Recensie

Ann Patchett kijkt gewoon naar mensen

Hoe doet Ann Patchett dat toch? Een paar zinnen en je hebt het gevoel dat je in de scène zit die ze schrijft, dat je de mensen over wie ze het heeft al lang kent, dat je weet hoe ze zich tot elkaar verhouden in alle complexiteit en ambivalentie die bij menselijke relaties hoort.

Haar nieuwste, zevende roman Commonwealth begint met een doopfeest waar een man, die een betere baan heeft dan de vader van de baby, onuitgenodigd komt aanwaaien, met een enorme fles gin als geschenk.

Die man komt zijn jonge gezin ontvluchten: drie kinderen, een vierde onderweg. En als de moeder van de baby en hij gin met jus d’orange gaan mixen terwijl de heer des huizes tonic heeft gekocht, weet je: die laatste is zijn vrouw kwijt. Nog niet echt, de moeder ontmoet de man met de gin voor het eerst, maar het is duidelijk dat de middag twee huwelijken sloopt en een derde heeft doen ontstaan.

Onder Patchetts leiding volgen we deze vier ouders en hun zes kinderen een halve eeuw lang. Tien mensen en hoe het leven hen overrompelt – en hoe ze elkáár overrompelen. Twee gefuseerde gezinnen, als een familiaal gemenebest, een commonwealth.

Elk van de negen hoofdstukken in het boek is een episode uit de familiegeschiedenis die leest als een kort verhaal. En na het kerstverhaal aan het einde heb je het gevoel dat je evenveel familiegeheimen kent als de personages, die allemaal moeizaam geprobeerd hebben een plekje voor zichzelf op de wereld te zoeken. Je had wel onderdeel van deze familie kunnen zijn. Heel even wil je dat eigenlijk best, hoe akelig deze mensen het soms ook hebben.

Hoe krijgt Ann Patchett (Los Angeles, 1963) dat voor elkaar? Ze kijkt gewoon zo goed naar mensen, en met zo veel mededogen. Ze ziet het als een gescheiden vader zich ergert omdat zijn jongste dochter, niet zijn lievelingetje, op haar prachtige moeder lijkt maar zich niet om haar uiterlijk bekommert. En Patchett begrijpt het als een jonge vrouw jarenlang blijft hangen aan een getrouwde, oudere schrijver die haar gebruikt en niet wil scheiden. Patchett kijkt ernaar zonder te oordelen. Ze is hooguit mild geamuseerd.

En Patchett wéét natuurlijk dat je geen vuurwapen moet beschrijven dat niet gebruikt wordt – dan verwacht de lezer een schot, Tsjechov zei het al, Chekhov’s gun is zelfs een officieel dramatisch principe met een eigen Wikipedia-pagina.

Maar Patchett is zo’n vakvrouw dat ze zelfs het dreigement van een geladen vuurwapen in een kinderhand kan inlossen op een manier die je niet verwacht en die toch bevredigend is. Op een manier die laat zien dat in het echte leven de dingen meestal niet duidelijk goed of slecht aflopen. Ze gebeuren gewoon, en dan moet je daarna maar zien wat je ervan vindt.

De vertaling, Gemeengoed, verschijnt volgende maand bij De Bezige Bij.