Recensie

Bekentenissen van een correspondent

‘Roman’, staat er voorop Commandant Konijn van NOS- en de Volkskrant-correspondent Michel Maas (1954), en het lullige is dat juist die kwalificatie het boek een beetje onderuit haalt. Want vrijwel alles wat een roman door de bank genomen goed of onderscheidend maakt van een andere lap tekst van aanzienlijke lengte, ontbeert het: de stijl is hooguit degelijk te noemen, de dramatische kwaliteit is beperkt en van een specifieke keuze voor een vorm die het vertelde zo krachtig mogelijk uit de verf laat komen is nauwelijks sprake. Wordt er een idee in uitgewerkt? Ook niet. De verbeelding dan?

Het heeft er alle schijn van dat de gebeurtenissen in het boek en die in het leven van Maas elkaar behoorlijk overlappen. Mocht hij zijn eigen levenswandel niet als leidraad hebben genomen, dan had hij – nogmaals – beter over vorm en dramatisering moeten nadenken, want hij voert de lezer lange periodes langs weinig enerverende spanningsbogen. Anders gesteld: het lijken de spanningsbogen van het echte leven wel, waar de mussen ook net van het dak vallen als je er geeneen besteld hebt.

Dat gezegd hebbende, Commandant Konijn is ook een interessant boek, waarmee je gedegen geïnformeerd wordt over het reilen en zeilen van een (oorlogs-)correspondent. En ja, af en toe komt het in de buurt van de intieme ervaringen die romans te bieden hebben. Maar dit is dus eerder een memoir waarin de verteller zichzelf net even wat meer ik-formuleringen en persoonlijke ontboezemingen toestaat dan in bijvoorbeeld een journalistieke reportage.

Zo schrijft Maas over het moment dat zijn – vooruit dan maar – personage Michel Maas de brandhaardverslaggeverij inrolt: opeens is hij weg achter dat veilige bureau in het veilige vaderland ‘dat verstoft, begint te schilferen en adrenaline mist’ en op naar Kosovo, waar men er, we schrijven eind jaren negentig, op het punt staat de wapens ter hand te nemen. De spanning, de rondvliegende kogels, de bulderende tanks hebben hem al snel zo in de greep dat hij weinig meer naar zijn gezin omkijkt, het werk is ‘zijn roeping’ geworden, een ‘hypnose van een hogere orde’, zoals hij die ook wel omschrijft.

Opvallend is dat een angstige situatie meer dan eens met seks in verband wordt gebracht. Als Maas alleen al naar de baan solliciteert voelt hij een ‘erotische opwinding’; later ziet hij ‘bijna geil’ uit naar het moment dat de bommen vallen, terwijl mortieren ‘met de glanzende lopen potent omhoog’ om hem heen staan.

Met literatuur heeft het niet veel te maken, maar als ‘Bekentenissen van een correspondent’ heeft het boek zeker waarde. Een verslag van een plotseling geïntensiveerd en behoorlijk egoïstisch bestaan is het, met een onmiskenbare emotionele afstomping tot gevolg.