren zeventig en tachtig – kreeg John Hurt door zijn alcoholisme de reputatie van ‘hellraiser’, met rammelspeeches, scheldpartijen tegen fotografen, schandalen in het nachtleven. Hij versleet drie echtgenotes, kreeg twee kinderen bij nummer drie en had een vijftien jaar durende affaire. „Mensen als ik, die zichzelf als beroep binnenstebuiten keren, neigen ertoe van elk huwelijk een emotionele worsteling te maken”, zei hij in 2005, drooggelegd en tot rust gekomen met zijn vierde echtgenote, Anwen Rees-Meyers.

Toch vind je in zijn loopbaan nauwelijks een dip: John Hurt speelde met ijzeren regelmaat vier tot vijf bijrollen per jaar in Hollywoodkrakers als Harry Potter en bij filmauteurs als Lars von Trier (Melancholia) en Jim Jarmusch (Dead Man, The Limits of Control, Only Lovers Left Alive).

Zelf was hij blij met een handvol rollen als ‘leading man’ in kleine films, maar kon hij moeilijk ontevreden zijn over al die fraaie rollen als door het leven verslagen grootvaders die hij in zijn latere jaren speelde: tragische types als MI-6-baas Control in Tinker, Tailor, Soldier, Spy. In diezelfde jaren werd hij overladen met levensprijzen en mocht hij zichzelf Sir John Hurt gaan noemen.

Hij smaakte tevens het genoegen om zelf nog een Big Brother te spelen: dictator Adam Satler in V for Vendetta – al liep het met Satler slecht af, uiteraard. In 2008 keek Hurt tevreden terug op zijn oeuvre. „Je beseft het niet zo terwijl je bezig bent, maar nu ik zo in mijn cv terugblader, denk ik: niet slecht voor een ouwe dronkelap.”