Serena Williams, de oervechter die altijd terugkomt

AFP Photo / Peter Parks

Het zijn de tegenslagen die haar zo fascinerend maken. Het leven van Serena Williams, vol extremen, kent een zekere tragiek in een carrière met ongekend succes. De schreeuw om erkenning, als jong meisje, omdat iedereen vol was van oudere zus Venus. De depressies, de blessures, de zware gezondheidsproblemen, de dramatische moord op halfzus Tunde, het falen op het moment suprême anderhalf jaar terug.

Ze worstelde, ze viel vaak. Maar ze stond net zo vaak weer op. Sterker. Beter. Dominanter.

Steffi Graf voorbij

Serena Williams kan nu, gemeten naar het aantal grandslamzeges, beschouwd worden als de meest succesvolle tennisster in het proftijdperk, ingesteld in 1968. De verlossende 23ste slam, waarmee ze het Duitse tennisicoon Steffi Graf voorbij gaat, kwam zaterdag in de Australian Open-finale tegen haar zus Venus. Ze won, in baselinerally’s vol power, met 6-4 en 6-4.

Twee onvermijdelijke nuances inzake ‘de beste ooit’. De eerste: Graf behaalde in 1988 een buitengewone ‘golden slam’, ofwel winst op alle vier de grand slams, plus goud op de Olympische Spelen. Iets dat Williams niet lukte – vooralsnog.

De tweede: de Australische Margaret Court, die zaterdag op de tribune zat, won 24 slams, één meer dan Williams nu. Zo bekeken staat zij hoger in de hiërarchie – vooralsnog. Maar: Court presteerde dat deels in het amateurtijdperk.

Serena Williams-era

Hoe dan ook, deze 23ste is een vervolmaking van het Serena Williams-era, dat nu een kleine twintig jaar duurt. En in bredere zin is dit het tijdperk van beiden zussen, samen goed voor dertig slams (Venus won er zeven).

Zo kende de finale zaterdag ook een symbolische waarde, een ode aan hun hegemonie, aan hun gebundelde krachten, het elkaar sterker maken hun vernieuwende powertennis, . „Zonder haar zou ik nu nooit op 23 slams staan”, zei Serena bij de prijsuitreiking over Venus.

Serena overstijgt iedereen, ook haar zus. Nu, op haar 35ste, is ze weer terug op haar troon, op de nieuwe ranglijst maandag staat ze als vanouds eerste, de Duitse Angelique Kerber zakt terug. Zo is de sleutel tot de macht weer in handen van de rechtmatige eigenaar.

Diepe dalen

Serena Williams, in september 1995 begonnen als prof, weinig sportvrouwen met vergelijkbare statuur. Ze viel diep. Kijk alleen al naar de recente jaren, naar de boeiende documentaire Serena, waarvoor ze in 2015 het hele seizoen werd gevolgd. Het brengt schitterend in beeld hoe zij leeft, denkt, werkt. Hoe ze afleiding zoekt door te schilderen, te dansen en op bed in volledige ontspanning de film De kleine zeemeermin te kijken.

Maar vooral: het apocalyptische slot van dat seizoen. De kans om de vier de grand slams in één kalenderjaar te winnen lag voor het grijpen – een reprise van wat Graf deed in 1988. Maar bij de vierde slam, in New York, gaat het mis, in de halve finale verliest ze van de Italiaanse Roberta Vinci. De stress, de verwachtingen – ze is er aan onderdoor gegaan.

Een van de laatste scènes is als ze op bed ligt, verslagen, enkele dagen na de uitschakeling. „Dit is het grootste moment in mijn carrière, and I didn’t get it.” Haar „hart was gewond”, schreef ze in een verklaring. Ze was depressief, zei haar Franse coach Patrick Mouratoglou in een interview.

Oervechter

Maar ze komt terug. Wint Wimbledon 2016. Wint de Australian Open 2017. Is terug op één. Dat is het patroon in haar carrière: na verlies volgt de mentale inzinking, waarop de oervechter in haar boven komt. Het is ook de lijn in veel van haar partijen, als het verlies nadert bij een set en een break achter, komen er schijnbaar aparte krachten bij haar los en draait ze het vaak nog om.

In haar biografie On the Line schrijft ze ook over een mentale terugval in 2006. „Ik was depressief. Diep en volledig depressief. Ik praatte wekenlang met niemand.”

Het was een optelsom: de druk van de nummer één positie, het verlies van halfzus Tunde drie jaar eerder bij een schietpartij, een hardnekkige knieblessure, het willen presteren voor Nike vanwege een nieuw lucratief sponsorcontract.

Ze speelt maandenlang niet. Heeft geen plezier meer in de sport, is niet meer dat kind wat onbekommerd tennist, ziet het als werk. Ze kiest uiteindelijk voor de sport, een soort monsterverbond, een keuze waar ze nooit eerder bewust over had nagedacht omdat het zo vanzelfsprekend was dat ze tenniste onder vader en trainer Richard. „Een doorbraak”, schrijft ze.

In de jaren daarna kruipt ze uit het dal, haar hernieuwde dominantie zet grofweg vanaf eind 2008 in.

De haperingen

De struikelingen, de haperingen, het heeft haar gehard. Ze is de ongeëvenaard in dit vrouwencircuit, wint de Australian Open zonder setverlies. Ze beschikt, waar nodig, over een vijfde, zesde versnelling. Serieuze rivalen heeft ze niet, het dichtst in de buurt komt Venus.

In september wordt ze 36, maar ze heeft de eeuwige jeugd, lijkt het. Veel vrouwelijke collega’s stopten rond hun dertigste. Williams leeft op in deze fase van haar loopbaan, ze heeft sinds ze dertig is geworden tien grand slams gewonnen. Ze verbreekt, met haar zege in Melbourne, haar eigen record als oudste vrouwelijke winnaar van een slam in het proftijdperk

Definitie van een kampioen?

Wat definieert een kampioen, vraagt Billie Jean King, veelvoudig grandslamwinnaar, zich af in een felicitatiefilmpje. De voorvechter van het vrouwentennis en oprichter van vrouwentennisorganisatie WTA zoekt naar antwoorden: gewonnen titels, gebroken records, steeds opnieuw finales halen. En dan: „Voor ons is er één woord dat een kampioen definieert: Serena.”

    • Steven Verseput