Frans Timmermans: ‘Europa moet eigen plan trekken’

Frans Timmermans

Het is geen optie om de ‘ruk naar rechts’ passief uit te zitten, zegt eurocommissaris Frans Timmermans. „De schade die wordt aangericht is gewoon te groot.”

Hij kreeg het hek bij zijn huis niet open, vanmorgen. Het was koud, hij moest zijn dochter naar school brengen, en als je vijf minuten te laat weggaat, kom je in Brussel in de file. Het klinkt als het begin van another day at the office voor Frans Timmermans, tweede man van de Europese Commissie. Maar dit zijn geen gewone dagen. Niet voor Timmermans, niet voor Europa, niet voor het Westen. Dit is de eerste week van Donald Trump als president van Amerika. Hij had niet gedacht dat hij dat nog zou meemaken, zegt Timmermans somber, eenmaal aangekomen op zijn kantoor. Wat? „Dat ik mijn tv aandoe en een Amerikaanse president het instrument ‘martelen’ zie verdedigen.”

Wat er dan allemaal door zijn hoofd gaat. Eerst tegenargumenten, want al is hij dan nu een Europees bestuurder, hij blijft van binnen gewoon de politicus die hij jarenlang is geweest – altijd in debat. Hij begint met het morele bezwaar. „Heel ons waardensysteem, dat we toch met de Amerikanen delen, is gebaseerd op respect voor mensenrechten, voor de persoonlijke integriteit.” Dan het praktische bezwaar, dat hij ooit zelf ingepeperd kreeg tijdens zijn militaire dienst, als ‘krijgsgevangenen-ondervrager Russisch’. „Het eerste wat je leerde: met martelen verkregen informatie is onbetrouwbaar.”

Hij denkt ook aan zijn moeder en zijn grootouders. Die zijn in de Tweede Wereldoorlog door Amerikanen bevrijd. Zal de verbondenheid van Europa met Amerika veranderen? Timmermans wil open blijven staan. Hij ziet wel op tv hoe Trump „allerlei papieren” tekent, maar vraagt zich af of die in de praktijk „tot de effecten leiden die hij beoogt”. Hij citeert wat al weken over Trump wordt gezegd: „Zijn aanhangers nemen hem serieus, maar niet letterlijk. De pers neemt hem letterlijk, maar niet serieus.” Nu denkt hij zelf: „Misschien moeten we hem wel serieus én letterlijk nemen, als het zo doorgaat.”

Europa kan geen afwachtende houding aannemen. „Europeanen, trek je eigen plan”, zegt hij. Ze hebben het er onder elkaar over, de Europese leiders. Eerst het aangekondigde vertrek van de Britten uit de EU, toen America First – dat doet iets met Europa. „Brexit en Trump hebben een enorm centripetaal effect op de andere lidstaten.” Ze zoeken hun middelpunt. Ze hebben het met elkaar over „die vreemde meneer” van wie wordt gezegd dat-ie ambassadeur van de VS in Brussel wordt, de Brexiteer en professor Ted Malloch. Dat die gaat rondbellen bij lidstaten wie de volgende is die er uitstapt. „Die krijgt toch overal een vrij duidelijk antwoord.”

„We blijven echt bij elkaar”, zegt hij. „We ain’t dead yet.” Dat zal hij vaker zeggen in de loop van het gesprek: we zijn nog niet dood. Als het echt moeilijk wordt, komen er ook altijd goede krachten los. Hij merkt dat lidstaten nu meer willen doen aan veiligheid en defensie. „De urgentie is wel toegenomen.” Hij denkt ook aan kansen voor Europa die ontstaan nu Trump Amerika terugtrekt uit vrijhandelsverdragen. Europa kan in de gaten springen, bijvoorbeeld in Azië.

Hij ziet ook bedreigingen. „In de jaren dertig schoot de wereld in een protectionistische reflex. Dat pakte verschrikkelijk uit. In de huidige economische crisis hebben we die fout tot nu toe niet nogmaals gemaakt. Het zou tragisch zijn als we dat alsnog wél doen, net nu we weer opkrabbelen. Voor het economisch herstel zou dat een enorme klap zijn.”

Timmermans vindt dat Europa zich daar „duidelijk” over uit moet spreken. Dat wil hij zelf ook doen. Achter protectionisme zit namelijk een gedachte die hij niet deelt: dat muren bescherming zouden bieden. Hij gelooft wel in grenzen. „Het verschil is fundamenteel. Over muren kun je niet heen, je kunt er niet doorheen kijken, ze sluiten je af van anderen. Grenzen, daar kun je overheen. Bewust met anderen afspraken maken, daar zie ik de toekomst.”

Protectionisme, bescherming, dat klinkt veel mensen toch aanlokkelijk in de oren.

„Begrijpelijk: door de globalisering voelen te veel mensen zich achtergelaten. De klassieke gedachte in de samenleving is die van sociale mobiliteit: ik kan naar boven, en het is in mijn belang dat iemand in een mindere situatie óók naar boven kan. Daar worden we allemaal beter van! Maar nu zit de middenklasse in Europa vaak in de val. De salarisontwikkeling is voor die groep niet altijd gunstig geweest. Ze zijn boos op de rijken boven hen, en bang voor de minderbedeelden onder hen, en dat ondermijnt de solidariteit en verdeelt de samenleving.”

In Nederland gaat het heel goed, toch?

„Vijf procent werkeloosheid. Ongelooflijk! Bijna geen begrotingstekort meer. Ongelooflijk! Zeker internationaal. Maar mensen vergelijken zich niet met andere landen, maar met andere mensen, in hun eigen land. En dan voelt het anders. Nederlanders zeggen: nu gaat het goed, maar morgen niet. Iemand die 12 was toen de crisis begon is nu 22, en heeft zijn hele jeugd alleen maar achteruitgang of zorgen daarover meegemaakt. Moet je je voorstellen wat dat doet met iemand! Helemaal in Zuid-Europa, waar de crisis er nog veel harder heeft ingehakt, zeker bij jongeren.

„Het antwoord van populisten is: de ander is het probleem. En ik snap de kracht van dat betoog wel. De deur dichtgooien klinkt concreter en helderder dan zeggen dat we juist gebaat zijn bij een diverse, open samenleving. Open versus gesloten – voor mij is dat de kern van de gigantische ideologische confrontatie die nu in de westerse wereld woedt. De mensen die geloven in ‘gesloten’ zet ik niet weg. Degenen die het aanbieden wél. Die weten beter.”

Waarom is open beter?

„De wereldeconomie ondergaat tectonische veranderingen. Door robotisering en automatisering wordt alles anders: werk, productieprocessen. Het punt is: je past je aan of je wordt irrelevant. Europa krijgt heel snel een steeds kleiner aandeel in de wereldbevolking. Het idee dat wij wel even aan de rest gaan uitleggen hoe alles moet, is passé. In Europa heb je twee soorten lidstaten: kleine lidstaten en lidstaten die nog niet begrepen hebben dat ze kleine lidstaten zijn. Want wat is een groot EU-land nou in de mondiale verhoudingen?”

Welke aanpassing bepleit u?

„Allereerst moet je verhelderen waar het naar toe gaat. De nieuwe drijvende kracht is creativiteit, en die gedijt het beste in open samenlevingen met veel verschillen, want dat dwingt tot nadenken. Conformiteit, gelijkvormigheid, is dodelijk voor creativiteit. We moeten ook veel meer inzetten op duurzaamheid. Het belang van duurzame energie wordt alleen maar groter, wie daar nu al op in speelt, heeft er straks meer profijt van.

„Het meest fundamentele bezwaar tegen een gesloten samenleving is dat het vroeg of laat altijd leidt tot inperking van vrijheden. Die les kunnen we denk ik wel trekken uit onze Europese geschiedenis. Begin met het uitsluiten van mensen, en het einde is zoek. Je identificeert altijd weer nieuwe mensen die ‘vervelend’ zijn en die je wilt uitsluiten. Ik heb dat gezien in Rusland, waar ik drieënhalf jaar heb gewoond. De bevolking was moe van de chaos en de Russische leiding deed een verleidelijk voorstel: geen chaos meer, maar dan gaan wij wel álles bepalen. Dus ook geen vrije pers meer. Ik vind het helemaal niet zo verrassend dat extreem-rechts in Europa Poetin een toffe peer vindt. Blank. Christen. Een sterke man. Iemand die niet aarzelt om alle middelen in te zetten.”

Klinkt als Trump.

„Alleen zal hij nooit met de Amerikaanse media kunnen doen wat Poetin met de Russische heeft gedaan.”

U heeft wel vertrouwen in de weerbaarheid van Amerika.

„Zeker. Omdat de Amerikaanse samenleving niet in de ellende zit waarin de Russische zat, maar vooral omdat de Amerikaanse is gebaseerd op vrijheid. Ik bewonder de mobiliserende kracht van de Amerikaanse media. Of neem het feit dat er minder mensen op Trumps inauguratie waren, dan tijdens de Vrouwenmars de volgende dag. Als je nu nog geen feminist bent, heb je het echt niet begrepen.”

U doelt op het besluit van Trump om de financiering te stoppen voor maatschappelijke organisaties die het recht op abortus verdedigen?

„Ja, en de geweldige reactie van minister Ploumen daarop, die meteen internationaal tegenkrachten is gaan mobiliseren. Om te voorkomen dat heel veel jonge meiden overlijden. Die mobilisatie is echt nodig. Het is heel opvallend dat radicaal-rechtse lui, oerconservatieven allemaal anti-vrouw zijn. Poetin ook: thuis mag je nu je vrouw in elkaar rossen. Dat is nu een wetsvoorstel in Rusland: decriminaliseren van huiselijk geweld. Dat is echt iets om over na te denken. We moeten nu kiezen voor feminisme. Vrouwen gaan niet terug achter het aanrecht. Ik kan toch niet accepteren dat mijn dochters achtergesteld worden ten opzichte van mijn zonen? We gaan toch niet terug naar de tijd van mijn grootouders?”

Zijn Europeanen net zo weerbaar als Amerikanen?

„Ik denk het wel. Kijk naar Polen, waar de pogingen van de regering om de onafhankelijkheid van media en rechters te beperken tot breed protest leiden. Dat maakt mij optimistisch.”

Uw verhaal blijft wel veel complexer dan dat van de populisten.

„Natuurlijk, de roep in deze tijd om het simpel te houden is enorm. Maar de wereld is niet simpel. Het is makkelijk om die discussie te verliezen, maar het is wel eerlijk. En je neemt mensen serieus.”

Je verliest ook de verkiezingen.

„Maar het is wel eerlijk. De vraag is: ga je snijden in de vrijheden? Is het je dat waard? Wat Wilders, Le Pen en Petry in wezen zeggen is dat mijn rechten alleen beschermd worden als een ander minder rechten krijgt. Ze redeneren zoals Trump tijdens de inauguratie. ‘Het volk is de baas. Ik weet wat het volk wil. Dus degenen die het met me eens zijn, zijn het volk, en de rest niet.’ In het Verenigd Koninkrijk doen de fanatieke Brexiteers net alsof 48 procent van de bevolking geen mening heeft of niet bestaat in het debat. Wij moeten ons daar tegen wapenen.”

Wij, sociaal-democraten?

„Nee, dit overstijgt de partijpolitiek.”

Waarom zit de Europese sociaal-democratie meer in de verdrukking dan liberale en rechtse partijen?

„Een belangrijke verklaring is ‘de belofte’. De belofte van de sociaal-democratie is dat wij dingen verbeteren. Conservatieven zeggen: we gaan zo min mogelijk veranderen en we gaan een beetje op de winkel passen. Ja, dan stel je mensen minder teleur, want je belooft ze ook minder. Van ons verwachten ze wél iets.”

Dat levert geen zetels op.

„Misschien niet meteen. Maar sociaal-democratie heeft geen kans als mensen niet meer dromen. Ze heeft optimisme nodig. Waarom is dat extreem-rechts verleidelijk? Nou, als mensen niet meer dromen, dan hebben ze nachtmerries. Wij waren te veel met het hoofd bezig; als je het hart te lang verwaarloost, eindig je in de onderbuik. Ik zie een boel mensen die vroeger bij de PvdA uitkwamen, nu gecharmeerd zijn van Wilders.”

Uw politieke familie dreigt uit het centrum van de Europese politiek te worden weggeblazen.

We ain’t dead yet. De vraag is meer: hoe zie je je rol in de samenleving? Ik heb dat ook Rutte voorgehouden in Davos. Durf ook als liberaal je aannames ter discussie te stellen. Thatcher zei: there is no such thing as society. Onzin. Er is behoefte aan verbinding. En volgens mij is dat iets complexer dan Doe Punt Normaal Punt.”

De sociaal-democraten zijn meegegaan in het vrije-marktdenken.

„Wij hebben die filosofie nooit geclaimd, maar zij is wel dominant geweest. Maar sociaal-democraten, zeker zoals ik, hebben altijd het idee gehad dat wij die kracht als een judoka een beetje kunnen ombuigen in onze richting. Dit heeft lang ook heel goed gewerkt. Als je ziet op welk niveau het Nederlands onderwijs is gebracht, of de zorg. Als je de internationale statistieken erbij haalt, ben je als Nederlander echt trots. Maar nu moeten we nadenken over een andere aanpak.

„Jongeren zijn helemaal niet meer ideologisch. Ze zijn idealistisch, maar niet ideologisch. Ze zijn eclectischer in hun keuzes. In Nederland weet iets van 70 procent van de mensen nog niet zeker waar ze op gaan stemmen. Dat zegt iets. Mensen stellen uit hun waarden iets samen en zoeken er een partij of persoon bij. Onze instituties, onze partijen moeten zich op die nieuwe realiteit instellen. Ook hier geldt: je past je aan of je wordt irrelevant. De sociaal-democraten in Europa moeten weer aantonen dat wat zij doen leidt tot progressie, optimisme, ja verheffing.”

Wat vertelt u uw kinderen over de wereld waarin we leven?

„Opvoeden is duiden, richting geven. Mijn jongste kinderen, van 10 en 12, hebben daar enorme behoefte aan. Toen in Brussel op het hoogtepunt van de vluchtelingencrisis in een park mensen in de regen in natte tentjes zaten, was mijn zoon al eten aan het inpakken. Hij zei: pap, we gaan er naar toe. Dat is wat kinderen willen. En ik zou zeggen: stimuleer dat gevoel van solidariteit.

„Tegen mijn oudste kinderen, van 30 en 28, zeg ik – en ik provoceer graag: jullie zijn te zelfgenoegzaam, het gaat je te goed, je komt niet in beweging.”

Misschien is de ruk naar rechts nodig om in beweging te komen?

„In de BBC-serie I Claudius zegt de stotterende keizer Claudius die almaar in gevecht is op een gegeven moment: laat het gif maar naar boven komen, ik geef het op. Maar ik kan dat niet. Omdat ik denk dat de schade die wordt aangericht gewoon te groot is.

„Woorden hebben een enorme kracht, zeker als ze worden uitgesproken door politieke leiders. Politici moeten beseffen dat hun woorden niet alleen geladen zijn met hun intenties – wat ze wilden zeggen – maar een effect kunnen hebben waar zij óók verantwoordelijk voor zijn. Als je als politicus iets scabreus zegt over vrouwen of over minderheden, dan wordt dat door mensen die jou als leider zien gezien als legitimering van gevoelens die ieder mens heeft, maar waarvan de meesten door de beschaving weten dat ze eigenlijk niet zo netjes zijn. Het legitimeert mensen de beschaving dan maar te laten varen. Tot en met legitimatie van geweld toe. Het is ook een illusie dat je met een overwinning van de nationalisten de boosheid wegneemt. Zonder boosheid bestaan ze niet. Neem Brexit: ze hebben gekregen wat ze wilden en ze zijn nóg bozer. De verhalen over buitenlanders die in de supermarkt in Engeland zijn te horen: en nou ga je eruit want we hebben gestemd. Dat wil je toch niet losmaken in de samenleving?”

Wat is de oplossing? Een charismatische leider in de open samenleving?

„Een beetje Cruijffiaans misschien, maar je gaat het pas snappen als je het ziet. In de vluchtelingencrisis hebben we het altijd over wat niet goed gaat. Als je zíet wat aan vrijwilligerswerk wordt gedaan, in Duitsland, Nederland. Er is zóveel potentiële solidariteit. Maar de meeste mensen laten zich te veel intimideren door de schreeuwers. Ik zie heel veel: ‘Nou ik zeg maar niks meer, straks krijg ik nog een klap voor m’n bek’.”

    • Stéphane Alonso
    • René Moerland