Zo’n mooie plek, waar dan zo middelmatig wordt gekookt

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.

Foto Olivier Middendorp

Ooit was Hotel Arena aan het Oosterpark dé plek waar je naartoe ging voor een goede clubavond, maar de laatste jaren werd het er wat stil. Eigenaar Paul Hermanides verkocht al zijn horecazaken (Odeon, Stanislavski, Neva, Café Cox) en pompte een kapitaal in zijn hotel. Hij nam architecten en interieurontwerpers in de arm en op de plek van de oude fietsenstalling verrees café-restaurant Park. Het is een prachtige brasserie geworden. De hoge ruimte met uitzicht op het park is warm aangekleed met een houten vloer, zachtgroene clubstoeltjes, witlinnen gedekte tafels en veel planten. De eigenaar is er op deze drukke vrijdagavond zelf ook, een goed teken.

Park, elke dag van vroeg tot laat geopend, heeft gekozen voor de meest toegankelijke no-nonsense kaart die je kunt bedenken: klassieke brasseriegerechten met een mediterrane touch. Er staan steak tartare, Caesarsalade, piepkuiken, entrecote met béarnaisesaus, moules frites, spaghetti vongole en dat soort zaken op de kaart. Een kind kan de was doen, zou je denken. Maar in de eenvoud toont zich de meester – helaas gaat het met de bereiding deze avond een paar keer behoorlijk mis.

We beginnen met steak tartare (12,50) en panzanella salade (12,50). Beide voorgerechten zijn flink aan de prijs, panzanella is in de Italiaanse keuken notabene een piatto povero, een armengerecht van restjes, maar alla, we zijn in een milde bui. De steak is in orde, rul gesneden vlees met een goed gepocheerd eitje, maar mist tabasco, worcestersaus of andere pittigheid. De panzanella salade, een broodsalade, is een aanfluiting: een berg matig gegrilde groenten, zoals courgette en – onbegrijpelijk – bataat (zoete aardappel), met tomaatjes, vierkante kaasvlokken uit zo’n zak van de groothandel en croutons, ook uit een zakje, op een berg sla. Dit gerecht mist de opwinding die hoort bij gegrilde groenten; dat grillen is al eerder gebeurd en alles komt rechtstreeks uit de koelkast.

Dat grillen is al eerder gebeurd en alles komt rechtstreeks uit de koelkast

We nemen een teug witte wijn, voor de Albariño hebben we flink in de buidel getast (7,50), maar de wijn is ijskoud – alle subtiliteit is kaltgestellt. Bij de rode wijn gaat het wel goed qua temperatuur. Het is een mooie Mencia (32,-), een druif uit het noordwesten van Spanje, dus niet zo’n krachtpatser, uitstekend van commentaar voorzien door de aardige bediening. Heel even is deze Spanjaard wat stroef door de stevige tannines, maar daarna soepel en vol. Lekker!

Onze hoofdgerechten zijn cocotte de legumes, omschreven als ‘vegetarische mix van seizoensgroenten’ (18,-), en een piepkuiken met tijm, citroen, gegrilde courgette en Franse frietjes (19,-). Goed nieuws: het piepkuiken is niet sous-vide (dus vacuüm verpakt in heet water) gegaard, iets wat veel koks van nu doen. Deze heeft dus wél dat sappige en krokante dat je meestal alleen in de oven of pan krijgt; een lekker en geslaagd gerecht. De cocotte de legumes zijn groenten op een bord, en niet in een pannetje: gegrilde rode paprika, ratte aardappeltjes, pastinaak, paarse wortel, haricot verts, allemaal met een prima jus; alleen jammer dat een eiwitcomponent in dit gerecht geheel ontbreekt. De bijgeleverde frites zijn van die saaie Franse uit de diepvries en de mayonaise komt uit een pot. Dit heet ook wel gemakzuchtig koken.

Ook bij de desserts komt die vermaledijde gemakzucht aan het licht: zowel de clafoutis (6,50) als de tarte tatin (6,50) zijn opgepiept, waarbij de clafoutis muf smaakt en het ‘seizoensgebonden fruit’, een peertje, nog koud is, dus zelfs dat oppiepen is niet helemaal gelukt. Bij de tarte tatin zijn appel en caramel prima, het deeg dik en slap.

Wat jammer dat er in zo’n mooie brasserie aan zo’n wonderschoon park zo middelmatig wordt gekookt. Paul Hermanides moet zijn hoofd nog maar eens streng om de keukendeur steken.