Bij Feyenoord in vorm valt weinig te ‘pressen’

Eredivisie

Koploper Feyenoord won zondag met 4-0 van NEC. De ploeg uit Nijmegen had zich veel meer voorgesteld van de wedstrijd in de Kuip.

Erwin Spek/ANP

Op het trainingsveld in het Goffertpark propte Peter Hyballa rond het middaguur zijn spelers op een klein kluitje in de hoek voor een partijvorm op de vierkante centimeter. Hoge intensiteit, veel geschreeuw. Veel duels. Alsof het al zondag was, alsof er al Feyenoorders rondliepen die van hun levensdagen niet meer zeker zouden zijn: „Press! Press!” brulde Hyballa. „Pressmoment when the ball’s nog living!”

Zo zou het moeten gaan in Rotterdam. Eén moment van lichtzinnigheid, één verkeerde aanname bij Feyenoord achterin: dan vól erop. De coach van NEC zag het al voor zich. Eric Botteghin die de bal op kniehoogte aangespeeld krijgt van zijn doelman, even te veel tijd nodig heeft, dan vol druk zetten met twee aanvallers.

Bescheiden middenmoter

Tja. Hoe bereid je NEC – bescheiden middenmoter met handhaving in de eredivisie als doelstelling – voor op Feyenoord?: te weinig zwaktes bij de tegenstander. Dus: „Vooral psychologisch coachen”, zei Hyballa vrijdag. „Je bent geen profvoetballer geworden om voor 3.000 man te spelen. Wil jij hogerop komen, wat jongens willen bij NEC, dan moet je niet bang zijn. 50.000 man in een stadion moet normaal zijn. Dat is normaal in Bundesliga, in de Premier League. Laat het maar zien dan.” Dat idee.

Zijn schrikbeeld is Ajax – NEC, eerder dit seizoen. 5-0, spits Kasper Dolberg met een daverende hattrick. „Die begeleidden we als een mooie vrouw”, zei Hyballa toen. Vrijdag imiteerde de coach van NEC iemand die over zijn nek gaat. „Zo zaten ze daar in de rust. Er was angst voor de afgang.”

Dat was nu anders, zei Hyballa zondagavond in De Kuip na afloop. Ok, het werd 4-0, maar toch. „De stemming is nu anders. We hebben momenten goed voetbal gespeeld, ook in de tweede helft fasen, bepaalde momenten, goede driehoeken, de crosspass gespeeld. En wij hadden de eerste kans, als je die scoort, wordt het interessant.”

Heel even was de geestdrift van Hyballa terug te zien in de Kuip toen NEC brutaal ten strijde trok in de fase dat Feyenoord nog aftastte. De volley van Mohammed Rayhi in de handen van Brad Jones was het belangrijkste wapenfeit na een minuut of vijf. Hyballa, de Duitser wiens Nederlandse moeder opgroeide in Rotterdam, wist toen al: die had er in gemoeten, wil je hier iets halen.

„We hebben geprobeerd via Kadioglu offensief de diepte te zoeken. Nou ja, dat is, ja, zo ‘la la’ gelukt.” Hij bedoelt: een enkele keer, meer per toeval. „Dan komt die power van Feyenoord. De crossbal op Elia, als trainer kan je nog denken om hem dubbel te dekken met Janio Bikel erbij. Maar Elia die is te goed voor ons.”

Zo ging het inderdaad na een half uur, toen Feyenoord al lang weer heer en meester was. Eljero Elia schudde zijn mannetje Mikael Dyrestam af met zijn karakteristieke schijnbeweging. Een aai met de schoen over de bal naar links, dan ineens met de buitenkant voet de bal de bal toch naar rechts spelen en wegdraaien. Hij deed het al honderd keer tegen honderd backs. Het is een flits. Het werkte weer. Achterlijn gehaald, Steven Berghuis gevonden rond het strafschopgebied: 1-0. Kort voor rust schoot het in Elia’s hamstring, en toch nog combineerde hij zich tot in de zestien van NEC, kreeg de handig door Dirk Kuijt gestoken bal, draaide om zijn as en schoot: 2-0. Wedstrijd gespeeld.

De 3-0 kwam laat, vlak voor tijd en ging over drie fraaie schijven en in volle vaart. De opening van Jens Toornstra, de controle en diepgang in één beweging bij invaller Bart Nieuwkoop die Nicolai Jørgensen vond. De Deen maakte ook nog wat ratterig de 4-0, zoals hij de moedige kopbal van Bilal Basacikoglu zelf nog even het laatste zetje gaf. Het lonkende topscorerschap maakt gierig en de Deense spits stond al even droog.

Iedereen was goed bij Feyenoord

Eigenlijk was iedereen goed bij Feyenoord. Eigenlijk viel nergens te ‘pressen’ voor Hyballa’s NEC. De Toornstra’s en Vilhena’s verlegden het spel, de buitenspelers hadden lef, Kuijt schikte zich in de soberheid van de combinatie. Jørgensen met twee goals tot besluit. Dat was toen NEC met vier aanvallers en één-op-één achterin het mes in liep. Hyballa: „Ik dacht misschien maken we nog de 2-1.” Het mocht niet zo zijn.

Feyenoord op koers, en hoe. De ploeg van Giovanni van Bronckhorst likte tegen NEC de wondjes opgelopen in Arnhem, als die er al waren na de bekeruitschakeling tegen Vitesse die ergens wel te voorzien was geweest. Veel pijn had het niet gedaan. Want wat is de beker? Geen schaal. De titel is het verhaal. Weer een wedstrijd, weer drie punten. Weer een maand voorbij. Het grote geloven is begonnen. ‘Wij zijn Rotterdammers, wij houden vol’, staat op een spandoek. We gaan het zien. Hyballa deed zijn best maar NEC, tot zondagmiddag tien punten uit de laatste vier duels, kon de Feyenoord-trein niet stoppen. Wie wel?