Tweede Kamer voor verbod winstuitkering in de zorg

Zorgverzekeraars

Op 1 januari 2018 loopt het verbod op winstuitkering door zorgverzekeraars af. Een Kamermeerderheid wil nu een permanent verbod.

Foto iStock

Als het aan de Tweede Kamer ligt, mogen zorgverzekeraars ook in de toekomst geen winst uitkeren aan aandeelhouders. Alleen de VVD sprak zich donderdag uit tegen de initiatiefwet van SP, CDA en PvdA die dit moet regelen. Of D66 de wet steunt is nog onduidelijk, maar ook zonder die partij hebben de initiatiefnemers een ruime meerderheid.

Toen het huidige zorgstelsel werd ingevoerd, in 2006, was het idee dat zorgverzekeraars pas na tien jaar winst mochten uitkeren. Die periode werd met nog twee jaar verlengd, maar loopt 1 januari 2018 af. Met de nieuwe wet leggen SP, CDA en PvdA vast dat het verbod op winstuitkering permanent wordt. Dit is belangrijk, zo stellen zij, omdat het gaat om publieke middelen. Iedereen is immers verplicht zich te verzekeren. De initiatiefnemers willen dat zorgverzekeraars hun eventuele winst investeren in premieverlaging, bufferverhoging of kwaliteit van zorg.

Het belang van hun initiatiefwet zagen zij onderstreept in een brief die ze woensdagavond kregen van Achmea. Tot dan toe hadden zorgverzekeraars volgehouden geen winst te gaan uitkeren; VVD-Kamerlid Arno Rutte gebruikte dit ook als argument tegen het wetsvoorstel. Maar in de brief zei de zorgverzekeraar voor het eerst wel degelijk te hebben gerekend op de mogelijkheid rendement uit te keren. Achmea, dat naast zorgverzekeringen ook schadeverzekeringen verkoopt, had binnen het bedrijf geld verschoven naar de zorgpoot. Dat had Achmea niet gedaan als het had geweten dat het verbod op winstuitkering permanent zou worden, schrijft het in de brief: „Achmea had er ook toe kunnen besluiten om vermogen te investeren in andere, meer renderende activiteiten binnen de groep.” Voor de initiatiefnemers was dit een bewijs van het belang van hun wet.

Hoewel het wetsvoorstel in de Kamer op veel bijval kon rekenen, is het een juridisch waagstukje. De Raad van State raadde aan het te heroverwegen, onder andere omdat het inbreuk maakt op het eigendomsrecht. Andere fundamentele kritiek van de Raad van State: het verbod op winstuitkering zou leiden tot „een principiële wijziging van het zorgstelsel”. In 2006 is immers marktwerking geïntroduceerd, en die wordt met dit wetsvoorstel verder aan banden gelegd.

Arno Rutte, de enige die zich duidelijk uitsprak tegen de wet, nam de kritiek van de Raad van State over. De VVD’er vroeg zich af of de wet überhaupt uitvoerbaar was. Daarnaast vroeg hij, net als Wouter Koolmees (D66), of het wetsvoorstel niet leidt tot premiestijgingen. Wanneer zorgverzekeraars geen investeerders meer kunnen aantrekken om aan de solvabiliteitseisen van De Nederlandsche Bank (DNB) te voldoen, moeten zij misschien wel de premies verhogen, zo luidde hun zorg. Ook de Raad van State had dit gesuggereerd. Onzin, vond Renske Leijten (SP): „Zorgverzekeraars hebben het geld over de plinten klotsen.” Een voorstel van Koolmees om het wetsvoorstel te laten toetsen door DNB vond zij niet nodig.

In een felle reactie liet ook minister Schippers (Volksgezondheid, VVD), die namens het kabinet sprak, weten het wetsvoorstel af te keuren. Voor de verzekeraars komt dit wetsvoorstel uit de lucht vallen, zei zij: zij hadden er niet op gerekend dat ze niet meer vrij kunnen beschikken over hun premie-inkomsten van de afgelopen jaren. Pech, vond een meerderheid van de Kamer: dat is een bedrijfsrisico.