Hoe ziet dat eruit, voetbal zonder buitenspel?

Buitenspelregel

De voorstellen van FIFA’s Marco van Basten om het voetbal te moderniseren raken een open zenuw. Hoe ziet het eruit, voetbal zonder buitenspel? „Tiki-taka is dood, de lange bal wordt super sexy.”

Foto Reuters / Toby Melville

Buitenspel hoort bij voetbal als de baseline bij het tennis. „Dan kan je net zo goed met je handen spelen”, zei Willem van Hanegem eens toen het afschaffen van de regel ter sprake kwam.

Want buitenspel, de huidige Regel 11 van het regelboek van wereldvoetbalbond FIFA, is al zo oud als het voetbal zelf. Talloze keren aangepast, maar nooit afgedankt. Voor alle duidelijkheid (en afgezien van wat uitzonderingen): het is buitenspel als een speler op de helft van de tegenstander de bal ontvangt uit een voorwaartse pass terwijl minder dan twee spelers van de tegenpartij tussen hem en de goal stonden op het moment dat de pass gegeven werd.

Een gedrocht op papier, maar essentieel in het spelletje.

Marco van Basten raakte dus een open zenuw toen hij vorige week de buitenspelregel ter discussie stelde. Dat deed hij al vaker, maar nu hij Chief Officer of Technological Development is bij de FIFA, wegen zijn woorden zwaarder dan ooit. Na een aantal maanden veldwerk lanceerde hij afgelopen week zijn eerste voorstellen. Bedoeld als aanzet tot onderzoek en discussie, want regelwijzigingen zijn uiteindelijk voorbehouden aan de (onafhankelijke) spelregelcommissie IFAB.

Meest verregaand is het afschaffen van buitenspel. „Het biedt aanvallers meer vrijheid om achter een gesloten verdediging op te duiken”, zei Van Basten, die een verstarring bespeurt in het topvoetbal. Schier ondoordringbare verdedigingsblokken van topfitte verdedigers met een hoge organisatiegraad. Maar is het opheffen van buitenspel de oplossing? Vier experts over het leven zonder buitenspel.

De professor

Er is veel mis met voetbal, vindt ‘sportprofessor’ Gerard Sierksma net als Van Basten. „Het is sneller maar saaier”, vat de hoogleraar sportmetriek aan de Rijksuniversiteit Groningen samen. „Het is van 80 balberoering per speler naar 120 gegaan, maar in de tijd van Cruijff werd wel gemiddeld vier keer gescoord per wedstrijd. Nu is dat iets meer dan twee keer in de topwedstrijden.”

Op het afgelopen EK viel in bijna veertig procent van de wedstrijd maximaal één goal. Volgens Sierksma leidt de verhoogde snelheid van het spel tot meer fouten van de arbitrage, terwijl door de afgenomen hoeveelheid goals beslissingen van de scheidsrechter steeds gewichtiger worden. „Daarmee wordt voetbal in zekere zin een jurysport. Buitenspel of niet, is vaak allesbepalend.”

Net als Van Basten heeft hij voorstellen tot verbetering. Onder meer tien minuten tijdstraf bij een gele kaart en een verbod op het vangen van de bal door de doelman. Afgelopen oktober 2016 werd dit in de praktijk gebracht op sportpark Corpus den Hoorn in Groningen. Het Dagblad van het Noorden organiseerde daar een wedstrijd tussen de Groningse amateurclubs Knickerbockers en Groen Geel, twee tweedeklassers. Het werd 3-1.

Sierksma, kortom, is wars van conventies en helemaal in voor vernieuwing. Maar buitenspel? „Dat is nou juist een prima regel. Zonder buitenspel krijg je van die schoefieloerders voor het doel” – balletjesafwachters op z’n Gronings.

Een van zijn voorstellen behelst wel een forse aanpassing: op het moment dat twee spelers van de verdedigende partij (inclusief de keeper) tot achter de zestienmeterlijn zijn gezakt, vervalt de buitenspelregel. Daarmee tast je „de geest van de buitenspelregel” niet aan zegt Sierksma. „Maar je voorkomt hiermee wel de enorme congestie voor het doel die het zo moeilijk maakt voor de arbitrage.”

De trainer

Wat als Van Basten zijn zin krijgt? „Tiki-taka is dan dood en de lange bal wordt super sexy”, zegt Peter Hyballa, de Duitse coach van NEC Nijmegen. „De esthetiek verdwijnt voor een deel uit het voetbal. Als trainer ben je voortdurend op zoek naar die momenten dat de tegenstander ongeorganiseerd is. Wat doet mijn ploeg dan? Hoe bespelen ze dan de ruimtes? Maar zonder buitenspel is de hele wedstrijd ongeorganiseerd. Een speler kan altijd voorin blijven, afstanden zijn dan niet meer zo belangrijk.”

Na de vrijdagtraining van NEC, dat zondag in de Kuip tegen koploper Feyenoord speelt, filosofeert Hyballa over het leven zonder buitenspel. Wandelend van trainingsveld naar kleedkamer doceert hij. „Het voetbal wordt minder compact, waardoor teamtactiek minder belangrijk wordt. Het spel wordt meer individu-georiënteerd. Zodat je een soort quarterback krijgt die de ballen perfect neer moet leggen op een hangende spits die helemaal niet meer hoeft mee te verdedigen.”

Hyballa is een geestverwant van Jürgen Klopp, de trainer van Liverpool die in reactie op Van Bastens buitenspelidee zei dan Van Basten maar „een andere sport moet beginnen”. Teams van Klopp spelen agressieve pressing op de helft van de tegenstander, waarbij de ruimte achter de eigen verdediging groot is. De buitenspelregel is de bescherming tegen de lange bal over die verdediging heen, is de gedachte.

Hyballa, die in de jeugd van Borussia Dortmund met Klopp werkte, snapt wat zijn landgenoot bedoelde. „De achterdeur gaat open zonder buitenspel. Kijk, met pressing voetballen is altijd gevaarlijk. Ik denk alleen dat zonder buitenspel pressing lévensgevaarlijk wordt. Tegelijkertijd: met 300 kilometer per uur rijden is ook gevaarlijk, behalve als je het kan. Zonder buitenspel moet je het dus gewoon nóg beter kunnen.”

Dat er zonder buitenspel meer goals komen „zal best”, zegt Hyballa. „Maar waarom kijken veel mensen voetbal? Dat is niet alleen om de goals. Bij basketbal heb je altijd goals. Voetbal is ook die beweging tussen twee strafschopgebieden. Er komt wat, er komt niet wat, zo gaat dat spel op en neer. Dat vind ik interessant.”

De ervaringdeskundige

De geboren Canadees Dwight Lodeweges was „een jonge knul” nog toen hij speelde tegen Gerd Müller en Johan Cruijff. Eind jaren zeventig streek de mondiale voetbalelite neer op Amerikaanse bodem voor de North American Soccer League, toen een proeftuin van spelvernieuwing. Shootouts om een beslissing te forceren bij een gelijkspel, en een lijn op zo’n dertig meter voor het doel die aangaf dat vanaf daar de buitenspelregel gold.

„Ik vond het geweldig”, zegt Lodeweges, oud-speler van onder meer Edmonton Drillers en Minnesota Strikers. „Meer ruimtes tussen de linies, meer mensen aan de bal. Het veld wordt iets groter, zonder dat het echt het karakter van voetbal aantastte. Want er was natuurlijk wel buitenspel voorbij die 35-yard lijn. Het was eigenlijk ideaal.” Lodeweges, die zijn profcarrière begon bij Go Ahead Eagles in Deventer, paste zich vrij makkelijk aan, zegt hij. „Dat gaat automatisch. Ik was laatste man, ik moest wel erg oppassen met doorschuiven naar het middenveld. Ze slopen anders zo uit je rug weg.”

Maar buitenspel helemaal uitbannen gaat de trainer van onder meer Groningen, Cambuur en Heerenveen te ver. „Stel ik ben coach van een kleine club. Tegen topploegen maak je het veld kleiner om de ruimtes in te perken. Als er geen buitenspel meer is wordt je als verdedigende ploeg wel gedwongen om nog dieper te zakken. Dan wordt het er niet fraaier op.”

De ex-aanvaller

Op de vraag wat hij zou doen als vanaf morgen de buitenspelregel zou vervallen, valt Youri Mulder even stil. „Ik zou wel een ‘ballenwachter’ neerzetten op de helft van de tegenstander. Tegelijkertijd, als de tegenstander dat zou doen, zou ik die negeren om een man extra in de aanval hebben.”

Het tekent de tast in het duister als het om een wereld zonder buitenspel gaat. Mulder, voormalig spits van Schalke en FC Twente, acht een ballenwachter dus effectief. Maar als de tegenstander er één zou opstellen zou coach Mulder die ongedekt gelaten. „Het is gewoon heel moeilijk om je er een voorstelling van te maken. We zijn nu geconditioneerd door buitenspel, je ziet ook dat op trainingspartijen zonder buitenspel het spel amper verandert. Daarom: onderzoek het, over een lange periode.”

Mulder ergerde zich tijdens het WK 2002 zo aan arbitrale beslissingen dat hij, beginnende analist op tv, maar meteen de buitenspelregel failliet verklaarde. Ruim veertien jaar later is hij genuanceerder. De opmars van pressingvoetbal stemt hem optimistisch, de Duitse speelstijl „waarmee Oranje overigens in 1974 al is begonnen”. Aanvallende agressie loont, ook in deze tijd van defensieve ontregeling. „Je kan pressing zodanig opvoeren dat de gevreesde lange bal naar een balletjeswachter niet eens gegeven kan worden.”

Kort na het gesprek belt Mulder nog even terug. „Weet je wat echt niet in het voetbal hoort? De sliding. Schaf die nou als eerste af”, zegt oud-international met chronische knieklachten. „Dat zou toch Van Basten ook moeten aanspeken?”